Dag publiek,

We leven in de tussentijd. In de schemering waarin we het oude verhaal loslaten. Wegens te duur, te onvruchtbaar, te polariserend. De stormen van deze tijd rammelen steeds harder aan ramen en deuren.

We zijn in de overgang. De krantenkoppen schreeuwen over breuken, over onvindbaar geld, over een lege kassa, over een wereld die op haar grondvesten davert. We voelen de kou van de crisis tot in iedere vezel. Het is alsof we allemaal op een perron staan te wachten op een trein die nooit komt, terwijl de klok ongenadig achteruit tikt.

Maar kijk eens goed om je heen. Juist hier, in de luwte van onze zaal, in de geborgenheid van ons café. Juist in de schaduw gebeurt er zeer regelmatig iets wonderlijks. Een mens ontmoet een mens. Geen angst maar nieuwsgierigheid. Een crisis is niet het doek dat valt. Het is het decor dat wordt afgebroken om plaats te maken voor een nieuw stuk. En wij? Wij zijn niet de machteloze toeschouwers. Wij zijn de theatermakers van de overkant. Wij houden van het onaffe, het ongepolijste, alles wat onzuiver is.

Aan de horizon wacht een ander landschap. Ik zie het voor me: een wereld die niet langer is getekend door de scherpe lijnen van ‘wij’ en ‘zij’, maar door de vloeiende penseelstreken van de altijddurende ontmoeting. Daar wacht een toekomst waarin we elkaars kwetsbaarheid niet langer als een wapen tegen elkaar gebruiken, maar als de lijm waarmee we de scherven lijmen. Vrede is daar geen stilte na de storm, maar een levend, pulserend kunstwerk waar we elke dag met velen aan schilderen.

Beste publiek,

Kijk naar de straat. De grijze stoeptegels, hoor de tikkende klokken, de gehaaste stappen naar een volgende deadline. We hebben van het leven een functioneel script gemaakt. Een strak geregisseerd stuk waarin iedereen zijn rol speelt, de blik strak op het asfalt gericht. Hou halt en open de gordijnen van je geest. Verbeelding is de weigeraar van deze voorspelbare choreografie. Zij is het die van een regenplas een sterrenhemel maakt. Zij hoort in het monotone geraas van de ochtendtrein een melancholisch ritme en ziet in de gezichten van vreemden een ongeschreven bibliotheek aan verhalen.

Vrienden, luister naar de stilte tussen de regels door. Voel de hartslag van de buren die naast je zitten. In een sociaal-artistieke beweging zijn we geen losse stemmen in de wind: we zijn een polyfoon koor dat weigert te zwijgen. Wij weven met de draden van vandaag het wandtapijt van morgen. Een tapijt waarin elke kleur meetelt, waarin elke rafelrand een verhaal vertelt en waarin de horizon zachtjes gloeit van belofte.

Chers amis,

In het theater van de dagelijkse realiteit is de verbeelding de enige kracht die de decors kan verzetten. Zonder haar worden we figuranten in een wereld van louter feiten en cijfers. Met haar worden we de schrijvers van onze eigen kleine mirakels. Durf de routine te onderbreken. Kijk omhoog, herschrijf de laatste scène en zie de poëzie die in het alledaagse schuilt. Want pas als we het onzichtbare durven te dromen, wordt het gewone buitengewoon. Weg van de klok, in de maat van de droom, herleeft de straat.

De nacht is diep, ja. Maar de ochtend is komende. En we dragen het licht al in onze handen. Ik droom dus over meer, over een beter menselijk werk. Geniet van de zomer. Tuur naar de einder. Daar ligt een nieuwe belofte, een eindeloos verhaal geschreven door onze kinderen. Onaf en naïef, maar eerlijk, nieuw en authentiek.

Geert Six