Onze nieuwe thuis

Na een verbouwingsproject dat ruim acht jaar in beslag heeft genomen, trokken we in het voorjaar 2017 definitief in in onze nieuwe werkplek in de Pluimstraat in Kortrijk. Samen met vele partners willen we de oorspronkelijke functie van deze oude danszaal als feestelijke ontmoetingsplaats en cultureel en artistiek volks huis weer activeren.

Om het hele project te betalen brachten de diverse overheden (de Vlaamse Gemeenschap, de Provincie West-Vlaanderen, Stad en OCMW Kortrijk), de Nationale Loterij en de Unie zelf negentig procent van de middelen bijeen. Om onze nieuwe plek werkelijk van velen te maken, richtten we ook de Spionkop van de Scala op (‘de Scala’ was in vervlogen tijden de roepnaam van de achterliggende zaal), met de bedoeling om de laatste nodige 200.000 euro samen te verzamelen via een crowdfunding campagne. Aan iedereen die een gift deed vanaf 5 euro schonken we als symbolische return een gepersonaliseerde lidkaart van onze Spionkop.

Wim Opbrouck, Uniefan van het eerste uur en trotse voorzitter van onze Spionkop, trok mee de campagne. 
Naar aanleiding van de opening van de zaal, op zaterdag 18 maart 2017, sprak hij onze Spionkop toe.


Wie dit project een warm hart toedraagt, kan nog steeds een gift overmaken en zo mee zorg dragen voor de toekomst van deze plek.

Hoe kan je een gift overmaken?
– Analoog en eenvoudig, in een gesloten omslag met je naam en adres in onze brievenbus, Pluimstraat 7 in Kortrijk.
– Digitaal en ook eenvoudig, door een gift over te maken via de projectrekening die de Koning Boudewijnstichting voor dit project opende; giften vanaf 40 euro die op deze manier worden overgemaakt, zijn bovendien fiscaal aftrekbaar.

Lees hier meer over onze zaal en haar geschiedenis:

1. EEN RIJKE GESCHIEDENIS IN EEN VERANDERENDE BUURT
2. EEN CULTUREEL VOLKS HUIS
3. PUBLIEKE MIDDELEN EN CROWDFUNDING


1. EEN RIJKE GESCHIEDENIS IN EEN VERANDERENDE BUURT

Onze zaal kent een rijke geschiedenis. Ze werd in 1907 gebouwd. Tijdens Wereldoorlog I fungeerde ze wellicht als veldhospitaal voor de Duitsers, misschien ook voor de Engelsen. Na de Grote Oorlog kon er opnieuw gefeest worden. De zaal werd een bekende dancing met bovengalerij en orgel, en kreeg de roepnaam ‘de Scala’, die nog steeds af en toe wordt gebruikt. Toen om elf uur ’s avonds de orgelmuziek op politiebevel moest stoppen, floten handige muzikanten enthousiast de walsen van Johann Strauss op hun vingers en de mensen dansten vrolijk voort. Er gingen ook Oberbayern-avonden door, met berglandschappen op de muren geschilderd, stenen potten bier en Tiroler outfits.

In het interbellum was de Pluimstraat een bloeiende handelsstraat. Buurtbewoners herinneren zich dat ze toen voor alles in de eigen straat terecht konden: er was een bakker, een slager, een brillenwinkel, een apotheker… In het zog van deze plaatselijke neringdoeners ontvouwde zich een levendige dagelijkse va-et-vient, de straat kende verschillende cafés en jaarlijks waren er braderieën en kermissen.

Tijdens Wereldoorlog II werd in de zaal de richting houtbewerking van het VTI ondergebracht. De school zelf was opgeëist door de Duitsers, die ze als werkplaats gebruikten. Later tijdens de oorlog bood de zaal in de wintermaanden onderkomen aan een kermisattractie: de botsauto’s. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er aan de straatzijde een fietswinkel en de achterliggende zaal werd ingericht als garage. Met steeds meer auto’s in het straatbeeld bleek een overdekte parking lucratiever dan een feestzaal. De parketvloer van de feestzaal maakte plaats voor straattegels.

Intussen veranderde het aanschijn van de Pluimstraat en de buurt drastisch.

Vele winkels sloten hun deuren, vaak doordat de kinderen de zaak van vader of moeder niet overnamen en andere oorden gingen opzoeken. De commercie verlegde zich naar andere stadsdelen.
Geleidelijk aan verdween het straatleven en werd de Pluimstraat een drukke doorgangsweg – twee fenomenen die elkaar hebben versterkt. Vandaag is er nog weinig handel en kennen de straat en de buurt een gemengde bewolking van anciens en nieuwkomers waarvan sommigen van ver zijn gekomen om in de Pluimstraat en omgeving te landen. Middenin de grote stadsvernieuwingsprojecten die sinds enige jaren de stad transformeren, zoekt deze nog steeds kwetsbare buurt haar plek en identiteit in de 21ste eeuw te veroveren. Met de realisatie van onze nieuwe werk- en presentatieplek wil de Unie hiertoe haar bijdrage leveren.

