De milieucrisis in quarantaine?

Sébastien Hendrickx over de oprichting van het Burgerparlement rond de ecologische noodtoestand.

Sinds corona zit het debat over klimaat en milieu in de diepvries. En dat is allerminst waar het thuishoort, zo oordeelt een brede coalitie van bezorgde burgers en organisaties. Ze legden onlangs de vraag tot de oprichting van ‘een Burgerparlement over de ecologische noodtoestand’ op de tafel van de regering De Croo.

Het initiatief vertrok bij een klein groepje burgers, maar wordt intussen ondersteund door meer dan dertig organisaties en burgerbewegingen zoals Hart boven Hard, Greenpeace en 11.11.11. En omdat het de nood aan democratische vernieuwing en de zorg voor onze planeet aan mekaar plakt verdient het onze volle aandacht, nietwaar. Sébastien Hendrickx, naast een oude bekende voor de Unie ook dramaturg, kunstcriticus, docent én samen met Youna Marette woordvoerder voor het Burgerparlement, maakt ons wegwijs.

Om met het virus te beginnen: de corona- en de klimaatcrisis zijn twee kanten van dezelfde medaille?

Sébastien: “Dat is zo. Corona maakt duidelijk dat de klimaatcrisis maar een van de elementen is van wat wij liever de ‘ecologische crisis’ noemen. De uitbraak van het virus en de groeiende kans op toekomstige pandemieën, hangt bijvoorbeeld ook samen met hoe we aan landbouw doen. Door ‘het klimaat’ te gebruiken als passe-partout om het grotere probleem te benoemen, komen we ook met verkeerde oplossingen. Want dan heb je het voornamelijk over de CO2-uitstoot. En om die naar beneden te krijgen lijken elektrische auto’s misschien een goed idee. Maar als je de impact op het milieu van de productie van nieuwe auto’s en de verwerking van de afgedankte exemplaren mee in rekening neemt, is het dan nog wel slim om zoveel auto’s te blijven produceren? Naast de opwarming van de aarde botsen we in de ecologische crisis dus op nog andere zogenaamde planetaire grenzen zoals het verlies van biodiversiteit, de verzuring van de oceanen, massale verontreiniging, … Sommige grenzen zijn we al ver overschreden, andere dreigen we te overschrijden. In elk geval zal elk bestuur van de 21ste eeuw rekening moeten houden met die grenzen.”

Waar staan we, vijf jaar na het klimaatakkoord van Parijs?

“Op veel vlakken zijn we te laat. In het klimaatakkoord van Parijs, dat dus voornamelijk over ons klimaat gaat, engageerden landen zich om de opwarming ervan onder de twee graden te houden, en in het beste geval zo dicht mogelijk bij die fameuze anderhalve graad; die halve graad verschil lijkt in ons dagelijks leven niet veel te betekenen, maar heeft een grote impact op het verhogen van de zeespiegel of het onbruikbaar worden van landbouwgrond. Wel, geen enkel land ter wereld zit op schema om de in Parijs afgesproken klimaatdoelen te halen. Daarom spreken we misschien beter niet langer van een crisis, maar van een nieuw tijdperk dat we ingaan, waarin we ons moeten afvragen hoe we zullen omgaan met de gevolgen die er nu al zijn en hoe we tegelijk nog ergere scenario’s voorkomen.”

Wat stellen jullie voor dat er zou moeten gebeuren?

(lacht) “Je stelt de vraag aan de verkeerde persoon. Zelfs al zou ik daar zelf ideeën over hebben, dan zou het verkeerd zijn deze hier te formuleren. Dat is juist het ding. Het Burgerparlement stelt niks voor behalve het Burgerparlement zelf. We willen net dat élke burger mee zou kunnen beslissen wat er moet gebeuren.”

Een van de redenen waarom jullie dit initiatief hebben genomen is omdat jullie teleurgesteld zijn in de politiek. Als de impact van de milieucrisis zo veel groter zal zijn dan die van de coronacrisis, waarom slaagt de politiek er dan niet in om even krachtdadig in te grijpen?

