Gezoem en getril maken Michael wakker via zijn ingebouwde nanochip. Hij kreeg het eeuwige leven omdat hij in het verleden een gevierd klimaatactivist was geworden. Eerst werden mensen zoals hij vooral veroordeeld om hun vreedzaam protest, maar nu worden ze – samen met hun strijd – als helden gezien, ook al worden ze verder behandeld als iedereen zonder persoonlijke bezittingen.

Het is 7 uur op zondag 28 augustus 2101. De tijd is overal op aarde hetzelfde. Iedereen leeft binnen, in een futuristische omgeving. Sinds de kernoorlog van 17 september 2042 is leven buiten niet meer mogelijk. Weinigen hadden het geluk om te ontsnappen naar de ruimte, maar ze hebben het niet gehaald.

In slaap gevallen na het bekijken van het virtuele dagboek van zijn opa – die vandaag exact 200 jaar geleden werd geboren – mag Michael vandaag terugreizen in de tijd voor een speciale opdracht. Hij kijkt ernaar uit, terwijl andere familieleden op virtuele reis gaan via een gevoelspak, in speciaal daarvoor ontworpen reisruimtes. Het lijkt alsof het echt is: ze worden meegenomen naar plaatsen zoals de aarde er vroeger uitzag. Vrije tijd is er genoeg, want al het werk wordt tegenwoordig gedaan door robots en persoonlijke technologische assistenten. Terwijl Michael sliep, zorgden de apparatuur en zijn assistent ervoor dat zijn gezondheid optimaal bleef, hij voldoende rust kreeg en de nodige voeding toegediend werd. Alles staat klaar om zo meteen geteleporteerd te worden naar de plaats waar zijn tijdreis zal starten, richting 27 juni 1976. Hij wacht rustig af, terwijl hij nog wat scrolt door het dagboek. Hij is benieuwd hoe het er zal uitzien. Alles is vervaagd, ook al heeft hij dat moment ooit zelf meegemaakt. Hij denkt aan hoe het zal zijn om zichzelf terug te zien op bezoek bij opa, de familie die toen leefde en er die dag ook was. Opa was een rustig persoon die reeds met pensioen was, nadat hij zijn hele leven hard had gewerkt over de grens.

Andere dimensie

Michael staat plots in een enorm grote ruimte met allerlei gespecialiseerde apparatuur. Samen met enkele uitverkorenen wordt hij een pak aangemeten, worden ze in onderbewustzijn gebracht en wordt een krachtige biochip in de hersenen gespoten. Op die manier zullen ze allerlei periodes kunnen passeren in de tijd. Misschien kunnen ze dingen voorkomen om de mensheid te doen inzien wat niet had mogen gebeuren – als dit de huidige tijd maar niet in gevaar brengt. In 1985 werd Michael nog geïnspireerd door tv-series en films en toen al dacht hij aan 2025, hoe het zou zijn in de sciencefiction. Alles wordt vreemd en wazig voor Michael. Plots is hij in een andere dimensie. Hij bevindt zich al opnieuw in de 21ste eeuw waar delen van de aarde al tijden zijn verwoest door overstromingen, droogtes, aardbevingen, instortingen, enzovoort. Het is er nu al ruim 50 jaar onleefbaar en buiten wordt de toestand steeds erger, met gemiddelde temperaturen van 53°C en nauwelijks regen. De toestand zou zich misschien normaliseren vanaf 2150.

Snel worden Michael en zijn team verplaatst naar de jaren vóór de kernoorlog, waar ze zien dat mens en dier zich dankzij toen al bestaande technieken gedeeltelijk konden redden. Van de toen nog vier miljard mensen die leefden, werden er enkele honderdduizenden gered, inclusief hijzelf, naar de huidige situatie in 2101, waar iedereen kan blijven leven, maar er geen nieuwe mensen meer mogen worden verwekt. Helaas verloor hij ook veel familie en vrienden.

