EEN STANDBEELD VOOR PAPA GUIDO

José Vandenbroucke duikt in een onbekend stukje Kortrijks avant-gardistisch verleden.

+++

In 1950 waren we met 2,5 miljard mensen. Volgens de toenma­lige wetenschappers net het aantal dat Moeder Aarde aankon. In 1968 waren we al met 3,5 miljard. De aarde begon te kreu­nen onder het gewicht van de mens. Het landschap werd brutaal overgeleverd aan de verkavelaars. Menig dorp dat plots aan een aansluiting met de E-autostrades kwam te liggen veranderde in een verzameling industrie- en shoppingzones. Het water stierf. De oude garde stond met haar rug tegen de muur, het water tot aan de lippen. De eerste ecologische gedachte, dat het zo niet verder kon, begon zich te formuleren. Het landschap moest beschermd, geen boom mocht nog weg. Verder zou het ook ‘no more war’ zijn. Vietnam en de dictaturen in Zuid-Amerika en Zuid-Oost-Azië wierpen een schaduw over ons ‘paradise now’, maar de twee wereldoorlogen en Korea waren achter de rug en de laatste politieke gevangenen van Franco hadden de gevangenis van Burgos verlaten. Mits een goede joint en zelfs zonder waren wij de gelukzakken van the golden sixties, alles kon en alles mocht.

Nu regent het de ganse winter. Velen van toen zijn nu dood of minstens krakend oud geworden. Wij zijn de jongeren van de tijd van toen. Zo wou ik dit artikel eerst ook noemen: ‘De tijd van toen’. Toen Joon me confronteerde met de vraag ‘Wat hebben mensen van nu, aan die tijd van toen?’ heb ik geantwoord dat, nu er een Willy Malysseplein (Willy Malysse, 1947-2006) is, en hopelijk gauw ook een P.A.C.-memorial (Peter Arthur Caesens, 1962-2020), ik ook een standbeeld wou voor Guido Maertens (1942-1982). Maar wie van Kortrijk en omgeving kent nog de naam Guido Maertens, onder vrienden en aanhangers herinnerd als ‘Papa Guido’?

Atelier Sun Ra

In 1968 was Willy Malysse eenentwintig en Peter Arthur Caesens zes. Zoals velen was ik een volkomen gedemotiveerde student aan het V.T.I. Op school vertelde men niets wat bij mij ook maar enige interesse wist op te wekken voor de toe­komst. Dus hield ik er 1 september 1967 mee op. No school & no job! Mijn dagelijkse en sociale omgeving boeide mij niet in de minste mate. Ik zou nooit een beroep leren, nooit een vast lief hebben, nooit een gezin en nooit een nine to five job, eigenlijk gewoon nooit iets. Ik werkte af en toe tot er voldoende geld was voor een pauze zonder enige voorziening op wat daarna. Ik woonde bij mijn moeder. Ik had de wereld en mijn kamer. Dat was voorlopig genoeg. Aan later denken was bourgeois. Ik was een verdwaalde en zo zou het blijven.

En er was Guido Maertens! Op welke manier ik kennis­maakte met de wereld rond Guido Maertens weet ik niet meer, maar ik weet dat ik daar mijn heiligdom op aarde vond. Guido was 26 en woonde als alleenstaande op een appartement in de St.-Janslaan. Die plek werd voor velen van toen the tower of songs, the place to be, het officieus cultureel centrum van Kortrijk. Guido had steeds de nieuwste platen, de nieuwste boeken, en de nieuwste inside-info uit de alternatieve broeiende kunstenaarswereld van toen. Dichters, muzikan­ten en gestrande wereldreizigers hokten bij hem. Hij schreef gedichten, tekende en schilderde, schreef recensies over de nieuwe vinyls en verslagen na livemuziek en theater. Zijn wilde maatschappijkritiek onderschreef onze adolescente frustraties. Zijn appartement werd gaandeweg ‘Atelier Sun Ra’. Er ontstond een tijdschrift, Spekbal waarin ‘the real thing’ van toen becommentarieerd en nagevolgd werd. Ik genoot er Cobra, de black power free jazz, de nieuwe poëzie, de jong­ste experimenten met taal, beeld en klank. Mijn ‘no future’ houding werd als bij klokslag getransformeerd in een houding van koortsige belangstel­ling, die mij nooit meer zou verlaten. Allen Ginsberg, Stockhausen, Coltrane, Vinkenoog, Mulish, Kerouac, Buys, Living Theatre, Zappa, Burroughs, plus het beleven van je eigenste per­soonlijk bestaan. Het was een plek vol energie die ons allen aanzette tot eigen creaties die niet zozeer bedoeld waren om kunst te produceren, om schrij­ver, beeldhouwer, podiummuzikant te worden. We hoefden niet ‘te worden’, we ‘waren het’, of droomden ‘het te zijn’. In Atelier Sun Ra vonden we de god in onszelf.

Limelight

Bij het ontstaan van Limelight gleed Guido mee in de pioniers­werking, met andere ongetemden stond hij op de scene van de stadsschouwburg en waar het maar kon en mocht, geen plaats was heilig voor hem en zijn stam, het volk van Atelier Sun Ra. Er ontstond geen vzw, geen stichting, niemand werd voorzitter noch penningmeester. Hoogstens enkele fataal mooie vrouwen, al even ongetemde vriendinnen, kwamen ‘in onze verbeelding’ in aanmerking om als groupie te functioneren. Podiumsterren van toen, zoals Roland Van Campenhout, Deroll Adams en vele anderen stapten na hun betaald optreden met Papa Guido het Kortrijkse nachtleven in, haalden na enkele pinten hun gitaar uit de kist en vertolkten tot vroeg in de morgen liedjes over liefde en verdriet, eenzaamheid en frustratie. Alles wat voor Guido zo reëel was, en voor velen van ons ook.

Sommigen werden later kunstenaar, velen brave huisvader, enke­len chronisch psychiatrisch patiënt. We werden ouder en de tijd veranderde zoals Bob Dylan het gezongen had in The times they are a-changin. Guido stierf in de Leie. 2 februari 1982. Hij werd 40.

Er was geen weg terug. Nu zijn we met 8 miljard. Nooit meer terug naar De Tijd Van Toen. Tempels vol herinnering blijven. Helaas geen plein noch standbeeld voor Guido Maertens, maar duizenden sporen in het leven van zij die net als ik hun Golden Sixties in volle werkelijkheid beleefden in het Kortrijk van toen en nu zelf de zeventig voorbij zijn. Guido Maertens lives forever!

Ik sluit af met een citaat van Don Van Vliet, alias Captain Beefheart: ‘Apes-ma, apes-ma, your cage is too dirty apes-ma. Remember when you were young apes-ma. You’re eating too much and your cage isn’t getting any bigger’.

José Vandenbroucke