“Het is eerst en vooral een complexe crisis, waar politici moeilijk vat op krijgen, en met de boodschap dat we anders moeten gaan leven vallen maar weinig stemmen te winnen. De mens is een gewoontedier. Hij stapt niet graag uit zijn dagelijkse routines, hoewel we met corona zien dat als de nood het hoogst is, we daar wel toe in staat zijn. De milieucrisis blijft voor veel mensen ook ver van hun bed. We lezen in de krant over grote bosbranden in Californië en Australië, maar de hele directe gevolgen voelen we hier nog niet. Onze kranten hebben het trouwens liever over het ‘debat’ rond naaktfoto’s van bekende Vlamingen. Daar zitten we echt met een groot probleem. De Britse krant The Guardian heeft vorig jaar 3000 artikels rond milieu en klimaat gepubliceerd.”

“In de huidige coronacrisis moet je als politicus van de ene dag op de andere beslissingen nemen of je krijgt op het einde van de dag veel meer doden. Dat soort van crisismanagement hopen wij met het Burgerparlement net voor te zijn. Want als we doorgaan op de manier waarop we bezig zijn dan komen we pas echt in een hypercomplexe crisis terecht die ons langs alle kanten zal bedreigen. Nog veel meer dan de coronacrisis zal de ecologische crisis een impact hebben op elk aspect van ons dagelijks leven. Dan gaat het niet meer over speekseldruppeltjes in de lucht en hoe we die gaan tegenhouden met maskers en sociale afstand, maar over welk eten er nog in de schappen van de supermarkten ligt, wat onze boeren met hun droge landbouwgronden aan moeten, hoe we met klimaatvluchtelingen omgaan. Want misschien zullen onze streken niet helemaal onleefbaar worden maar grote delen van de wereld zullen dat wel worden, gewoon omdat het er veel te warm is om te wonen, of omdat het land helemaal onvruchtbaar is geworden. Het is geen alarmistische boodschap die ik vertel. De realiteit is alarmerend. Dat lees je bijvoorbeeld ook gewoon in elk rapport van het IPCC, het International Panel on Climate Change, en het IPBES, dat op biodiversiteit focust.”

Je hoort soms dat sommigen er gewoon belang bij hebben dat alles zoveel mogelijk bij het oude blijft?

“Er is inderdaad een heel kleine groep die er belang bij heeft dat het systeem niet verandert. Dat is een feit. En er is een groot probleem met lobbyisme in de politiek. Brussel is na Washington de lobbyhoofdstad van de wereld. Een van de vele argumenten voor iets als ons Burgerparlement is net dat het uit 101 individuele burgers bestaat. Dat is geen groep waar je naar toe kan stappen zoals naar een politieke partij. Als lobbyist voor de fossiele industrie zou ik niet weten hoe ik er moet aan beginnen om zo een Burgerparlement te beïnvloeden.”

Bestaat ons parlement ook niet uit allemaal burgers, voor wie we bovendien gestemd hebben? Waarom laten we hen niet beslissen?

“We vinden niet dat je het ‘gewone’ parlement moet afschaffen. Je moet er iets aan toevoegen dat een aantal problemen ervan, zoals die invloed van lobbyisten, kan deblokkeren. Denk ook aan de particratie. Veel mensen waar wij op rekenen om ons te vertegenwoordigen in het parlement kunnen daar niet zomaar zeggen wat ze zelf denken. Ze moeten de lijn van hun partij volgen. We worden in realiteit dus vertegenwoordigd door een heel kleine groep mensen: de leden van partijkaders. Wie vertegenwoordigen zij dan? Daarbij is ons parlement geen goede afspiegeling van de samenleving. 20 procent van de parlementsleden is jurist, terwijl minder dan 1 procent van de bevolking een juridische achtergrond heeft. Waar zijn de mensen met een arbeids-, migratie- of landbouwachtergrond? Hun stem wordt te weinig gehoord. Ook zorgt de mediatisering van de politiek tot sterk gepolariseerde stellingnames waardoor het debat vaak stilstaat. Kijk naar de voorbije regeringsvorming. Na vijftien maanden regeringsonderhandelingen kan je niet ontkennen dat het systeem sputtert.”

