DROOM JIJ?

In Het dorp dat vergat te dromen brachten de vrouwen van A’kzie en de Unie een absurde, ontregelende en tegelijk hoopvolle wereld tot leven. Regisseurs Guus Diepenmaat en Kirsten van den Hoorn vertrokken daarbij vanuit improvisaties, persoonlijke verhalen en de toneelbewerking van Het Slot van Franz Kafka door Jona Hoek. Samen met de speelsters bouwden ze aan een voorstelling over regels, dromen, verandering en de kracht van samen creëren.

Jullie werken al langer samen. Hoe hebben jullie elkaar gevonden als makers?

Guus: “We hebben allebei regie gestudeerd aan het RITCS in Brussel en werken ondertussen al een hele tijd samen. Twee jaar geleden maakten we bijvoorbeeld Vrouwentongen met de vrouwen van A’kzie.”

Kirsten: “Ik werk vooral als actrice binnen familievoorstellingen en locatietheater. Daarnaast regisseer ik heel graag sociaal-artistieke projecten. Ik maakte eerder al voorstellingen met mensen met dementie en met OKAN-jongeren die nog maar net in België waren aangekomen. Dat werk ligt me heel nauw aan het hart.”

De basis van dit project ligt bij Vrouwentongen?

Kirsten: “Ja. De vrouwen hadden een voorstelling over racisme gezien in Brussel en zeiden: ‘Wij willen ook zoiets maken.’ Via de Schouwburg in Kortrijk ben ik toen in dat project terechtgekomen. Oorspronkelijk alleen, maar de groep werd zo groot dat ik Guus erbij vroeg als regiemaatje. Na Vrouwentongen voelden we meteen dat er meer mogelijk was. We wilden graag een project maken waarin vrouwen van A’kzie en de Unie samen op scène zouden staan.”

Dat waren de mooiste dagen die ik met het Unie-theater heb doorgebracht. Een oprechte liefde, zonder bijbedoelingen. Jullie hielden van mij, en ik hield van jullie. Ik weet niet hoe de dagen zullen verlopen. Ik ben aan jullie allemaal gewend geraakt. Ik zal deze mooie dagen missen. Ik meen het echt, ik heb nog nooit zoveel geluk gevoeld als met jullie. Jullie zijn oprechte mensen die graag goed doen voor anderen.

Taif

Wat overtuigde jullie om als speler mee op scène te stappen?

Kling: “Joon van de Unie vroeg of ik wilde meedoen aan een stuk met de vrouwen van A’kzie. Ik kende de groep al via leesmomenten en andere activiteiten, dus die stap voelde eigenlijk heel natuurlijk.”

Heidi: “Bij mij begon het tijdens een koffieklets bij de Unie. Joon sprak me aan terwijl we samen aan tafel zaten. Ik ben eigenlijk een verlegen persoon, dus eerst twijfelde ik wel. Maar tegelijk triggerde het mij enorm om mee te doen.”

Iryna: “Ik kwam eerst alleen mee om op de kinderen te passen. Maar al snel werd ik nieuwsgierig naar wat er op de scène gebeurde en wilde ik zelf meespelen. Theater helpt mij om mijn Nederlands te oefenen, nieuwe mensen te ontmoeten en actief deel uit te maken van de samenleving. We kregen veel hulp toen we uit Oekraïne in België aankwamen en daarom vind ik het belangrijk om ook iets terug te geven.”

Habibo: “Ik woon ondertussen bijna tien jaar in België en A’kzie heeft mij altijd geholpen. Eerst Ingrid, nu Phyllis. We gingen ook vaak samen naar voorstellingen kijken in Brussel, Antwerpen en Brugge. Ik hou enorm van theater en Afrikaanse dans. Na jarenlang deel uit te maken van A’kzie, vond ik het prachtig om nu zelf op scène te staan. Ik leerde elke keer nieuwe dingen.”

Hoe kwam Het dorp tot stand?

Guus: “We startten zonder vast verhaal of afgewerkt script. In spelateliers rond thema’s als rituelen, ouderdom, vrouwenlichamen, rolmodellen en bureaucratie onderzochten we samen de ervaringen van de deelnemers. Daarbij stelden we concrete vragen zoals: Waar droomden jullie vroeger van? En waar dromen jullie vandaag van? Vanuit hun antwoorden ontwikkelden we improvisaties en scènes die rechtstreeks uit de groep voortkwamen. Gaandeweg merkten we dat één thema steeds terugkeerde: het gevoel vast te lopen in regels en systemen. Dat groeide uit tot een centrale rode draad in de voorstelling.”

