ZONDAG 1 JUNI
“Wijveke”, zegt Theootje, op deze dag van zijn patroonheilige ‘Sint Theobald’, ‘San Teobaldo’ voor den Italiaan en ‘Saint Thibault’ voor de Fransman. “Wijveke, we zijn wij van de jare vijftig jaar gelukkig getrouwd en omdat ik u zo graag zie zou ik u graag trakteren met een reizeke.””Wablief ?”zegt ze en ze laat van ’t danig verschieten bijkans het patattenmes op zijn tenen vallen. Theo was ne vent van weinig woorden en zulk een liefdesannonce had ze nog nooit uit zijne mond gehoord. “Een reizeke ? Maar ventje toch… Oe ? Waar ? Wadde ? Wanneer ?” Ze begost bijkans te stotteren van kontentement. “Niets van aantrekken, alles komt in orde, ik ga dat allemaal wel regleren.”

MAANDAG 9 JUNI
Heilige Efrem

Jaja, den dezen kent Theo goed. Want in de landbouwschool hing er een poster in de kapelle met volgende tekst van deze Syrische diaken: “Ik, Efrem ben stervende en schrijf mijn testament. Moge het een getuigschrift zijn voor hen die na mij komen; bid dag en nacht, uw hele leven door. Zoals een ploeger ploegt, dag in dag uit. Een ploeger, zijn werk is eerzaam en bewonderenswaardig; Wees niet zoals luie mensen in wier velden doornen groeien. Bid constant, want hij die het gebed liefheeft, zal hulp vinden in beide werelden.”

VRIJDAG 13 JUNI
Vandaag beter onder geen ladder doorlopen, geen zwarte kat tegenkomen, geen paraplu openen in huis, geen spiegel breken of geen ekster op uw dak hebben. Vannacht kan het regenen, maar zelfs dat is niet erg: ’s nachts regen, daags zon, vult schuur, zak en ton. En ge hebt zelfs geluk als ge iets verloren zijt want vandaag is ’t de feestdag van de H. Antonius van Padua en als je die aanroept vind je het gegarandeerd terug, zelfs uw vrouw. Theo heeft vandaag geen chanse want: is Sint-Antonius nat, dan drinkt de boer zich zat. Maar aangezien er geen druppel valt blijft ook den druppel in de kast.

ZONDAG 15 JUNI
Heilige Drie-eenheidszondag.

Het complexe mysterie over de ware enige, ene en drie-ene God, zijnde de Almachtige Vader en zijn eniggeboren Zoon en de Heilige Geest. Zelfs paster Raymond Surlepont breekt er zijn hoofd over tot het zweet in dikke druppels over zijn voorhoofd parelt, dus nog een slokske miswijn tegen den dorst kan geen kwaad vandaag. Na de hoogmis begroet hij zijn parochianen aan de kerkdeur en doet een klapke, terwijl het zonneke met haar straalkes als een aureooltje over zijn braaf beneveld kopke schijnt. Onderpaster Germain Sousterrain staat er stilzwijgend bij te knikken. “Ewel Theo, ’k heb gehoord dat je eindelijk ne keer op congé gaat gaan vandejare, dat uwe zoon Christof Van ’t Hof voor de koebeesten en de zeugen zal zorgen. Waar gaat ge heen, als ik zo curieus mag zijn ?” “Meneer pastoor, met de beste wille van de wereld, vergeef mij de uitdrukking, maar ge gaat mij de pieren niet uit mijne neuze halen zulle. Dat is en blijft een echtelijk staatsgeheim.”

