Een woord dat je wel meer hoort in de kerst-, eindejaar- of sim­pelweg wintertijd. Alsof we net dan op zoek gaan naar dingen die ons de kou daarbuiten doen vergeten, die een lichtpuntje vormen in de donkerte. Het is van alle tijden, dat uitkijken naar meer warmte en licht, er zijn rituelen en feesten uit ontstaan die nog steeds gevierd worden, weliswaar met een gekerstende twist eraan. Uit alle ervaringen en herinneringen die mijn hartje ver­warmen, wil ik er graag enkele delen.

Prinses

Zo was er onlangs het verjaardagsfeestje van mijn kleindoch­tertje. Daar is iets wat ooit begon als een manier om wat orde te brengen in de chaos, stilaan een traditie geworden. Ik neem jullie even mee naar het feestje van de vijfjarige van toen, haar eerste. Een achttal kleuters staan te popelen om hun cadeautje af te geven. Ze verdringen elkaar, er komt wat duw- en trekwerk bij kijken, kortom het dreigt uit te monden in een onaangename start van de namiddag. Tijd om in te grijpen ! Uit het niets krijgt oma een idee. De jarige zit op een mooi versierde stoel, zij is de prinses. De kleuters zijn de genodigden voor haar feest, maar staan zij wel op de gastenlijst ? Dat moeten we toch eerst even checken. Ik laat de kleuters in een rij staan en één voor één moe­ten ze zich aanmelden bij de Controleur der Aanwezigheden. Ik neem een denkbeeldige lijst ter hand, vraag hun naam, zoek een tijdje en bevestig dan dat ze binnen mogen. Na een plech­tige groet voor de prinses mogen ze hun cadeau overhandigen. De rust keert terug, kinderoogjes blinken en de jarige glundert bij elke groet die haar wordt gebracht. Nu, zes jaar later, vraagt Saar in de aanloop naar haar feestje: “Oma, mijn vriendinnetjes vragen of je weer je lijstje gaat overlopen ?” Want zo is het dus elk jaar gegaan. Het lijstje is geëvolueerd naar een toestel waar­mee ik een foto neem van elke genodigde. Maar het blijft een onmisbaar onderdeel van het feestje. Een van de feestvarkentjes moet ooit tegen haar mama gezegd hebben: ”Ik wil ook zo’n oma Linda”, hihi.

One-eighty

Voor een andere warme herinnering moet ik nog wat verder terug in de tijd. Mijn twee zonen en enkele van hun vrienden hadden de liefde voor het ska­ten opgevat en zochten naar plekken waar ze dat ongehinderd kon­den doen. Al snel bleken de voetpaden in onze straat daar tot hun ontgoocheling niet direct zo geschikt voor. Het maakte een vervelend lawaai, ze hinderden wel eens een fietser, … Kortom, de verdraagzaamheid en vriendschap van de buren bereikte een grens. Ik beloofde eens te informeren bij het stadsbestuur of er een plek bestond waar ze hun nieuwe hobby wèl konden botvie­ren en jawel, die mogelijkheid was er. Nabij de sporthal was er een leegstaand gebouwtje, ’t Fabriekske. Dat konden we afhuren voor een prikje, we hoefden alles maar te regelen met de sport­functionaris. In een one-eighty wip was dat gebeurd, en zo werd de geboorte ingeleid van The Factory, een clubje 13- à 15- jari­gen die wekelijks op vrijdagavond hun duivels ontbonden op een plank met vier wiel­tjes. Stad Harelbeke ondersteunde onze werking. In de zomervakantie moch­ten enkele van onze Handige Harries een atelier gebruiken om skatemateriaal ineen te knutse­len en we mochten in de jeugddienst mee aan tafel om te beslissen welke skatetoestellen daar zouden geplaatst worden (want ja, skaten bleek wel aan te slaan bij de jeugd). Alleen al dat laatste vond ik fan­tastisch, hoe de jeugdconsulent de beslissing overliet aan een groepje ‘ervaringsdeskundige’ tieners, hoe zij zich beluisterd en gewaardeerd voelden. Ook mooi om te zien was, hoe verschillende talenten van die skaters toen al naar boven kwamen. Ze orga­niseerden een contest waar tientallen jongelui op af kwamen, iemand ontwierp een sticker, anderen verzamelden de prijzen, er kwam een heuse website, … ik zag het allemaal onder mijn goedkeurende ogen gebeuren. Na enkele jaren besliste de stad om in het Fabriekske een skatepark die naam waardig te installeren, met verantwoordelijken door hen aangeworven. Zo kwam er een eind aan ons geïmproviseerde clubje dat ondertussen een plekje in mijn hart had veroverd. Maar decennia later zijn er nog steeds jongemannen die mij begroeten met een glimlach en betitelen als ‘skatemoeder’. Hoe mooi is dat.

We zijn volop in de tijd van elkaar ‘geluk’ toe te wensen. Iedereen zal die term wel op een eigen manier invullen. Ikzelf kan erg genieten van kleine momentjes van geluk. Door iets schijnbaar alledaags teruggeworpen worden in de tijd, naar een warme her­innering. Ik schetste er hier net enkele, maar er zijn er zoveel meer, en bij ieder van jullie ongetwijfeld ook. Wat ik dus wens voor het jaar 2026 ? Een jaar vol ‘kleine gelukskes’ die het hart warm houden wanneer de kilte uit de grote wereld ons dreigt te verlammen.

Linda Dedeurwaerder