Jullie Burgerparlement bestaat uit 101 burgers die uit de Belgische bevolking worden geloot. Hoe rijm je toeval met representativiteit?

“Bij die loting wordt rekening gehouden met een aantal criteria zoals je leeftijd, je gender, je woonplaats, of je in de stad woont of op het platteland – dat is bijvoorbeeld belangrijk voor hoe je over mobiliteit denkt. Ook opleidingsniveau is belangrijk. In ons parlement zitten heel veel hoog opgeleide mensen, wij noemen dat ‘theoretisch opgeleiden’. De Convention Citoyenne pour le Climat, het burgerparlement dat in Frankrijk is georganiseerd als antwoord op de gele hesjes, bestond voor een derde uit praktisch opgeleide mensen. Geen enkel verkozen parlement ter wereld kan dat nadoen.”

Wat wordt er van mij verwacht als ik word uitgeloot?

“We vragen je om in de loop van een jaar elf sessies van drie dagen te volgen. Om dit voor iedereen haalbaar te maken willen we zo veel mogelijk drempels weghalen. We vergoeden mensen voor hun werk binnen het Burgerparlement, voor alleenstaande vaders of moeders voorzien we kinderopvang, … De eerste fase is de informatieve fase. Dan komen een heleboel experten spreken. Niet alleen de evidente milieuwetenschappers maar ook ervaringsdeskundigen zoals een boer die vertelt wat er vandaag al op zijn akkers aan het veranderen is. De selectie van die mensen gebeurt door een onafhankelijk panel. Een goed uitgedacht organigram zorgt ervoor dat de groep experten evenwichtig is samengesteld. Ons organigram is min of meer overgenomen van de Franse Convention. Je kan veel zeggen over de Convention maar niet dat die niet goed werd georganiseerd. Op de website van de Convention staat trouwens de hele lijst van hun sprekers.”

Is het mogelijk dat klimaatontkenners als experten aan de tafels plaatsnemen?

“Neen. Het is van belang dat de experten ideologisch divers zijn, maar tegelijk houden we rekening met de wetenschappelijke consensus over de milieucrisis. Je hoort vaak dat je ‘de twee klokken’ moet horen. Maar als minder dan een procent van de wetenschappelijke gemeenschap zegt niet te geloven dat de klimaatopwarming door menselijk activiteit is ontstaan, tegenover de consensus van al de rest dat dit wel zo is, dan zijn dat geen twee klokken meer.”

“De tweede fase is de langste. Dan worden de uitdagingen en mogelijke oplossingen in kleine groepjes besproken. Daarbij zit je rond de tafel met mensen die in heel andere situaties leven, die heel andere belangen hebben dan jezelf. Uit alle eerdere experimenten blijkt dat mensen door deze gesprekken meer oog krijgen voor het algemeen belang. Niet dat ze hun eigen belang opzij zetten, maar ze zien ook dat er ‘eigenbelangen’ zijn van heel veel anderen. Op het einde van deze fase worden alle voorstellen aan de volledige groep voorgelegd. Wij stellen voor dat 60 procent akkoord moet zijn met een voorstel voor het in de finale tekst komt.”

Wat gebeurt er uiteindelijk met die voorstellen?

“Een juridisch panel vertaalt de weerhouden voorstellen in een juridisch samenhangende taal en duidt aan op welk niveau het moet worden besproken, federaal en/of regionaal. Ons idee is dat die vervolgens worden uitgevoerd door de bevoegde regering, of gestemd in het bevoegde parlement. Als dat een voorstel wegstemt, moet het argumenteren waarom.”

Komt alles zo via een lange omweg toch weer niet terecht in het politieke forum waar particratie en lobbyisme de kop opsteken, net wat jullie willen vermijden?

