De woonzaak, ook uw zaak?

Woordvoerder Hugo Beersmans over de klacht van de Woonzaak tegen de aanslepende wooncrisis.

In navolging van de Klimaatzaak startte een onuitgegeven coalitie tussen tientallen middenveldorganisaties die werken rond wonen en huren de Woonzaak op. Ze dienden een klacht in bij het Europees Comité voor Sociale Rechten waarin ze wijzen op de aanslepende problemen met het Vlaamse woonbeleid. Het einddoel is een fundamentele koerswijziging in dat beleid na de volgende verkiezingen. Woordvoerder Hugo Beersmans maakt duidelijk waarom dit noodzakelijk is.

Wat is au fond het probleem met het woonbeleid in Vlaanderen?

“Ten eerste is de steun aan de eigendomssector overgeaccentueerd. 71% van de Vlamingen woont in een eigen woning. Problematisch is dat we daar veel ‘noodkopers’ vinden, mensen die een krot kopen maar onvoldoende middelen hebben om dat op te knappen. Ze doen dat uit noodzaak, omdat ze niet op de sociale huurmarkt terechtkunnen. Tegenover die eigendomssector is de sociale huursector een mager beestje, met slechts 6% van de woningen. Er zijn momenteel meer wachtenden dan er mensen in een sociale woning wonen. Het gaat over 170.000 kandidaat-huurders. Daarnaast zijn er nog eens 80.000 die op grond van de basisvoorwaarden wel in aanmerking zouden komen voor een sociale woning maar zelfs niet op een wachtlijst staan. Dat komt omdat ze de weg niet kennen of soms omdat de voorwaarden steeds strenger worden. Ongeveer 20% van de woningen tenslotte bevindt zich op de private huurmarkt, waar een klein deel steun geniet, hoofdzakelijk in de vorm van een huurpremie of een huursubsidie. Een huursubsidie krijg je als je uit een krot komt en verhuist naar een goede woning en een heel laag inkomen hebt; of als je dakloos bent en naar een goede woning gaat. Als de woning waar je naartoe gaat niet goed is, krijg je geen subsidies, want die is er niet voor slechte woningen. Dat klinkt logisch, maar het probleem is dat er te weinig goede woningen zijn. Een huurpremie krijg je als je minstens vier jaar op de wachtlijst voor een sociale huurwoning staat, een heel laag inkomen hebt en, ook hier, als je woning van goede kwaliteit is. Veel mensen durven die premie niet aanvragen omdat ze weten dat ze dan een onderzoek krijgen van hun woning en vrezen dat die te slecht is, zodat ze er dan uit moeten, omdat het verhuren van een ongeschikte woning strafbaar is.”

Waar een goede woning aan moet voldoen is vastgelegd in de Vlaamse Wooncode. Zijn die normen soms niet te streng?

“Die kwaliteitsnormen gelden voor alle woningen, maar voor het verhuren van ongeschikte woningen gelden er strafsancties. De normen zijn in de loop der jaren systematisch verstrengd maar het blijven basisnormen: het is logisch dat elke woning daaraan voldoet. Alleen de energienormen zijn voor het bestaande woningbestand niet altijd even simpel te realiseren. Op zich is dat een goed systeem. Het probleem blijft dat de sociale huursector te klein is en dat er op de private huurmarkt, waar iedereen terechtkomt die zich geen eigen woning kan veroorloven en om welke reden dan ook geen kans maakt op een sociale huurwoning, te weinig woningen zijn die aan de normen voldoen en het gebrek aan sociale woningen kunnen compenseren. Daar zit heel de knoop. Daarom pleitte de Vlaamse Woonraad ook voor een vorm van ‘geconventioneerde huur’. Zo kunnen kleine verhuurders, die niet de financiële middelen hebben om hun woning op peil te brengen, ondersteund worden, met als voorwaarde dat ze op lange termijn verhuren aan een redelijke prijs, die in verhouding staat tot de kwaliteit van de woning. Een correcte prijs-kwaliteitverhouding is ook onze concrete vraag. Naast zo’n actief ingrijpen op de private huurmarkt vragen we ook werk te maken van een duurzame eigendomsmarkt zonder precair eigenaarschap en een verdubbeling van de sociale huurmarkt. Dat zijn minimale voorwaarden waaraan een fatsoenlijk woonbeleid zou moeten voldoen.”

