ZET DE BURGER WEER CENTRAAL

Bram Verschuere over de noodzaak om de rol van de burger in onze besluitvorming op te waarderen.

We zijn vaak boos over de manier waarop we worden bestuurd door de politici die we kiezen. ‘Ze luisteren niet naar ons’, is een vaak gehoorde verzuchting. Maar dat gevoel van niet gehoord te worden heeft niet alleen te maken met die politici, maar ook met de manier waarop ons beleid tot stand komt, zegt Bram Verschuere. 

Bram Verschuere is professor bestuurskunde aan de Universiteit Gent. Ook hij ziet hoe mensen afhaken van de politiek. Maar hij wil voorbij de klassieke mantra’s als ‘politici zijn zakkenvul­lers’ kijken. Hoe is ons beleid georganiseerd? Wat is de rol van de burger daar nog in? Hij merkt dat er veel zand in de machine van onze democratische besluitvorming zit en schreef er het boek Politiek in tijden van wantrouwen over.

Wat is het verschil tussen politiek en beleid?

Verschuere: “Politiek gaat over de strijd der ideeën. Er moet politiek zijn, niet iedereen denkt over alles hetzelfde. Politiek gaat ook over de strijd om de macht om die ideeën in beleid om te zetten. Verkiezingen leggen om de zoveel tijd die machtsver­houdingen vast. Maar eens het parlement is samengesteld, de ministers zijn aangesteld, moet er beleid worden gevoerd. Hoe marcheert dat dan? Mijn analyse is dat de manier waarop dat nu gebeurt mee de ontgoocheling van veel mensen in de hand werkt. Het is een onderbelicht aspect van het verhaal.”

Hoe bedoelt u?

“Mensen zijn vooral boos op de politici. Het zijn in de ogen van velen ruziemakers, amateurs die wetten stemmen die de toets van het Grondwettelijk Hof niet doorstaan, ze doen aan vriend­jespolitiek en sluiten bijvoorbeeld dubieuze vastgoeddeals. Mensen vragen zich af ‘wat is dat daar allemaal?’. Dat is een probleem. We leven in een complexe wereld met veel uitdagin­gen, maar hebben nog maar weinig vertrouwen in diegenen die ze moeten oplossen.

Vroeger was er natuurlijk ook onvrede met de politiek, maar die werd gekanaliseerd binnen de zuilen en de klassieke partijen. Dat werkte toen zo, maar vandaag is de realiteit anders. Mensen zijn kritischer, laten zich niet meer in hokjes vangen, shoppen tussen de verschillende partijen. Vraag aan de gemiddelde volksverte­genwoordiger, ‘wie zijn uw kiezers?’, dat is heel lastig geworden, die weten dat vaak niet. Mensen richten zich ook makkelijker tot populistische alternatieven, of komen gewoon niet meer opdagen. In Nederland ging nog 50% van de mensen lokaal stemmen. Dat is geen goed teken, lokale politiek staat immers het dichtst bij de burger. Ik hou mijn hart vast hoe dat bij ons zal zijn, nu de opkomstplicht voor de lokale verkiezingen is afgeschaft.”

Waarom is de burger boos?

“Een belangrijke reden is dat mensen zich niet vertegenwoor­digd voelen. Ze krijgen hun bekommernissen niet op de agenda van de politici. Mensen zeggen, ‘ze luisteren niet meer’. Dat is het verhaal dat Dominique Willaert neerschrijft in zijn boek Niet alles, maar veel begint bij luisteren. Een tweede reden is een gebrek aan transparantie. Wie beslist, waarover en op basis van wat? Die onduidelijkheid voedt mee het wantrouwen. Een derde reden waarom mensen boos zijn, is dat ze het gevoel hebben dat er geen beleid meer is op maat van hun noden, geen publieke dienstverle­ning waar ze als burger recht op hebben.

Dat allemaal samen, te weinig gehoord worden, te weinig zicht hebben op wat en hoe er wordt beslist, en het gevoel hebben dat de overheid er vooral is voor de ander, zorgt ervoor dat iedereen altijd wel ergens een reden heeft om boos te zijn.”

(c) wikinews

Moeten we er ons niet bij neerleggen dat niet elke individuele wens van elke individuele mens honderd procent ingewilligd kan worden?

“Ja, dat is niet realistisch. Daarom is mijn boek ook een stuk een verschoning voor de overheid. Die presteert op veel vlak­ken wel degelijk goed, met veel gemotiveerde medewerkers. Kijk naar covid. Er was veel miserie, veel kritiek op hoe die crisis werd aangepakt, maar toch is men er snel in geslaagd om die te gaan beheersen. Uiteindelijk is de economie niet in elkaar gestuikt, of het onderwijs. Of soms wordt er beter bestuurd dan we denken, maar dat zien we niet altijd. Neem terrorisme. We weten niet hoeveel aanslagen er door een goed functionerende overheid zijn vermeden. Dit gezegd zijnde moeten we ons wel afvragen wat de best mogelijke overheid is, die voldoende goed bestuurt voor zo veel mogelijk mensen, zodat zoveel mogelijk mensen er voldoende vertrouwen in hebben. En daar is best nog werk aan de winkel. In mijn boek ga ik naar dat punt op zoek.”

“In het ideale scenario heeft iedereen één stem, vertegenwoor­digen diegenen met de meeste stemmen de bevolking in het parlement, stemmen ze daar bij meerderheid wetten die ver­volgens worden uitgevoerd en kan je de volgende keer voor- of tegenstemmen naargelang je wel of niet akkoord bent met het gevoerde beleid. Maar dat ideaal bestaat dus niet. De burger staat niet in het centrum van het politiek-bestuurlijk systeem.”

