In 2024 startten de Unie en het Kortrijkse detentiehuis een gezamenlijk sociaal-artistiek traject. Dat resulteerde in het audioverhaal Kortsluiting, gemaakt door bewoners van het detentiehuis. In 2025 werkten die samen met een groep Zorgelozen aan een vervolg, de voorstelling ik wil vliegen en sterren plukken, een ‘film zonder beeld’. We spraken met Luka Mariën en Pauline Augustyn, die het traject artistiek begeleidden.

Luka studeerde radio aan het Ritcs en volgt er nu de opleiding theaterregie. Kortsluiting was haar sociaal-artistieke vuurproef.

Luka: “Als ik dingen maak, hou ik ervan om een eigen wereld te creëren, vanuit mijn fantasie. Maar ik was ook nieuwsgierig naar hoe het zou zijn om eens meer vanuit de realiteit te vertrek­ken. Kortsluiting was een goede gelegenheid om dat te proberen. Voor het vervolg wou ik Pauline er graag bij. We volgden samen de opleiding radio, maar daarna ben ik verdergegaan met thea­ter, terwijl Pauline meer met audio is gaan werken. Het was fijn om die twee achtergronden te bundelen. En ik vond het ook fijn om het project met twee te kunnen dragen.”

Pauline: “Ik kijk altijd vol bewondering naar Luka haar theater­stukken. Ik zie daar een hele fantasiewereld in. Zelf laat ik me graag voeden door de stem en het verhaal van andere mensen, als bouwstenen en inspiratie om iets te maken. Omdat ik vaak in interviews of in ontmoetingen mensen dingen hoor zeggen waar­van ik denk, dit had ik niet kunnen uitvinden. Die ontmoeting is eigenlijk iets wat centraal staat in mijn werk.”

Luka: “Het eindresultaat is een fijne mix geworden tussen mijn werk, dat meer in de fantasie en de ver­beelding duikt, en Pauline haar manier van maken, die van het meer verhalende en het persoonlijke via opgenomen interviews.”

Hoe gingen jullie te werk?

Luka: “Alles vertrok van rond de tafel, vanuit het samen eten. Daar bouw je een connectie op met elkaar, praat je over din­gen waarover je niet zou praten als je meteen begint te werken. Daarna startten we samen iets op te bouwen. Iemand schrijft één zin, geeft die door aan een ander die daar een tweede zin bij schrijft, en zo verder. Dat is heel laagdrempelig om te doen. Iedereen draagt iets kleins bij maar op het einde heb je wel een verhaal dat bij iedereen is gepasseerd.”

Pauline: “Doordat we elkaar wekelijks ontmoetten ontstond er een goeie groepssfeer, een soort van veilige ruimte waar veel gedeeld werd met elkaar, vaak heel persoonlijke dingen ook. Luka en ik konden gaandeweg zien wat er naar boven kwam. Want het is niet dat wij een masterplan hadden. We hadden wel een kader, we wilden een ‘film zonder beeld’ maken, maar hoe die zou klinken of eruit zou zien, daar hadden we eigenlijk geen idee van. Het is fijn om te merken dat het uiteindelijk een echt groepswerk is geworden, een kruisbestuiving van alle mensen rond de tafel, ook mensen die doorheen het project zijn uitgevallen, maar wie hun aanwezigheid hoorbaar is in het eindresultaat.”

Vanwaar kwam het idee om te werken aan een ‘film zonder beeld’?

Pauline: “Misschien omdat we iets wilden doen met audio maar zonder het een podcast te noemen. Want daar hangen toch bepaalde verwachtingen aan vast. En ‘film zonder beeld’, dat zijn drie woorden die iedereen kent, maar zet die samen en je krijgt een vaagheid waar­van je wél voelt dat je die samen kan invullen.”

Luka: “’Film zonder beeld’ spreekt tot de verbeelding zonder dat het afschrikkend werkt. Je kan erin stappen met enkel je stem. Mochten we vertrokken zijn van het plan om een theaterstuk te maken, dan hadden we van in het begin mensen afgeschrikt die zichzelf niet direct op de planken zagen staan.”

In hoeverre heeft de context van het detentiehuis het werkproces en het resultaat beïnvloed?

Pauline: “Het klinkt misschien raar maar ik heb eigenlijk heel veel vrijheid ervaren in het detentiehuis. In de zin dat we daar veel mochten doen. We konden er de eetzaal inpalmen, allerlei materiaal naar binnen sleuren, luide muziek opzetten, in het donker werken en hebben er contactmicrofoons zitten solde­ren. Waarschijnlijk hebben ze dat allemaal door hun camera’s gezien, maar dat kon allemaal. Allez, ik hoorde van Hadewijch Vanhaverbeke, die als radiomaker een sociaal-artistiek project heeft in de gevangenis van Haren, dat dat daar onmogelijk zou zijn.”

Luka: “Wat wel de manier van werken beïnvloedt is dat je start met een groep, maar dat je weet dat die groep constant in verandering zal zijn. Er zullen mensen bij komen, er zullen ook mensen vertrekken, er zullen mensen af en toe afwezig zijn. Als je bijvoorbeeld met een vaste tekst wil werken die je week na week met dezelfde mensen moet kunnen repeteren, is dat moeilijk. Dat is nog steeds een denkoefening, hoe je daar het beste mee omgaat. En dan is audio wel een geschikt medium vind ik. De opnames die je maakt tijdens het werkproces verdwij­nen niet, ook al verdwijnt die persoon uit beeld.”