Verder gaat jullie klacht in eerste instantie in op alle problemen die jullie nu zien?

“Inderdaad. Bijvoorbeeld over de voorrang op een sociale huurwoning voor wie de jongste 10 jaar aaneensluitend 5 jaar in de gemeente heeft gewoond. Deze eerdere optionele voorrangsregel werd in de loop der jaren meer regel dan uitzondering en wordt nu vanuit Vlaanderen opgelegd voor minstens 80% van de toe te wijzen woningen. Daardoor verliezen mensen die bijvoorbeeld elders werk vinden en verhuizen hun plaats op de wachtlijst. Dat geldt ook voor nieuwkomers of daklozen, die mogelijks nooit aan de bak komen. Het echte doelpubliek wordt zo gesanctioneerd. Wij noemen dat pestmaatregelen. Terwijl de contracten vroeger van onbepaalde duur waren en je, als je inkomen steeg, de markthuur betaalde, moet voortaan wie na 9 jaar een inkomen heeft dat 25% hoger ligt dan de ingangsdrempel, eruit. Dat is een probleem omdat sociale woonwijken nood hebben aan een divers publiek. Door mensen die zich een beetje verbeterd hebben er zo snel uit te zetten, blijft alleen wie het absoluut niet kan rooien over. Dat hypothekeert de haalbaarheid van het model, want die mensen betalen het minst. Maar vooral krijgt sociale huisvesting hierdoor de naam van ‘armenhuisvesting’. Daar staan gemeenten niet voor te springen waardoor ze weinig zin hebben om sociale woningen bij te bouwen voor die ‘probleemgroep’. Dat is een vicieuze cirkel.”

Valt met een verdubbeling van het aantal sociale woningen de sociale wooncrisis te bezweren?

“In principe is daarmee de grootste nood gelenigd. En door zo minder druk te zetten op de onderkant van de private huurmarkt zal die evenwichtiger functioneren, kunnen de slechte woningen eruit en kunnen we de bijna exponentiële prijsstijgingen een halt toeroepen.”

Op welke termijn moet dat gebeuren?

“We weten dat dit niet op korte termijn haalbaar is. Daarom vragen we om allereerst op de private huurmarkt op te treden. Dat is op korte termijn makkelijker te realiseren.”

Is er eigenlijk ooit een periode geweest waarin het goed ging met de sociale woningbouw in Vlaanderen?

“In de jaren ‘60 en ‘70 waren er grote investeringen en jaren waarin men tot 5 à 7.000 sociale woningen heeft bijgebouwd. Uit die tijd kennen we de grote complexen en de befaamde tuinwijken. In de jaren ’80 is alles stilgevallen, waarna er onder impuls van Norbert De Batselier in de jaren ’90 een inhaaloperatie volgde met het Domus Flandria programma en de bouw van 10.000 woningen, helaas soms van slechte kwaliteit. Daarna ging alles terug bergaf en kwamen er jaarlijks nauwelijks meer dan 1.500 à 2.000 woningen bij, terwijl er bijna evenveel worden afgebroken.”

Het is de vraag van één miljoen: hoe komt dat? Is het een probleem van middelen, van ideologie, van kiespubliek?

“Naargelang waar men ideologisch staat zal men op die vraag een ander antwoord geven. Het is sowieso een kwestie van prioriteiten. De absolute klemtoon op de eigendomsondersteuning ligt aan de basis van de hele problematiek die we intussen decennia meeslepen, en dat ongeacht welke partijen er aan de macht waren. Dat het niet gaat om een prioritaire kiezersgroep, speelt zeker ook mee.”

