Hoe te schrijven over de ontgoocheling en de liefde die ik voel, meer dan vijftig later ? In de jaren ‘60 voerden we als young and angry man (and woman) actie tegen het groeiend autopark, wilden we betaalbaar of gratis openbaar vervoer, hadden we wilde plannen om met windmolens onafhankelijk energie te produceren, teelden we onze groenten zelf, leefden we vegetarisch, hingen we ‘ban de bomb’ posters waar we maar konden, protesteerden we militant wanneer men bomen velde. Verder predikten we dat seksualiteit een privézaak is, en vaste relaties te vrijheidsbeperkend, dat men niet nog meer kinderen op deze overladen planeet mocht baren, eisten we vrouwenrechten en financiële onafhankelijkheid, ook voor wie geen werk had. We wilden respect voor de anderen, welk geloof, huidskleur of maatschappelijke stand ze ook hebben. The golden sixties en de liefde. Alles was ‘bijna’ vrij. We werkten af en toe, en wanneer we geld hadden gingen we op reis om te vernemen hoe men elders dan in het dorp van onze ouders leefde. We waren on the road, we wilden weten. We waren er in al onze vrije tijd mee bezig. Want het was vijf voor twaalf: de planeet moest gered!
Toen kwamen de jaren zeventig met de olie- en de andere crisissen. Zij die de kassa beheerden zeiden dat er moest bespaard. No more flowers, no more fun. Geen wekelijkse uitstapjes meer naar Londen of Amsterdam. Van onvoorzichtig vrijen kon je opnieuw doodgaan. We hadden ondertussen een gezin. Een vaste loopbaan hebben was belangrijk geworden. Het lukte nog om het onszelf uit te leggen dat het de anderen waren die het paradijs verziekten, die de planeet om zeep hielpen. Het was ondertussen twaalf geworden. Het gat in de ozonlaag en in onze hoop op het redden van ‘onze planeet’ was te groot geworden om terug toe te dromen. We waren klaarwakker!
Idioot
Dan kwam de digitalisering van mens en wereld. Vanaf de jaren negentig kreeg alles een nieuwe betekenis: de woorden, de gedachten en de handelingen. Ondertussen ouder geworden, waarschuwden we de jongeren dat Orwells 1984 werkelijkheid geworden was. Zij zeiden dat ze niet wisten waarover wij het hadden, terwijl wij steeds minder begrepen waarover zij het hadden. Het leek ons dat ze aan Nieuwspraak deden. Maar zij zeiden dat we ‘niet meer mee waren’. Hun PC en printers hoefden niet langer verbindingskabels. Ze gingen online en wanneer we het nu over Parijs hebben toveren ze toetssnel een afbeelding van de Eiffeltoren tevoorschijn op het scherm van hun smartphone. Foto’s in plaats van woorden, beelden in plaats van verbeelding, een bestaan zonder verbanden, weten zonder kennis. Een samenleving die zonder de ijzerwinkel in de ruimte en de uitbuiting van landen met grondstoffen voor onze communicatiemiddelen niet meer kan. Voor velen is één plus één moeilijk geworden. De waarheid wordt dagelijks ververst, vervangen door de volgende. Echt nieuws dat vaak fake is en fake news dat achteraf toch waar blijkt. Virtuele of echte vijanden die volgens de media veel of weinig gevaarlijk zijn, dat naargelang de mode van de dag. Angst doet kopen, en kiezen. De strijd die we voeren, dag en nacht online. Wie niet ontevreden is, krijgt het label ‘idioot’. We staan met onze handen in het haar en blijven veiligheidshalve zo staan, uiterst voorzichtig om niet te veel van onszelf bloot te geven. Wie zich zonder masker en helm in het mensenverkeer begeeft doet dat op eigen risico.
Zo staan we ’s morgens op en gaan we ’s avonds slapen. Sprakeloos, bang en eenzaam. Als bijna opgeruimde rest van een voorbije tijd. Verwonderd om het vele mooie dat er hoe dan ook is, de kostbaarheid van elk leven. De levenslust van de jongeren. Hun eros en onze desillusies. Wij kijken bezorgd naar onze kleinkinderen. Vrouwen en mannen, stervelingen die hun paradijs nog dromen en willen waarmaken. De nieuwe mensen die dromen, zingen, dansen, vrijen, alternatieven bedenken. Tussen geboorte en dood. Welke wereld laten wij hen na ? Welke wereld hebben zij voor ogen ? Wanneer ik het hen vraag kijken ze me zwijgend aan alsof ze mijn vraag niet begrijpen. Maar misschien ben ik het die hun zwijgen niet begrijp?
Ik zit aan mijn schrijftafel en hoor oude liedjes over liefde en heerlijke tijden die voorbij zijn. Als ik rechtsta voel ik de stramheid in mijn lichaam. Bestaat er ook een ‘stramheid van de geest’ ? Een stramheid die me doet zeggen ‘dat het vroeger beter was’ ? Vroeger was het niet goed, en nu ook niet. Maar het had zeker veel slechter kunnen zijn en het is op veel plaatsen in de wereld slechter. Het is goed dat er dwazen zijn die schrijvend, acterend, musicerend vertellen over de woede voor zoveel en de liefde en vreugde om nog meer. Dat hoop leven is. Praten met de generatie van mijn kleinkinderen en zij die geloven in de vergroening van de ‘groei’ economie wil ik wel, maar over verhuizen naar een andere planeet niet.
José Vandenbroucke