Pauline: “Maar iedere keer als dat gebeurde, bijvoorbeeld als iemand terug naar de gevangenis werd gestuurd of vrijkwam, voelde je de groep wel even wankelen. Daarvan moesten we wel even bekomen. Maar dat was dan ook een onderdeel van het gesprek. En misschien ook wel een onderdeel van het uiteindelijke werk.”

Is er in een plek als het detentiehuis wel veel ruimte voor verbeelding?

Luka: “Dat moest gaandeweg ontstaan, het vertrouwen bij de spelers van ah ja, wij hebben wel fantasie of gekke ideeën die hier gezegd kunnen worden. Maar dat geldt evengoed voor vrije men­sen. Verbeelding is iets abstract. Hoe begin je daaraan, aan je iets verbeelden?Als mensen dat niet gewoon zijn, hebben ze het over het algemeen moeilijk om hun verbeelding te laten spreken. Heel vaak geloven ze dat ze geen verbeelding hebben.”

Pauline: “Maar de dagelijkse context van hun detentie en de mentale impact die die heeft, is wel bijzonder, en had wel een invloed op de fictie die de bewoners droomden of bedachten.”

Wat onthouden jullie van de voorbije maanden?

Pauline: “Hoe de bewoners in het detentiehuis heel intens samen­leven, als in een micromaatschappij. Dat zorgt voor wrevel, voor frustratie, maar ook voor heel veel schoonheid, vriendschappen en humor. Ik vond dat eigenlijk wel heel fijn om te zien en te ervaren en ook om er af en toe deel van te zijn.”

Luka: “Naast die humor om met hun situatie om te gaan is me ook een soort eerlijkheid bijgebleven die ik super hard apprecieer. Hoe ons, als we weer even iets te vaag aan het uitleggen waren, gewoon werd gezegd waarop het stond.”

Pauline: “En ik bedacht me ook, oké, die mensen hebben al van zoveel afscheid moeten nemen, en ooit gaan zij terug elk hun eigen weg, en dat is ook wel weer afscheid. Die confrontatie met constant afscheid moeten nemen, dat is wel bij mij blijven hangen.”

Wat betekent dit project in jullie parcours als maker?

Pauline: “Het zoeken naar de balans tussen de groep goed aanvoelen, naar iedereen luisteren, en je verantwoordelijk­heid als maker, dat je moet werken richting een eindresultaat. Dat is iedere keer anders en ik heb nog niet de helemaal juiste methode gevonden denk ik. Dit project was een interessante stap in die zoektocht. Daarnaast vond ik het inte­ressant om een voorstelling te maken waarin live tekst en opgenomen audio werden gecombineerd. Dat was nieuw voor mij.”

Luka: “Na Kortsluiting, het eerste project dat ik in het detentiehuis deed, was ik meteen begonnen aan mijn bachelorproef. Daarvoor trok ik met mijn opnamerecorder de straat op om kinderen te interviewen. Ik ben nieuws­gierig naar de verdere wisselwerking tussen interviews en gesprekken met mensen en mijn eigen verbeelding. Ik vind dat die mekaar nog veel meer mogen beïnvloeden.”

Pauline: “Dit project sterkte nog maar eens mijn geloof in de kracht van verhalen. De ontmenselijking van mensen in bepaalde situaties is vaak zó degoutant. Daarom ben ik zo dankbaar om die verhalen te mogen horen, maar ook om die mee naar buiten te kunnen dragen. Dat vind ik zo belang­rijk. Om te blijven empathie vinden voor mensen die in plekken als een detentiehuis verzeild raken, een zware rug­zak met zich meedragen, maar daar op een heel schone en dappere manier mee omgaan.”

interview Joon Bilcke

Wat is een detentiehuis? 

In 2022 opende aan de rand van de stad het Kortrijks detentiehuis. Deze kleinschalige detentiestructuur – zeg niet, ‘gevangenis’ – voor kortgestraften (tot drie jaar) was het eerste in zijn soort in ons land. Detentiehuizen willen een menselijker alternatief bieden voor de vergeetputten die onze klassieke gevangenissen zijn geworden en waar mensen in vaak mensonwaardige omstandigheden zitten opgesloten. Er zijn geen zware deuren met tralies, cipiers zijn er eerder begeleiders, gevangenen heten er ‘bewoners’ en leven samen in leefgroepen. Het regime is er dus vrijer en de begeleiding persoonlijker dan in de gevangenis, met het oog op een vlottere terugkeer in de maatschappij nadien. Daarom is ook de connectie met het leven buiten het detentiehuis een belangrijk aandachtspunt. Zo kunnen bewoners makkelijker een opleiding volgen of buitenshuis werken. Ook de toegang tot kunst en cultuur maakt hier deel van uit. Al enkele jaren verwelkomen we de bewoners op onze voorstellingen, en sinds 2024 zijn we dus ook in het detentiehuis artistiek aan de slag met Kortsluiting en ik wil vliegen en sterren plukken als eerste wapenfeiten. We hopen dit traject in de toekomst verder te kunnen zetten.