ONBEPERKT IN DENKEN, BEPERKT IN DOEN?

Rune Wittouck blikt terug op Onbeperkt op de planken.

Inclusie blijft een probleem bij theater in de vrije tijd, ‘amateurtheater’ in de volksmond. Te weinig mensen vinden hun weg naar de klassieke gezelschappen. Sociaal-artistieke organisaties slagen er vaak wél in om andere mensen te betrekken. Waar kunnen beide elkaar vinden? OPENDOEK zocht het samen met de Unie en Demos uit in de inspiratiesessie ‘Onbeperkt op de planken’ tijdens haar Landjuweelfestival. Een terugblik.

(c) Reginald Wietendaele

Samen theater maken!

Het is niet nodig om van elk theatergezelschap in de vrije tijd ook een ‘sociaal-artistiek’ gezelschap te maken, en vice versa. Geert Opsomer, theaterwetenschapper en bezieler van TransfoCollect in Brussel, wees ons erop dat theater in essentie over mensen gaat en we dat menselijke dus altijd centraal moeten zetten. Hij had het over een benadering van theater waarbij niet de uiteindelijke voorstelling, maar vooral het creatieproces de focus is. Zo komt samenwerking en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid op de eerste plaats.

Meer met elkaar in dialoog gaan komt de uitwerking van de personages en het verhaal echt ten goede. Dat bleek ook bij Ne Kersentuin, de voorstelling die de Unie en KSMG samen maak­ten. Door los te komen van het eenrichtingsverkeer van regie naar speler, en de spelers meer persoonlijk te betrekken, worden zij waardige coauteurs van het stuk en verschuift de participatie van ‘deelnemen’ naar ‘deelhebben’. Daarbij gaat het ook om de structuren in vraag stellen: Zijn we een gesloten groep? Kunnen we meer jonge mensen in creatieve rollen of besturen plaatsen? Moeten we eens met een andere – of zelfs géén – regisseur werken, en meer putten uit de spelers?

Wat verbazend vaak aan bod kwam, is dat samen eten en drinken belangrijk is voor het groepsgevoel. Dat bewijzen ver­schillende onderzoeken en niet toevallig heet het reflectieboek van de eerste vijf jaar sociaal-artistieke werking bij Antigone in Kortrijk ‘Koffie en taart’ (2005) en vormen de zogenaamde ‘Soep & bokes’ centrale momenten voor de repetitie bij Cie Tartaren in Leuven. Die momenten van sociaal contact zijn cru­ciaal om wederzijds vertrouwen en een safe space te creëren. En dat zijn basisvoorwaarden voor wie samen theater maakt. Het is belangrijk om de nodige tijd te durven en kunnen nemen en het proces te vertragen, op en naast de scène. “We zijn het niet meer gewoon om tijd te nemen en te denken op lange termijn, ook in het professionele veld,” voegt Opsomer toe.

(c) Reginald Wietendaele

En in de praktijk?

Theater in de vrije tijd kampt al met heel veel uitdagingen, van geld zoeken tot intensieve repetitieschema’s, en dat alle­maal naast een gewone job. Dan is het niet evident om ook nog eens tijd te vinden om kwetsbare spelers te betrekken en tijd te nemen voor vertraging. Zeker in vergelijking met de geprofessionaliseerde sociaal-artistieke sector. De aanwezige bestuursleden vroegen zich af hoe ze die ambities in de praktijk kunnen omzetten. Kort door de bocht gezegd, kiest men vaker voor drie voorstellingen per jaar waar de positieve reactie van het publiek verzekerd is, dan één voorstelling met een focus op het groepsproces.

Theater in de vrije tijd is dan ook vaak in de eerste plaats een ontspannende hobby. Dan is het niet altijd vanzelfsprekend om je ook nog eens bezig te houden met maatschappelijke pro­blemen. “Wat is er mis met een goede komedie?” declareerde OPENDOEK-voorzitter Reginald Wietendaele nog op de huldi­ging van het Landjuweelfestival. Maar hangt niet alles af van de manier waarop je de thema’s behandelt in het toneelspel? Plezier en sociaal engagement sluiten elkaar niet uit, net zoals je ook artistieke kwaliteit kan nastreven terwijl je belang hecht aan het sociale.

What’s in a name?

‘Gezelschappen in de vrije tijd’ en ‘sociaal-artistiek theater’ delen meer met elkaar dan ze denken. Er zijn veel open, inclusieve gezelschappen die maatschappelijke thema’s centraal zetten; bij 75% van de gezelschappen primeert het sociale samenzijn. En de kwetsbare spelers uit het sociaal-artistieke circuit zijn toch ook theaterliefhebbers, ‘amateurs’? Of moeten we beter nadenken over de vraag, wie of wat ‘kwetsbaar’ is, of ‘amateur’?

De dialoog is na deze inspiratiedag nog lang niet voorbij. Tijdens het slotmoment van de dag concludeerde Demos dat gezelschap­pen om te beginnen elkaar moeten opzoeken, verbindingen leggen, en vooral luisteren naar elkaar. Het zal de taak zijn van overkoepelende organisaties als OPENDOEK en Demos, maar ook van cultuurcoördinatoren in de steden en gemeenten om die relaties te initiëren, theater in de vrije tijd te ondersteunen en zaadjes te planten. Maar alles begint gewoon bij het doen. Laten we opnieuw dat menselijke centraal zetten en structuren veranderen waar nodig. Theater is nu eenmaal een levendige en daarom veranderlijke kunst. We kunnen alvast klein beginnen. Met koffie en een stuk taart.

Rune Wittouck, redacteur van OPENDOEK