Kirsten: “Iedereen kende wel het gevoel om van het kastje naar de muur gestuurd te worden. Dat is tegelijk frustrerend, absurd en soms zelfs grappig. Net die combinatie vonden wij interessant. We merkten ook hoe sterk het verlangen leefde naar verandering, vrijheid en opnieuw durven dromen. Vanuit al die gesprekken, improvisaties en persoonlijke verhalen groeide stap voor stap de wereld van Het dorp.”

Kling: “Voor mij was dat heel leuk, omdat alles samen ontstond. Je begint letterlijk vanuit niets en bouwt stap voor stap iets op. Ik hou van die manier van werken.”

Ik heb geen volzinnen nodig om te beschrijven wat dit project voor mij betekende, enkel deze woorden: diversiteit, verbinding, inclusie… HARTVERWARMEND!

Triene

Jullie inspireerden je ook op de toneelbewerking van Het Slot van Franz Kafka door Jona Hoek?

Guus: “Vooral het absurdisme sprak ons aan. Kafka beschrijft een wereld waarin mensen voortdurend botsen op regels die niemand echt begrijpt. Dat gevoel herkenden we heel sterk in de verhalen van de groep. De balletscène in de voorstelling ontstond daaruit.”

Kirsten: “In Kafka’s oorspronkelijke verhaal probeert een landmeter toegang te krijgen tot een kasteel dat altijd buiten bereik blijft. Voor onze voorstelling hebben we dat uitgangspunt bewust herwerkt: we maakten van de landmeter een dromen­vanger, een buitenstaander die eerst weerstand oproept, maar uiteindelijk iets moois komt brengen.”

Hoe vertaalde dat Kafkaiaanse gevoel zich naar het podium?

Kling: “Eigenlijk zat dat al van in het begin in het spel zelf. Alles draait rond regels. Dat zijn vaak heel herkenbare situaties uit het dagelijkse leven. Bijvoorbeeld hoe je iemand begroet als je ergens nieuw binnenkomt: eerst kijk je rond en probeer je te begrijpen hoe het daar werkt.”

Kirsten: “In één van de eerste scènes komt Ka binnen in een herberg en onmiddellijk zeggen de bewoners: ‘Nee, zo doen wij dat hier niet.’ Ze corrigeren haar voortdurend. We hadden ook scènes met ballets waarin allemaal logische regels gelden voor de mensen daar, maar niet voor Ka. Zij loopt constant tegen die regels aan.”

Is Ka dan eerder een verstoring of een bevrijding?

Guus: “Dat was eigenlijk de centrale vraag van de voorstelling. Wanneer is iemand ontregelend? En wanneer heeft een gemeenschap net iemand nodig die alles even door elkaar schudt?”

Kirsten: “Wij hebben beslist dat Ka een dromenvanger is. Iemand die iets openbreekt en iets moois brengt. Maar verandering brengt natuurlijk ook onrust mee.”

Guus: “En het gaat over meer dan administratie alleen. Ook over sociale codes, gewoontes en verwachtingen. Over hoe snel mensen zeggen: ‘Zo doen wij dat hier.’”

Dromen vormden het hart van de voorstelling. Hoe groeide dat thema?

Shary: “Eén van de mooiste momenten tijdens de eerste ateliers was toen iedereen een droom uit de kindertijd én een droom van vandaag moest tekenen. Daar ontstonden heel bijzondere gesprekken uit. Dingen die voor sommige mensen vanzelfsprekend lijken, blijken voor anderen helemaal niet evident.”

Kirsten: “De dromen verschilden enorm. Sommige waren klein en heel concreet, andere bijna onmogelijk groot. Maar wat ons vooral raakte, was hoe verschillend realiteiten kunnen zijn.”

Iryna: “Ik droom altijd. Voor mij zijn dromen heel belangrijk, want zonder dromen wordt het leven kleiner. Tegelijk zijn dromen niet voor iedereen vanzelfsprekend. Mijn grootste wens is vaak gewoon om met mijn kinderen te kunnen spelen, terwijl één van mijn zonen in Oekraïne in het leger zit. Dat doet je beseffen hoe verschillend levens kunnen zijn. Met deze voorstelling wilden we mensen opnieuw laten dromen en laten geloven dat er nog altijd iets mogelijk is.”

Habibo: “Mijn droom om businesswoman te worden heeft nu ook echt een plek gekregen in de voorstelling.”

