Aanvankelijk leek mijn rol als coördinator bij A’kzie duidelijk: de opvolging en communicatie rond het theaterstuk. Al snel werd duidelijk dat mijn taak breder zou zijn dan dat. Naast coördinator werd ik ook sociale coach. Een rol die ik met volle goesting opnam, al gaf het me eerlijk gezegd ook wat schrik. Het was intensief, vroeg veel engagement en beperkte mijn flexibiliteit. Maar het voelde juist. Ik maakte er dus een prioriteit van.

Vanaf het allereerste moment voelde het ‘speciaal’. Er was een openheid, een zachtheid, maar ook een kracht die ik moeilijk in woorden kon vatten. En eigenlijk nog steeds niet… Toen we begonnen te repeteren met tekst op scène, werd me gevraagd om zelf eens iets te proberen. Ik kreeg een lange sliert wc-rollen op mijn hoofd. “Hier… dat is jouw tekst.” En plots stond ik daar. Op scène. Met een sliert rollen. Met een rol. “Ow shit… en nu?” Ik werd deel van het stuk. Deel van de groep. Deel van iets dat veel groter was dan theater alleen. Want dat was precies waar dit project ook om draaide: vrouwen uit hun isolement halen, eenzaamheid doorbreken, verbinding creëren. En daarin zijn we, zonder twijfel, geslaagd. Elke repetitie opnieuw zagen we die groei. Elke voorstelling opnieuw zagen we hen stralen. Ik voelde het ook toen ik naast hen op de planken stond. Zelfvertrouwen groeide. Vertrouwen in elkaar groeide. En wat ontstond, ging veel verder dan een theatergroep. We werden een hechte groep. Het is dan ook helemaal niet vreemd dat er ‘gebleit’ werd na onze laatste voorstelling. Niet enkel omdat het project eindigde, maar omdat we voelden wat we samen hadden opgebouwd. Dit was geen tijdelijk projectje. Dit was geen gewone theatergroep. Dit was familie.

Phyllis Cappon