Kortrijkwaardig

Linde Moreel was bang voor de afrekening.

Toegegeven. Ik was bang, bang voor de afrekening. Ik miste huiselijke veiligheid, want kon gevonden worden, op verbruiksverleden gepakt, de latente energievingerwijzing smeulde. Dapper prevelde ik geregeld ‘Scilt ende vrient’, in mijn eigen, waardige taaltimbre, mijn gezellige stoof in het vizier, alsof ik me terdege op een slagveld diende voor te bereiden. Uiteraard stond ik met warmgraagte aan de juiste kant.

De goedendags vlogen me de voorbije maanden evenwel gezwind om de oren. Binnen deze energieveldslag stond mijn toeleverancier, naar werd beweerd, in het beste kamp. Daarom ploeterde ik ternauwernood voort, in de hoop heldhaftig aan zijn machtsbewind te kunnen ontkomen. Een gareel dat kneep. Mijn dikke teen vertelde me voorzichtig, die heldin werd ik niet. Ik diende te aanvaarden; ik zou aldus nooit bezongen worden.

Onmacht binnen het laatste gegeven verkilde me echter meer dan me lief was. Om wat ik langzamerhand vanonder mijn fleecedeken ontdekte, werd ik enkel strijdlustiger. Hoe kon het ook anders? Terwijl de gewone mens, waaronder mezelf, vocht met dikke truien, aan het rekenen sloeg en kreunde onder elke energieberichtgeving, werden op wereldvlak scherpe messen getrokken. Gesjoemel van eerste klas. Waarin vond men nog waarheid?

Mijn eigen waarheid zweeg allang in vele talen. Slechts weinig nieuwe, afdoende maatregelen werden me aangereikt. Onder dit energiejuk zou ik mijn plan trekken moeten; ik zwaaide beter zelf mijn eigen goedendag.

De afrekening viel uiteindelijk best mee. Het bleek niet echt een verdict. Ik kon voor enige tijd weer vrij naar adem happen. Toch voelde niets behaaglijk voor me. Werd ik voorlopig warm gehouden? Ik wist het niet. Mijn knots droeg stalen pinnen, van een goede kwaliteit. Restte mij nog te sleutelen aan mijn uitspraak; Scilt ende vrient, Kortrijkwaardig.

Linde Moreel