Ik woon nu al vier jaar in België. Ik ben hierheen gekomen omdat mijn huis gebombardeerd was en het levensbedreigend was. Ik kom uit Oekraïne. Ik heb de taal geleerd, ik ben vrijwilliger bij Compagnie Cordial. Ik doe het naast mijn werk als freelancer: ik geef kinderen les in breien en haken, ik controleer kaartjes op festivals en ik werk tijdens festivals in de bar. Dit alles helpt me om mijn Nederlands te verbeteren. Theater is een geweldige kans om niet alleen mijn Nederlands te verbeteren, maar ook om mensen blij te maken. Via theater laat ik Belgen ook kennismaken met Oekraïense muziek en dans. Ik heb veel hulp gekregen uit België en nu probeer ik iets terug te doen.

Iryna

Wat doet zo’n diverse groep met het maakproces?

Kling: “Je leert vertragen. En je leert ook dat veel dingen niet vanzelfsprekend zijn. Doordat je zo dicht bij elkaar staat, zie je…”

Kling: “Je leert vertragen. En je leert ook dat veel dingen niet vanzelfsprekend zijn. Doordat je zo dicht bij elkaar staat, zie je dat sommige dingen voor anderen helemaal niet makkelijk zijn. Dat maakt dat je zelf ook meer stilstaat bij de wereld rondom je.”

Tijdens het traject leerde ik om mezelf weer open te stellen voor iets nieuws. Ik leerde nieuwe mensen kennen. Het was een heel geslaagd project vol warmte en zorg voor elkaar!

Martine

Heidi: “Voor mij was het echt een verrijking. Iedereen bracht iets anders mee. Dat maakte de groep heel warm. Bijvoorbeeld hoe sommige vrouwen hun kinderen gewoon meenamen naar de repetities. Dat is hier niet zo vanzelfsprekend.”

Guus: “Iedereen had een ander taalniveau. Dat was een uitdaging. We wilden dat iedereen mee kon blijven, maar tegelijk ook mensen uitdagen die al veel sterker stonden in het Nederlands. Daarom zochten we voortdurend naar ieders eigen kracht.”

Habibo: “Kirsten en Guus waren zoals leraressen. Ze legden alles rustig uit. Iedereen mocht meedoen.”

Waarom vonden jullie het belangrijk om ook decor en kostuums samen uit te werken?

Kirsten: “We wilden de groep zoveel mogelijk betrekken bij alle aspecten van het maakproces.”

Guus: “We wilden tonen dat theater veel meer is dan alleen spelen. Ook decor, kostuums en scenografie vertellen mee het verhaal.”

Kling: “Samen knutselen zorgt ook gewoon voor verbinding. Dan ontstaan spontaan gesprekken. En daarna samen soep eten… Dat hoort allemaal bij hetzelfde geheel.”

Wat onderscheidt deze manier van werken van een klassieke theaterproductie?

Kirsten: “In professionele producties ligt de focus vaak anders. Natuurlijk zit er in deze voorstelling een inhoudelijke lijn over bureaucratie, dromen en vastlopen. Maar minstens even belangrijk was dat mensen met plezier en zelfvertrouwen op scène staan. Veel scènes ontstonden uit improvisaties of vanuit verhalen van de speelsters zelf. Daardoor zat iedereen echt mee in het DNA van de voorstelling. We bouwden samen iets op waarin iedereen een wezenlijk aandeel had, en net daardoor kreeg het zoveel kracht.”

Voor mij persoonlijk was het een leuke ervaring die ik nooit ga vergeten. Zoveel liefde, prachtige mensen met het hart op de juiste plaats. Gewoon fantastisch!

Pilar

Naast de mooie verbindingen en hoe wij, een groep vrouwen met elk ons eigen verhaal, onze eigen taal, achtergrond en dromen, samen iets moois creëerden, ging dit voor mij ook over ruimte, durf en groei. Ruimte om gewoon jezelf te zijn. Stap voor stap te groeien. Verhalen delen. Improvisatie-oefeningen doen voor de groep. Een scène spelen. Je stem laten horen. Uit je comfortzone stappen. En week na week zag ik iets veranderen. Meer vertrouwen. Meer durf. Meer plezier. Vrouwen die eerst twijfelden of ze dit wel konden, stonden uiteindelijk te stralen op een podium. Niet omdat alles vanzelf ging. Maar omdat we elkaar droegen, aanmoedigden en lieten groeien. Omdat iedereen bleef komen, ook wanneer het druk was. Omdat teksten opnieuw en opnieuw geoefend werden. Omdat er volharding was. Loyaliteit. Engagement. En vooral omdat er een groep was die elkaar bleef steunen.

Shary

Guus: “Voor ons was het essentieel om het hele maakproces samen te doen. Niet: ‘Wij hebben een stuk en jullie spelen het.’ Maar echt samen ontdekken wat het stuk wordt. Voor mij is dat de essentie van sociaal-artistiek theater.”

Interview: Angelina Toemasian
Beeldend werk – Giulieta Cortez