Is de groep mensen die op de private huurmarkt terechtkomt intussen niet zodanig groot dat die politiek niet meer te negeren valt?

“Als je ziet hoeveel mensen het intussen moeilijk hebben, en hoe men daar politiek mee omgaat, dat is niet echt hoopgevend. Er zijn ook niet zo veel politici die goed weten wat er aan de onderkant van de huurmarkt gebeurt. Daarom gaan we nu sensibiliseren via alle organisaties die zich achter de Woonzaak hebben gezet, zodat dit op de agenda komt. Dat zijn er intussen meer dan vijftig, en van de centrumsteden hebben ook Leuven en Gent zich bij ons aangesloten. We willen dat we de volgende verkiezingscampagne kunnen ingaan met wonen als een van de prioriteiten.”

Jullie klacht is daarbij de stok achter de deur?

“Inderdaad. We hebben die op 17 december 2021 formeel ingediend bij het Europees Comité voor Sociale Rechten. Dat gaat de naleving na van het Europees Sociaal Handvest, een verdrag van de Raad van Europa waarin een aantal sociale engagementen van de lidstaten geformuleerd staan. Hoewel artikel 31 van dat verdrag specifiek verwijst naar het recht op wonen kunnen we dat niet gebruiken omdat België, dat het Europees Sociaal Handvest bekrachtigde in 2004, een voorbehoud formuleerde bij dat artikel. De motivering was dat men niet zeker was of de rechten die daarin geformuleerd werden en die nota bene intussen zowel in artikel 23 van de Belgische Grondwet als in de Vlaamse Wooncode ingeschreven waren, op dat moment al gerealiseerd waren. Intussen zijn we 2022 en heeft België dat artikel nog altijd niet bekrachtigd. Pijnlijk! Toch kunnen we gebruik maken van een aantal andere artikelen, die te maken hebben met de bescherming van het gezin en het uitsluiten van sociale achterstelling, en zo onrechtstreeks verbintenissen inhouden inzake wonen. Het Europees Comité voor Sociale Rechten is een expertencomité en geen rechtbank, wat wil zeggen dat de uitspraak niet afdwingbaar is maar wel moreel en politiek belangwekkend. Die uitspraak verwachten we in de loop van 2023.”

Als het recht op wonen ingeschreven is in de Belgische Grondwet ligt het dan niet meer voor de hand om de Belgische staat aan te klagen, zoals de Klimaatzaak?

“Klimaatzaak kon naar de rechtbank gaan omdat de verplichtingen ter zake, die zijn opgenomen in internationale verdragen, duidelijker zijn en gemakkelijker rechtstreeks afdwingbaar. Zowel de Grondwet als de Vlaamse Wooncode formuleren het recht op wonen als een inspanningsverbintenis. Als beleidsmakers uitleggen dat ze inspanningen doen, komen ze daarmee gemakkelijk weg.”

Wat is nu de volgende stap voor de Woonzaak?

“Tot nu toe hebben we vooral aangekaart wat niet goed is en in het algemeen een aantal vragen gesteld. De komende maanden willen we samen met de organisaties die de Woonzaak ondersteunen tot een echt eisenplatform komen waarmee we de boer op kunnen.”

En van de Woonzaak een even gekend begrip maken als de Klimaatzaak?

“Ja. Dat zou mooi zijn, al is de Klimaatzaak, zeker wat de financiële ondersteuning betreft, veel groter dan de Woonzaak.”

Is dat omdat het klimaat aanzien wordt als een zaak van iedereen, terwijl de woonproblematiek een zaak is van de sukkelaars?

“Inderdaad, al zou ik ze niet zo noemen. Ook de middenklasse krijgt stilaan schrik van alles wat gebeurt rond klimaat, terwijl dat rond wonen nog niet het geval is.”

interview Joon Bilcke

Wil jij of je organisatie zich mee engageren voor een deftig woonbeleid? Onderschrijf de Woonzaak, word onderdeel van de campagne, of steun de Woonzaak met een gift. Alle info vind je op www.woonzaak.be.

De Gazet