EEN BESCHETEN COMMISSIE?

Geert Six’ vraag om liefde, en enkel dat als leidraad te nemen
voor het eigen kleine handelen.

Beste vrienden, geacht publiek,

ja ‘t is entwat gescheten hé.
Terwijl de twijfel en de angst bij velen naar een piek
is gestegen, zitten vele anderen in zak en as.
We zwemmen toch met zijn allen
in het zachte water van onze vrije samenleving?
Raar dat men dan zaagt en klaagt,
zucht en beticht, massaal ontevreden lijkt.
Soms krijgt geen enkele dichter nog de kop aan de staart.

Natuurlijk, ook de dichter worstelt
met zijn bestaan, zijn demonen en de organisatie
van zijn dagelijkse werkelijkheid.
Hij tracht van zijn tekorten, falen en frustraties
metaforen te boetseren die de mankementen aanwijzen
die binnen ons samenlevingsmodel veel mensen
treffen en tot wanhoop drijven.
De dichter ziet dat als zijn opdracht,
soms schalks, soms ongenadig scherp,
maar steeds hopend dat men daardoor
de gaten in het breiwerk kan dichten.

De dichter is van oordeel dat kritiek en dialoog
wezenlijke elementen zijn van elke menselijke relatie,
van iedere organisatie, op welke werk of andere vloer dan ook.
De dichter prijst het woord nuance en grondigheid aan
om elkaar te begrijpen, te ontmoeten, te evolueren,
om samen de zweren en eksterogen te lijf te gaan.

De dichter neemt aan dat er geen groot gelijk
rondrijdt in onze contreien,
hij veronderstelt dat iedereen zoekt naar een wereld
waarin iedereen een comfortabele plaats kan krijgen
aan de gedekte tafels van de democratie:
ne metser en nen dekker, nen bakker of ne groenselboer,
nen bankier of nen politieker, en ook gasten
die van elders komen om hier wat meer asem te krijgen.

De dichter weet dat er af en toe
wat nieuwe groenten in de soep moeten,
verandering van spijs doet eten inderdaad,
maar niet op gelijk welke manier hé!
Eerst een voorstel, dan het overleg,
het zoeken naar een compromis,
een stemming, en tenslotte een wet.
Dat doet men, neemt de dichter aan,
beter in het parlement dan op Facebook,
Twitter of godbetert de straat, toch?
Is er echt geen verbeelding meer
om oplossingen te verzinnen die hout snijden?
Nergens nog een loodgieter te vinden?
Is de dichter naïef?

En wat moet de kunst, de poëzie
met dit rauwe vocabulaire doen,
negeren of ridiculiseren zou te eenvoudig zijn hé,
de kop in het zand is ook al geen optie en de eigen taal
aanpassen om het boeltje op te leuken ook al niet.
De dichter kan dat niet altijd vertellen via de grap of de grol,
soms moeten zijn woorden onverbloemd
zijn point of view weergeven.
Want in het bad van meningen allerhande
kan zijn poëzie een ander licht werpen op tal van zaken,
en een pleidooi zijn voor schoonheid, troost en hoop.
De woorden die de dichter moet kiezen willen tonen
waar ze naar verlangen, hoe ze de toekomst zien.

Dus beste publiek,

de dichter schrijft juni 2019,
nu nog naar vroeger kijken is zoals konijnen
naar de lichtbak staren,
de poëzie moet reageren, in actie treden,
ze moet opstaan indien nodig,
ze moet voluit over vrijheid zingen
eerder dan te fungeren als aangeschoten wild.
De dichters poëzie zal nooit verdelen,
uitsluiten of vernielen.
Nee, zo bekt zijn taal niet.

De dichter vraagt aan zijn publiek, zijn lezers
om liefde, en enkel dat als leidraad te nemen
voor het eigen kleine handelen.
De liefde die streelt, helpt, maar ook strijdt met koppigheid,
die met overtuiging elke vorm van haat weerlegt,
elke vorm van misbruik aankaart, waar en wanneer ook.
De liefde, zegt de dichter, kan met het hart doen
waar het hoofd op blokkeert.
Kan het hoofd weer richting geven.
De liefde zegt de dichter.
Wat anders?

Geert Six

De Gazet