Filosofe Hannah Arendt zei ooit: “Wanneer mensen niet meer weten wat wel of niet waar is, kan je hen alles doen geloven. Een situatie waarin mensen geen vertrouwen meer hebben in de samenleving en in hun medemensen, moeten we absoluut vermijden.”

Waarheid is niet relatief

“Er zijn feiten, er zijn meningen en er zijn leugens”, zegt histo­rica Deborah Lipstadt.

Wanneer mensen bewijs vinden dat in strijd is met hun over­tuigingen, wijzen zij dat bewijs af en gaan ze vervolgens nog sterker overtuigd zijn van hun oorspronkelijke standpunt. Dit is een manier om ons wereldbeeld en onze kernovertuigingen te beschermen. In het algemeen zijn mensen geneigd om infor­matie zodanig te zoeken, te interpreteren en te onthouden dat deze ondersteuning vormen voor hun persoonlijke ideeën, terwijl minder aandacht wordt besteed aan informatie die deze ideeën tegenspreekt.

Een ‘gerucht’ is dan weer een verhaal dat vaak verrassend of zelfs zorgwekkend is en dat snel wordt doorverteld. Aangezien het internet de uitwisselingen tussen mensen veel gemakkelijker maakt, bevordert het ook de verspreiding van deze geruchten. Heel vaak hebben geruchten te maken met onze grote angsten: de dood, vreemdelingen, ziektes, technologie, de vooruitgang, de mondialisering. Daarom kennen ze zoveel succes. Belangrijk om weten: op het moment dat een gerucht circuleert, weten we niet of het waar of niet waar is. Wordt het gerucht bevestigd, dan wordt het een authentieke informatie. Blijkt het niet correct, dan gaat het om valse informatie.

In tegenstelling tot een gerucht verzet een ‘complottheorie’ zich in het kader van een gebeurtenis tegen de officiële versie die wordt gesteund door de autoriteiten of de grote media, en dat is haar uitgangspunt. Ze beweert een verklaring te onthul­len die opzettelijk zou worden geheimgehouden. Denk maar aan de theorieën over de Illuminati, de geheime diensten, bepaalde minderheden of de vrijmetselaars. Wat willen deze groepen? Ze organiseren een complot, met andere woorden: ze handelen in het geheim om de wereld te domineren, uit te buiten, corrupt te maken of, erger zelfs, te vernietigen door te profiteren van de medeplichtigheid van de overheden en de media die hun invloed zouden verdoezelen.

‘Desinformatie’ is nog iets anders. Bij desinformatie worden de informatietechnieken gebruikt om het publiek opzettelijk op het verkeerde been te zetten, om feiten te verbergen of te verdraaien. Ziehier het bekendste voorbeeld: in 2003 startten de Verenigde Staten de oorlog in Irak, zogezegd omdat dat land beschikte over massavernietigingswapens. Die werden echter nooit gevonden en met reden, er waren er namelijk geen.

Fake news wordt zes keer meer gedeeld op sociale media dan echt nieuws. En tijdens de coronacrisis ging het nóg sneller. Ja, dat ligt aan de algoritmes van de sociale media, maar evengoed aan uzelf. En aan de iPad die u cadeau gaf aan oma en opa. Want de grote motor van de fake news-fabriek zijn wijzelf, de massa sociale mediagebruikers. Het zijn wij die ervoor zorgen dat nep­nieuws op X zes keer zo snel vliegt als echt nieuws. Fake news reserveerden we vroeger voor de kroeg, maar nu zien we het zwart op wit terugkeren aan de online-toog-die-nooit-sluit. België telt zo’n 8 miljoen actieve sociale mediagebruikers, de meesten van hen op Facebook. X telt zo’n 1 miljoen gebruikers in ons land.

Superverspreiders

Facebook en X hebben als superverspreiders mechanismes die ‘spannende’ berichten helpen weergalmen. “Algoritmes selecteren niet alleen je berichtenstroom op basis van je eerdere klikgedrag – wel nog berichten over Club Brugge, niet over Anderlecht – ze signaleren ook berichten die je mogelijk interessant vindt”, zegt professor Nieuwe Media & Journalistiek Michaël Opgenhaffen van de KU Leuven. “Ik volgde Trump niet op X, maar kreeg wel berichten van hem te zien omdat vrienden die retweetten. Het algoritme maakt iets trending als het een steile piek in trafiek herkent, en die berichten zo nog een extra zetje geeft. Berichten over hongersnood of vergrijzing circuleren óók op X, maar krij­gen dat zetje niet zonder die plotse piek. Dat zelfversterkend effect van het algoritme is ook de beste verklaring voor het succes van fake news en complottheorieën”. En dus ook voor de vreemde voeten van Patricia.

Het principe van de filterbubbel – je ziet overwegend berichten die je leuk vindt – hangt samen met het verdienmodel van soci­ale media: hoe langer je erin blijft hangen, hoe beter het medium adverteerders kan beloven dat je hun gerichte advertenties ziet. Facebook is wel nog een doorgedreven vorm van die filterbubbel waarin nepnieuws floreert: de aparte groep of pagina waar je nog uitdrukkelijker je eigen mening bevestigd ziet. Als de fakenewsfa­briek écht zou bestaan, waren dit de kantines vol gelijkgezinden. Zo hebben Viruswaanzin VZW (dik 10.000 leden) of Preventie Vaccinatieschade (1.600 abonnees) veelzeggende namen: het coronabeleid is nergens op gebaseerd, en vaccinatie veroorzaakt schade. Zulke ‘echokamers’ blijken vaak een voedingsbodem voor complottheorieën. Zoals de bewering dat de coronacrisis op gang is gebracht door een duistere elite om iedereen ziek te maken of te kunnen volgen na een vaccinatie.

Charlatans en zwendelaars

Sowieso zijn er ook alweer nieuwe wegen die nepnieuws kan nemen, beseft Opgenhaffen. WhatsApp, bijvoorbeeld. Discreter nog dan Facebookgroepen of -pagina’s, en om die reden ook minder onderhevig aan deelschaamte als iemand een gek ver­haal wil rondsturen. Reinout Van Zandycke, zaakvoerder van communicatiebureau Exposure, weet dat ook politieke partijen als Groen en Vlaams Belang al experimenteren met WhatsApp. “Hier zijn géén algoritmes, het is een directe manier van com­municeren. Binnen het uur heeft 90 procent van de ontvangers je WhatsApp-bericht gezien, een percentage dat Facebook niet haalt.”

“Probeer niet te denken vanuit angst, want dat is juist waar veel complottheorieën op inspelen. Spinoza waarschuwde al voor charlatans en zwendelaars die misbruik maken van de wanhoop die voortkomt uit leed en tegenslag. Volgens mij lijkt dat mecha­nisme, die gevoeligheid voor bijgeloof, op hoe mensen nu zo open staan voor complotten. Maar wees kritisch, vooral naar jezelf dus.”

Tegenwoordig word je pas als kritisch denker gezien als je een argwanend denker bent. Maar argwaan is niet voldoende voor kritisch zijn. ‘Ik geloof niet in feiten.’ Gaat dat een stap verder dan: ‘Iedereen heeft zijn eigen waarheid’?

Jef Germonprez

 

Beeldend werk – Jef Germonprez