KLEMVAST

Geert Six over wat houvast kan betekenen in een struikelende tijd.


Het is een struikelende tijd,
er is voortdurend iets op til op onze mooie planeet.
We lijken het spoor wat bijster,
we botsen met ons smoelwerk tegen de muur van de toekomst.
En eenmaal de spaak in de wielen is het schots en scheef rijden.
Maar naar waar wilden we nu ook weer fietsen ?
Naar een beter klimaat, een sterkere economie,
een herverdeling, herverkaveling ?
Naar een meer diverse omgeving die kijkt naar een morgen
waarin iedereen min of meer geborgen kan ontwaken ?
Naar een omgeving waar we wat vat op hebben,
waar er min of meer houvast is voor ons talent,
onze ijver, onze noden ?
Waar we niet onmiddellijk den dijk invliegen met ons stalen ros,
waar we nog wat asem over hebben op het einde van de rit.
Want zonder die zuurstof is het eind van de maand halen
voor velen een helse opdracht geworden.
De spijzen worden iets te prijzig.
Den uitval wordt groter en groter.
De tekorten zwellen verder aan.

Beste publiek,

De race naar steeds meer is niet gestopt voor de dikke beurzen.
En die van steeds minder voor de kwetsbaren, de zieken,
de gepensioneerden enzoverder enzovoorts ook niet.
“Ce n’a pas changé”, zegt de koe tegen haar melk,
die rap zal zuren als de flessen te duur worden.
Ja, het is voor boer, koe en tuinder ne raren tijd,
die legt niet op een-twee-drie-bim-bam-beieren
van die zeer grote eieren.
Der is gene ezel die geld schijt !
Niet meer.
Geld groeit niet aan de bomen !
Nooit geweest.
Dat zijn wetmatigheden.
Ge kunt daar niet buiten.
Er was nen tijd dat we dat dachten,
dat de liedjes altijd schoon zouden blijven…

Geacht publiek,

We willen natuurlijk allemaal iets
om vast te houden. Klemvast.
Om min of meer greep te houden op
ons eigen en andermans geluk.
Om te kunnen goochelen met poëzie en metaforen
die de veranderingen en bedreigingen van deze turbulente tijd
met krijt op het bord kunnen schrijven.
In grote letters staat daar dan ‘hoop’ op, ‘zekerheid’,
‘stabiliteit’, maar ook ‘verbeelding’, ‘moed’, ‘mededogen’,
‘menselijkheid’, ‘gastvrijheid’ en nog vele dure woorden
die ik graag aan mijn borst houd en op mijne gilet spel.

Dus beste publiek is het aan ons, wij zijn politieke beesten,
wij stemmen, tekenen petities, zetten tegenover
de onvrede iets constructiefs neer.
We geven de mens een houvast, een abri,
een spelend, participatief dak boven het hoofd.
Want dat kan het theater, dat is een deel van de taak van het
sociaal-artistieke kapitaal: een wereld dromen,
mogelijkheden verbeelden weg van de problemen van elke dag.
Daar zijn we mee bezig,
ook in het leven buiten het theater,
waar de noden soms wat acuter zijn dan op de theatervloer.
En soms, zoals op onze en andere participatieve vloeren,
sporen ze samen.
Dat is misschien ook een wetmatigheid.

Het wordt zomer straks,
dan is het gemoed wat frisser, opgeruimder,
vergeten we de kommer en kwel,
zoeken we naar houvast in dagen zonder einde
waar de poëzie ligt te rapen en liefde verder kan gedijen
op te warme temperaturen.
Want te heet is tegenwoordig ook een wetmatigheid.

Geert Six

De Gazet