“We kunnen leren uit wat er in Frankrijk is gebeurd. Daar had president Macron op voorhand verklaard dat elk voorstel zou worden gestemd in het parlement, per presidentieel decreet zou worden uitgevoerd of in een referendum aan de hele bevolking zou worden voorgelegd. Maar lobbying en politieke tegenkanting hebben die belofte helemaal ondergraven. Het is een realiteit waar we ons moeten van bewust zijn. Eens de voorstellen bij de politici terechtkomen is het werk niet af. Het is moeilijker voor politici of lobbyisten om een voorstel dat niet van één partij komt maar van 101 burgers die representatief zijn voor de Belgische bevolking (van de West-Vlaamse boer tot de Waalse academica) zomaar opzij te schuiven. Toch moet er achteraf gemobiliseerd worden rond de voorstellen van een Burgerparlement.”

Maar in principe kunnen er dus ook voorstellen geformuleerd worden die de milieucrisis net bestendigen, iets wat jullie allesbehalve willen?

“De Convention in Frankrijk heeft aangetoond dat burgers, als ze horen wat er op het spel staat, niet zullen voorstellen om de aarde zomaar te laten opwarmen. Wel zullen ze discussiëren over hoe ze de verdere opwarming of het biodiversiteitsverlies kunnen voorkomen, met welke maatregelen. Je kan namelijk veel verschillende keuzes maken om daar te komen.”

Gezien de ernst van de toestand, is er nog wel tijd om de hele weg van het Burgerparlement af te leggen? Moeten, net als bij de coronacrisis, de experten niet aan zet komen?

“Dat gaat niet werken. De voorstellen om de milieucrisis te bestrijden zullen een nog grotere impact hebben op ons dagelijks leven dan de voorschriften om het virus het hoofd te bieden. Als die enkel van experten komen, zullen ze niet worden aanvaard door de brede bevolking. Dat zie je met de huidige crisis ook al. Je moet een democratisch draagvlak hebben. Experten zijn ook maar representatief voor een bepaalde klasse van de bevolking. Hun beslissingen houden niet altijd rekening met levensomstandigheden van mensen die in een heel andere context leven. Het beste voorbeeld zijn de gele hesjes. Het feit dat een president op voorstel van experten een CO2-taks doorvoert maar daarbij geen rekening houdt met het feit dat veel mensen op het platteland hun auto dagelijks nodig hebben, heeft geleid tot hun volledig terechte protest.”

Uit jullie voorstel spreekt een groot vertrouwen in de burger.

“Ja, inderdaad. In die zin is het een heel positief voorstel. En het is geen wensdenken. Buitenlandse voorbeelden tonen aan dat burgers de verantwoordelijkheid die ze in zo een Burgerparlement krijgen heel ernstig nemen. In Frankrijk hielden ze tussen de verschillende sessies door contact met elkaar, voerden ze informatiecampagnes in eigen stad. En in het katholieke Ierland was er decennia lang geen enkele politieke partij die haar nek wou uitsteken voor de legalisering van abortus. Uiteindelijk is daar een burgerassemblee tot een consensus gekomen dat in een referendum aan de bevolking werd voorgelegd, en daar is abortus nu legaal.”

Dat het regeerakkoord een hoofdstuk bevat met de titel ‘democratische vernieuwing’ en spreekt van experimenten met nieuwe vormen van burgerparticipatie stemt hoopvol. Wat is de kans dat het Burgerparlement er ook effectief komt?

“We zijn in gesprek met verschillende politici, kabinetten en leden van de federale regering. Ik heb de indruk dat men het voorstel serieus neemt. Uiteraard, hoe meer organisaties en mensen erachter staan, hoe meer druk we kunnen zetten. Zo werkt het natuurlijk. Sowieso zouden we het Burgerparlement binnen de huidige legislatuur van de regering De Croo willen gerealiseerd zien. Hoe sneller hoe beter.”

Wil je deze vraag om een Burger parlement rond de milieucrisis op te richten steunen? Via www.hetburgerparlement.be kan je een mail of tweet naar onze politici sturen. Op deze site vind je ook het volledig uitgewerkte voorstel en een heleboel andere info. Alle info over het Franse broertje vind je op www.conventioncitoyennepourleclimat.fr.

interview Joon Bilcke

De Gazet