Al snel, voorbij de kernoorlog, zien ze enorm veel andere conventionele oorlogen om belangrijke grondstoffen, die gepaard gaan met genocides, vluchtelingen, honger, ziektes, … het is verschrikkelijk. 1976 komt steeds dichterbij. De natuur herstelt zich – vreemd, in de omgekeerde richting. Men had serieus moeten ingrijpen na 1976, toen de eerste echte signalen kwamen. Diersoorten komen terug en overleden mensen zijn er plots weer. Ze beleven opnieuw de protesten, zien mensen als zichzelf die hun best doen om het klimaat te redden, nieuwe technieken. Hij ziet hoe hij zijn auto verkoopt, het vlees laat, allemaal tevergeefs ? Hij ziet zichzelf in de trein, met de fiets op weg naar Manon. Daarnet had hij nog een glimlach op zijn gezicht omdat hij een flits zag van hoe gelukkig ze werd, samen met haar kinderen. Liefde strijdt overal tegen onrecht…

Onderweg vraagt Michael zich af bij welke generatie de fout zou hebben gelegen. Die van hem, na hem, zijn ouders, of toch bij zijn opa ? Had hij zelf harder zijn best moeten doen?

Besef

Uit de radio klinkt Don Mercedes met Rocky, een melodramatisch liedje over iemand die zijn geliefde verliest. In het radionieuws hebben ze het over de Entebbe-vliegtuigkaping en over de sneltrein van Amsterdam over Brussel naar Parijs die ontspoort, samen goed voor enkele tientallen doden. Het weerbericht voorspelt nog steeds warm en droog weer, nadat er ook al een droogterecord was geweest. Duidelijk dat Michael is aangekomen op 27 juni 1976.

Opa zit rustig tv te kijken terwijl oma bezig is met het zetten van koffie, die ze opgiet met een stoffen filterzak. Het water had ze verwarmd met een moor, een fluitketel, op het gasfornuis. Wat een heerlijk geluid is dit om terug te horen. De taartjes staan koel te wachten in een ruimte, want een koelkast is er niet.

Michael ziet zichzelf, ouders en familie aankomen in de auto. Wat een stank, loodvervuiling. Opa heeft geen auto, die heeft alleen een fiets. Hij kijkt rond en ziet geen luxe. Wat er in het huis van zijn ouders wel was: een elektrisch fornuis, verwarming op gas, een wasmachine en een droogkast, zelfs een toilet aangesloten op een waterleiding en overal elektriciteit, voor de koelkast, de frigo, … Hij hoort opa zeggen tegen zijn kinderen dat hij blij is met de vooruitgang, dat hij ook wel enige vooruitgang heeft genoten, maar dat men voorzichtig moet zijn.

Terwijl ze samen in de moestuin rondlopen spreekt opa de bijna 6-jarige Michael aan over de toekomst. Hij zegt dat de mensen ooit wel tot het besef zullen komen hoe ze moeten omgaan met de natuur, en dat hij weet dat Michael daar ooit voor zal zorgen. Michael vraagt of opa ooit heeft meegevlogen met een vliegtuig. “Neen”, zegt opa, “ik beloof dat ik het ook nooit zal doen.” Hij vraagt aan opa of die kolen in het kot wel goed zijn. Opa weet het niet, maar wil tijdens de winter ook wel warm hebben. Michael komt tot het besef dat, zelfs door terug te keren in de tijd, het verleden niet kan worden veranderd, maar dat het inderdaad goed zal komen. Met een gerust hart kan hij zijn huidige tijd weer opzoeken, een tijd zonder conflicten, waar geen nieuwe milieu- en klimaatproblemen ontstaan en er hoop is op beterschap.

Stiekem neemt hij toch het speelgoedsoldaatje mee dat hij ooit verloor in de blauwe Opel Kadett.

Marino Coolsaet, vrijdag 18 april 2109