SPELEN OVER GENERATIES HEEN
In De Clash brachten de Unie en Antigone jong en oud samen op het podium. Via improvisatie, schrijven, spelen en luisteren groeide iets kostbaars: een familie die samen durfde nadenken over het leven en de dood, over vriendschap en afscheid. Met enkele van hen blikken we terug op hoe De Clash meer dan een voorstelling werd: een gedeeld stuk leven.
Laten we starten met de jongste spelers: wat vond jullie het mooiste aan De Clash?
Atharvv (9): “Ik vond het leuk omdat iedereen zo lief is. En omdat het over fantasie ging, niet over iets wat echt gebeurd is. Dat maakt het leuker. Het is net als de dood: iets onverwachts. Je weet niet wat er zal gebeuren op scène.”
Sakina (9): “Mmm… ik had altijd wel wat zenuwen. Nu ook een beetje, ik weet niet goed waar te beginnen met vertellen.”
Atharvv: “Ik weet het ! In het begin vond ik het heel spannend. Het was de eerste keer dat ik zoiets deed met zoveel verschillende leeftijden. Er zijn mensen van acht, achttien, dertig, veertig, zestig en zelfs tachtig jaar. Dat was helemaal nieuw voor mij.”
Nick en Christine, hoe hebben jullie het ervaren om met kinderen samen te werken?
Christine (79): “Eigenlijk vond ik het heel leuk. Zoals Atharvv zei, iedereen was vriendelijk voor elkaar. Volwassenen voor kinderen, en kinderen voor volwassenen. Dat liep heel vlot. Ik was ook verwonderd over hoeveel fantasie ze hebben. Ze deden echt hun best om iets te vinden en te vertellen. Er was helemaal geen onderscheid tussen jong en oud. Dat vond ik bijzonder.”
Nick (64): “Het ging eigenlijk vanzelf. We begrepen elkaar op een intuïtieve manier en steunden elkaar in elke stap van het proces. Dat maakte deze groep zo bijzonder. Leeftijd speelde geen rol, wat telde was de openheid en het vertrouwen waarmee we samenwerkten. Iedereen bracht iets unieks mee, en juist die verschillen zorgden voor verbinding.”
Kenden jullie elkaar al op voorhand?
Christine: “Nee, helemaal niet. We kenden elkaar van tevoren nog niet. We hebben elkaar pas echt leren kennen tijdens het maakproces van de voorstelling. In die periode groeiden we naar elkaar toe, zowel op creatief vlak als persoonlijk. Het was mooi om te merken hoe snel er een hechte groep ontstond, ondanks dat we in het begin vreemden voor elkaar waren.”
Hoe verliep het werken aan de voorstelling?
Christine: “Voor mij was het een nieuwe manier van werken. Bij veel andere voorstellingen krijg je een tekst die je gewoon uit je hoofd moet leren. Nu mochten we zelf teksten schrijven, vertrekken vanuit eigen gevoelens en ervaringen. In het begin vond ik dat spannend, want teksten leren gaat met ouder worden niet vanzelf. Maar het viel beter mee dan ik had gedacht.”
Nick: “Voor mij voelde het meteen vertrouwd. Ik ben het gewend om te werken vanuit improvisatie, dus die werkwijze sloot goed aan bij hoe ik graag speel. Wat me vooral raakte, was hoeveel ik kon leren van de kinderen. Ze zijn pas acht of negen jaar oud, maar zo volwassen in hun manier van denken en spelen. Ze durven, ze zijn eerlijk, en ze hebben een openheid waar je als volwassene alleen maar bewondering voor kunt hebben. Ik heb echt respect gekregen voor hoe zij omgaan met het maken van theater.”
Sakina: “Ik vond het heel fijn dat we onze eigen teksten mochten schrijven. We konden zelf kiezen waar we over wilden schrijven, en dat gaf zoveel vrijheid. Maar wat ik het allerleukste vond, was hoe we elkaar eerst echt leerden kennen voordat we begonnen met het maken van de voorstelling. We praatten met elkaar, hielden elkaars hand vast, luisterden naar elkaar en keken elkaar in de ogen. Zo ontstond er echte vriendschap.”
Hoe belangrijk is dat voor jou?
Sakina: “Op school heb ik soms het gevoel dat als een meisje met een jongen omgaat, mensen direct denken dat je verliefd bent. Bijvoorbeeld, als je naast een jongen zit of zijn hand vasthoudt in de rij, dan zeggen anderen meteen “Jullie zijn verliefd !” Maar dat is helemaal niet zo. Daarom durf ik op school minder snel met jongens te spelen. Hier, in de groep, was dat anders. Hier voelde ik me vrij om gewoon vrienden te zijn, zonder dat iemand er iets raars achter zoekt. Dat is fijn. Hier kon ik gewoon mezelf zijn.”
Hoe ben je in het theater terechtgekomen?
Sakina: “Via een workshop bij Antigone, waar we veel spelletjes speelden.”
Atharvv: “Ik ook. Daar ontdekte ik hoe leuk theater kan zijn. Voetbal vond ik niets. Theater is mijn ding. Ik kom uit India Niemand uit mijn familie heeft ooit op een podium gestaan. Nu ben ik de eerste die iets kan laten zien in mijn familie. Ik ben enig kind en mijn ouders kwamen kijken. Dat maakte me trots. In India heb je kleinere podia. Hier in Europa is het allemaal veel groter, met felle lichten en een andere sfeer. Ik ben gelukkig dat ik nu de kans krijg om mee te doen aan theater.”
De voorstelling gaat over leven en dood. Hoe zijn jullie daarmee omgegaan?
Christine: “In het begin voelde het thema van de dood zwaar, maar door er samen over te praten, werd het draaglijker. We leerden dat de dood bij het leven hoort en dat we ermee moeten omgaan. Wat me het meest raakte, was hoe we de schoonheid van herinneringen en de liefde na verlies in de voorstelling verwerkten, zelfs met ruimte voor humor, waardoor het minder zwaar werd.”
Atharvv: “Ik dacht eerst dat het alleen maar verdrietig zou zijn. Maar door te spelen, door samen te lachen, heb ik geleerd dat dood niet alleen huilen betekent. Het kan ook mooie herinneringen oproepen.”
Sakina: “Toen ik hoorde dat het over dood ging, dacht ik meteen aan mijn broertje die is gestorven toen hij nog maar een week oud was. Dat was heel zwaar voor mij. Maar door het schrijven en spelen werd het lichter. Ik heb het gevoel dat ik nu beter kan omgaan met verdriet.”
Als je terugblikt, wat blijft dan het sterkst hangen?
Atharvv: “Dat je je kindertijd moet koesteren. Want als je volwassen wordt, kom je niet meer terug naar dat kind-zijn. Dat is me echt bijgebleven.” Christine: “Ik ben verwonderd over hoeveel jonge mensen vandaag weten, hoeveel interesses ze hebben.” Nick: “En ik vind het fijn dat we met deze voorstelling konden laten zien dat jongeren meer doen dan achter een scherm zitten. Ze brengen echt iets bij aan de wereld.”
interview Angelina Toemasian




