… en terwijl ik dit zit te schrijven, sijpelt het nieuws binnen van een verwoestende brand in een ondergrondse bar in het Zwitserse skioord Crans-Montana… nee, een mooi begin van het nieuwe jaar is dit niet.

We zouden het dus hebben over vuur en brand. Meteen was ik benieuwd naar wat er in de muziek hierrond te vinden zou zijn. Wel, in muziek wordt véél, héél véél gezongen en geschreven over de vlammende liefde, ook wel passie genoemd, die verwoestend en verslindend kan toeslaan, om ons dan, zodra het vuur is opge­brand, pijnlijk achter te laten. Anderzijds blijkt vuur ook de mogelijkheid om schoon schip te maken met alles waar een mens van àf wil. Alles herleiden tot as, onverbiddelijk platbranden. In de hoop, of de wetenschap, dat uit die verbrande resten nieuwe dingen ontstaan. Zo wordt vuur gezien als de drijvende en inner­lijke kracht achter creatie en transformatie. Het symboliseert de spirituele vonk die ons in beweging brengt en ons de moed geeft om obstakels te overwinnen.

Zingend over vuur, vlammen en brand

De meest bizarre vermelding van vuur vond ik in het werk van de Britse band The crazy world of Arthur Brown – meteen ook de titel van hun debuutalbum. Naast hun meest bekende nummer Fire vond ik het verrassende Fanfare/Fire Poem uit 1968, over transformatie door vuur – metaforisch voor psychische chaos en verlies aan stabiliteit. In een surrealistisch en nachtmerrieachtig scenario gaat het als volgt:

Ik lig in het gras, langs de rivier, maar de omgeving verandert dras­tisch: gras verandert in zand, de rivier wordt woeste zee, die plots in vlammen uitbarst.

Ik adem rook in, er komt vuur in de hersenen en vreemde vormen worden in vlammen gezogen… en ik keek omhoog en zag een vorm die naar me glimlachte en wenkte, zeggend: kom naar huis.

En ik richtte me op en ging steeds hoger en hoger en hoger, en ik reikte naar de vorm, en toen ik uitreikte, verbrijzelde de vorm en waren mijn handen leeg!

En ik viel, ik viel, ik viel in de vlammen en ik wist dat ik zou ver­branden! Ik zou verbranden! Wat is het hier warm! Laat me eruit! Alsjeblief!

Ok, heel psychedelisch, maar het ademt helemaal de tijdsgeest van drugs en geestverruimende middelen die toen in opmars waren…

Bevinden we ons nu ook niet in een surrealistische onzekerheid, chaos en verandering? Zijn de voorbije jaren ook niet alle even­wicht en houvast aan het verglijden? We hebben het gevoel het vertrouwen in de nu heersende democratie en gerechtigheid te verliezen, en moeten ons behoeden voor angst voor en overgave aan ‘valse krachten’ (nee, ik noem geen namen – dat doen de media wel in overvloed) om dan op ‘het einde’ ontnuchterd en met lege handen achter te blijven…

Ook Adèle hanteert vuur in haar lied Set fire to the rain (2013). Hier ook in de metaforische betekenis van iets onmogelijks toch te doen. Zij heeft het over een relatiebreuk en de pijnlijke nasleep ervan en verwoordt poëtisch hoe ze de kracht vindt om toch door te gaan, ondanks de pijn, door de regen in brand te steken. Hoe Johnny Cash gevangen zit in The ring of fire gaat dan weer over een laaiende, verzengende liefde en wat dit teweeg kan brengen. I fell for you like a child, oh, but the fire went wild. The flames went higher and it burns, burns, burns the ring of fire. Nee, geen ont­komen aan. En iedereen kent wel, of hoorde al wel eens, hoe Neil Young het verwoordt in zijn My My, Hey Hey (1979): It’s better to burn out, than to fade away. Het is beter op te branden dan lang­zaam uit te doven… of net niét, soms?

Bitterzoet

Inspiratie voor Things we lost in the fire (2013) vond de Londense band Bastille in het afbranden van het huis van een vriend. De huisbrand staat in dit lied als metafoor voor de emotionele klap die hoort bij het einde van een relatie, maar ook voor het ver­lies van gedeelde herinneringen. Tegelijk focust het beeld op het verdergaan, opnieuw beginnen en de bitterzoete smaak van los­laten. In zijn Liefde voor muziek schreeuwt Raymond van het Groenewoud dan weer om vuur: En geef me vuur, en geef me vuur, nee, geen lucifer natuurlijk, maar passie elk uur.

Van Billy Joel kent iedereen wel zijn We didn’t start the fire (1989). Hierin benoemt de bard in chronologische volgorde (!) historische feiten en namen die betekenis hebben gehad in zijn (toen) 40-jarige bestaan. Het loont zeker de moeite om de tekst eens te googelen en zo een reis doorheen de recente geschiede­nis te maken. Je herkent zeker en vast namen en feiten, maar de sleutelzin in het refrein zegt veel over zijn visie op het verloop der tijden:

we didn’t start the fire
no, we didn’t light it, but we tried to fight it
we didn’t start the fire
it was always burning, since the world ‘s been turning
we didn’t start the fire
but when we are gone
it will still burn on, and on, and on, and on, and on.

Ongetwijfeld kan u dit lijstje zelf nog aanvullen. Wij hebben voor u alvast een bescheiden playlist samengesteld. Neem een fleecke, een thee of koffiekan of warme wijn bij de hand en laat je leiden doorheen de warm kracht van muziek.

Luister hier naar de playlist op Spotify!

Marijke Dejaeghere