Hoe komt dat?

“Vaak wordt beleid waarover iedereen het eens is dat dat eigen­lijk goed is, tegengehouden door belangengroepen of lobby’s. Dat noem ik de lobbycratie. Zo is er geen kerosinetaks omdat de luchtvaartsector die tegenhoudt, of trachtten de artsen met alle macht tegen te houden dat apothekers mogen vaccineren tegen de griep. Daarnaast zijn er de juristocratie, de techno­cratie, de bureaucratie en de kabinettocratie, waarbij mensen het gevoel hebben dat respectievelijk de rechters, de experten, de ambtenaren en de kabinetten de beslissingen nemen, in plaats van diegenen die zij verkozen. En natuurlijk is er de particra­tie. Partijvoorzitters zijn de machtigste personen in het land. Ze beslissen over de lijsten en dus over op wie je kan stemmen, over wie er minister wordt en wat die dan wel of niet mag goedkeuren in de regering. De fiscale hervorming lag klaar, tot een partij­voorzitter die tegenhield uit angst om stemmen te verliezen voor de eigen partij.

Telkens is het gevoel maar ook de vaststelling dat we verder en verder weg evolueren van het ideale model en dat de kiezer via zijn volksvertegenwoordiger steeds minder inbreng heeft in het hele proces. Dan is het dus niet raar dat mensen afhaken.”

U pleit voor wat u een nieuwe scheiding der machten noemt.

“De klassieke machten – de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke – worden al heel lang in evenwicht gehouden door de nodige checks and balances. Maar welke mechanismen garande­ren dat de partijen, de experten, de ambtenaren, … binnen hun rol blijven? Die mechanismen zijn er niet, waardoor de verschil­lende cratieën vaak te dominant zijn ten opzichte van de inbreng van de burger in het democratische spel. Daarom moeten we naar een nieuwe scheiding der machten. De verschillende rollen moeten duidelijker worden afgebakend op zo een manier dat de burger weer centraal komt te staan.”

Kan u dat concreet maken?

“Zorg voor meer openbaarheid van bestuur. Maak van parle­mentariërs weer vertegenwoordigers van hun kiezers en niet van hun partij. De afschaffing van de lijststem of het verkiezen van de persoon met de meeste stemmen op grootste lijst tot burge­meester bij de lokale verkiezingen zijn goede ingrepen die ervoor zorgen dat de burger rechtstreekser betrokken wordt. Maar we moeten ambitieuzer zijn dan dat.”

“Ik pleit ook voor meer échte burgerparticipatie, voor een ‘hybride democratie’ die referenda en burgerpanels combi­neert met de klassieke vertegenwoordiging. Mensen kiezen dan in een referendum welke thema’s voor hen het belangrijkst zijn. Vervolgens doet een burgerpanel, al dan niet samengesteld via loting, beleidsvoorstellen rond die topics. Daarna is het aan de verkozen politici om er een aantal om te zetten in concreet beleid, al dan niet bekrachtigd door een nieuw referendum. Zo krijg je een rijkere democratie waarbij de burger niet alleen zijn politici kan verkiezen, maar ook thema’s kan kiezen in het referendum en zich kandidaat kan stellen in de panels. Ook de ambtena­ren, experten, de verkozen politici, … worden erkend in hun rol. Lokale besturen zijn ideale labo’s om dit te gaan initiëren, in nauw overleg met het in de stad aanwezige sociaal kapitaal. Maar hou dit weg van de partijen. Zodra die in het spel komen, heb je het zitten. Het is een van de drama’s van de particratie. Want die particratie manifesteert zich ook lokaal. Gelijk wel initiatief, neem een rondpunt dat wordt vernieuwd, wordt op Facebook direct door een partij geclaimd als ‘een realisatie van die of die’, omdat de schepen toevallig van die partij is. Maar dat zijn realisaties van een volledig bestuur, van een team van poli­tici en ambtenaren, betaald met belastinggeld.”

Een grotere rol voor de burger vergt voor u ook een grotere inspanning van de burger?

“Dat mag iets vaker gezegd worden. Het vereist kritisch en rea­listisch burgerschap. Dat betekent dat mensen mee nadenken over wat er in de samenleving gebeurt, dat ze participeren, dat ze gaan stemmen. Gaan stemmen is de meest eenvoudige manier om als burger je democratische rol te spelen. Iemand die niet gaat stemmen heeft nadien weinig argumenten om boos te zijn omwille van het gevoerde beleid.”

“Het stimuleren van kritisch burgerschap is geen taak van de overheid alleen. Het onderwijs heeft hier haar rol te spelen. Die nadruk op STEM, op onderwijs als onderlegger om aan wel­vaartscreatie te doen, voor mij is dat allemaal prima, maar we mogen minstens evenveel nadruk leggen op samenlevingsvaar­digheden. In de journalistiek mag de berichtgeving over meer gaan dan het politieke spel, over welke minister ontslag neemt of over allerlei privéperikelen van politici. Ook het middenveld kan een rol spelen, zoals jullie ook doen. Jullie toneelstukken gaan over sociaal belangrijke topics, dingen die leven in de maatschap­pij. Jullie betrekken kwetsbare mensen in jullie werking – dat zijn vaak de eersten die uit de boot vallen. Door hun engagement bij de Unie worden zij al een stuk actieve burgers.”

interview Joon Bilcke

Politiek in tijden van wantrouwen is verschenen bij uitgeverij Lannoo. Bram Verschuere is een van de gasten op de avond ‘Niet alles, maar veel begint bij luisteren’, op donderdag 8 februari bij de Unie.