2. EEN CULTUREEL VOLKS HUIS

De Unie wil de oorspronkelijke functie van de plek als feestelijke ontmoetingsplaats en cultureel volkshuis heractiveren. De Unie wil er een huis bouwen waar mensen en makers elkaar kunnen ontmoeten, waar de straat als vanzelf binnen komt en de kunst even vlot buiten geraakt, waar gewerkt wordt aan een duurzame en creatieve samenleving. Een huis waar elke passant, deelnemer of toeschouwer zijn slimme, speelse of spitante stem gehoord wordt. Een huis dat kritiek, humor en actie als vanzelf in haar dagelijkse werking inbedt. Geen grote balkons en veel goud, maar een lage en een brede drempel en een open deur. Waar je soep met een boek combineert, koffie drinkt bij een goed gesprek of een theatervoorstelling en een pintje logischerwijs verbindt.

Daartoe werd de zaal volledig gerenoveerd zonder haar authentiek karakter te verliezen. Enkele aanpassingen in functie van modern comfort, normeringen en energiebeheersing waren noodzakelijk en werden met eenvoudige ingrepen opgelost. De huizen aan de straatkant, die tijdens voorstellingsreeksen dienst doen als foyer, werden afgebroken. In de plaats kwam een nieuwbouw die dezelfde warme sfeer uitstraalt als het café nu. Soberheid is ook hier het sleutelwoord. In het ontwerp zijn duurzaamheid en ecologie, net zoals in de visie en de dagelijkse werking van de Unie, logische uitgangspunten. Zowel van binnen als van buiten was het gebruik van warme materialen en groen belangrijk. De plannen werden getekend door architectenburo Buro II klaar. In het voorjaar van 2014 begonnen de verbouwingswerken, drie jaar later konden we de zaal openen.

 

3. PUBLIEKE MIDDELEN EN CROWDFUNDING

Na de aankoop van de zaal en de twee voorliggende huizen in de herfst 2009 startten we onmiddellijk met het opstellen van een degelijk, haalbaar en gediversifieerd financieel plan. De diversiteit aan ondersteuners en in grootte van bijdragen was daarin een essentieel aandachtspunt. Het stabiel fundament werd gelegd met een subsidie van de Vlaamse Gemeenschap uit het Fonds voor Culturele Infrastructuur (FoCI). Zowel vorig minister Bert Anciaux als huidig minister Joke Schauvliege hebben ons elk een bedrag toegewezen vanuit hun geloof in de Unie en de realisatie van haar droom in de Pluimstraat. Deze Vlaamse ondersteuning heeft als voorwaarden dat ook de andere overheden hun verantwoordelijkheid opnemen. De Stad Kortrijk en het OCMW Kortrijk waren alvast snel overtuigd van de waarde van dit project en investeren er fors in. Ook de Provincie West-Vlaanderen en de Nationale Loterij deden hun duit in de Scalazak en de Koning Boudewijnstichting ondersteunt het project tot op vandaag met een projectrekening.

Om het laatste gaatje dicht te rijden, maar ook om van de plek een thuis voor velen te maken, startten we tenslotte een crowdfundingcampagne.

Op 18 maart 2014 richtten Geert Six, artistiek leider van de Unie der Zorgelozen en zijn theatermakker Wim Opbrouck de ‘Spionkop van de Scala’ op. Wie een gift van 5 euro of meer overmaakte via de online projectrekening van de Koning Boudewijnstichting (die je hier vindt) ontving van hen zijn of haar officieel lidmaatschapsbewijs. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Wie dit project een warm hart toedraagt, kan nog steeds een gift overmaken en zo mee zorg dragen voor de toekomst van deze plek.

Daarnaast krijgt in ‘corporate milieus’ – bedrijfskringen – het idee dat bedrijven ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben buiten de muren van hun gebouw, de laatste jaren meer en meer bijval. Bedrijven gaan actief op zoek naar te ondersteunen initiatieven en projecten met een sociaal en duurzaam karakter die een voelbaar en direct effect hebben op een lokale gemeenschap. Betrokkenheid bij de ontwikkeling van zo een project is dan een belangrijke meerwaarde voor een bedrijf. Die kenmerken zijn nu net inherent aan de visie en praktijk van de Unie en dus een belangrijke inhoudelijk tool voor samenwerking met bedrijven. We voerden dan ook een campagne richting regionale bedrijven om ‘socio’ te worden van de Unie. De term ‘socio’ is ontleend aan de voetbalwereld en stelt tegenover een lidmaatschapsbijdrage een speciaal aanbod waarin betrokkenheid en ownership centraal staan. De Unie kennende doen wij echter niet mee aan de in deze werelden gangbare praktijk van exclusiviteit, maar bieden we juist de kans om daadwerkelijk betrokken te geraken in een inclusieve praktijk die opnieuw mensen met mensen verbindt. Ownership wordt dan niet vertaald in centen, aandelen, titels of koperen plaatjes maar in inhoud, samenwerking, persoonlijke ontwikkeling en face tot face communicatie.