DONDERDAG 19 JUNI
Sacramentsdag

Corpus Christi, het Lichaam van Christus. Willen of niet, Theootje staat alweer in zijn beste kostuum en plastron, na het hoogfeest van het Allerheiligst Sacrament, met vrouwkelief aan zijn zijde te blinken aan de kerkdeur. “Ik wille mij nie moeien zulle, maar ge gaat toch zekers niet naar één of andere Costa é, want God behoede u, er is daar veel te veel bloot.” Waarom dat God hem daarvoor zou moeten behoeden verstond Theo niet zo goed, want was het uiteindelijk feitelijk niet zo dat God de Vader hemzelve dat ander model geschapen had ? En dat Hij er eigenlijk wel verstand van had, peisde hij er stillekes bij. “Luistert ne keer ier meneer pastoor, ik heb vroeger op mijn plechtige communiezielke beloofd dat ik altijd ne goeie brave Christen mens zou blijven en ge weet het of ge weet het niet maar een man een man en een woord een woord é”, antwoordt hij een beetje geagiteerd. Eerwaarde Raymond staat een beetje te lachen gelijk ne boer die kiespijn heeft. Vandaag is ’t ook de feestdag van Odo van Doornik. Theo’s boerinneke komt op het idee om te gaan shoppen in de schone winkelstad van die zaligverklaarden. Wanneer ze juist gaan vertrekken en naar waar weet ze nog altijd niet maar ze voelt aan haar eksteroog dat het bijkans zo verre is. Aangezien het vandaag regenachtig is en de temperaturen een duik naar beneden nemen, is het geen weer om op ’t land te werken. Maar eerst gaat ze op haar kousenvoeten naast haar eega in de canapé gaan zitten. “Ventje, ist daar schoon weer ?” Ventje gebaart van krommen haas… “Waar ?” “Ewel, op ons reizeke.” “Aja, euh, op en neer, en gelijk overal, na regen komt zonneschijn.” “Maar ik zou graag weten of ik een badkostuum moet kopen é, het is midzomermaandsolden, ’t is de moment !” “Vrouwke, in iedere stad die een beetje zelfrespect heeft is er toch ne zwemkom é.”“Ist verre ?” “Euh, alle wegen leiden naar Rome.” “Gaan we naar Rome ? Echt waar ? Waw ! Het is altijd mijn droom geweest om ene keer in mijn leven naar een heilige plaats te kunnen gaan.” Theo die tot nu toe nog geen enkel gedacht had waar ze eigenlijk naartoe zouden gaan kreeg ineens een eurekagevoel. “Meiske”, zei hij, ”meiskelief, we gaan naar waar Jezuuke zelf vandaan komt.” ’t Meiskelief viel bijkans uit de zetel van ontroering. Dat moest ze de eerwaarden gaan vertellen en ’t gebuurte op de hoogte brengen en de vrouwen van de KVLV die groen zouden zijn van jaloezie en madam van de koster die nu wel een toontje lager zou zingen. In de kortste keren wist heel de parochie van haar gezegend avontuur en ze kreeg nu al hier en daar wat geld in haar handen gestoken om een kaars te branden voor ’t één of ’t ander wonder want er zouden daar heel zekers grote tempels en kathedralen zijn. In Doornik is ze niet meer geraakt vandaag.

ZATERDAG 21 JUNI

Op de weerkalenders in de klassen wordt het kaartje ‘lente’ vervangen door ‘zomer’. Helaas is het een oudewijvenzomer. Het water gutst van de gote naar de regenton. De H. Martinus van Tongeren die vandaag gevierd wordt, staat eigenlijk aan de wieg van ‘The Walk of Fame’. Rond het jaar 300 moest hij vluchten uit Horion en waar hij terechtkwam bleven zijn voetstappen staan in de rots. Van ecologische voetafdruk was toen nog geen sprake. Theo zijn wederhelft heeft de zomer in ’t hoofd. Ze zit in de veranda in haar nieuwste ensembelke dat ze kocht voor te vertrekken naar ’t Goddelijk land te dromen tussen de vrouwentongen en de geraniums. Ze ziet haarzelve al wandelen in ’t Hofke van Olijven en met gebogen hoofd staan op de Calvarieberg. En in haar binnenste prevelt ze een schietgebedje om Onze Lieven Heer te danken dat ze toch geluk heeft met zo een vrome vent, zelfs al verdwijnt hij iedere zondag weer na de offerande en komt hij pas tussen de soep en de patatten thuis van bij Tiesten Pulle. Vanaf nu gaat ze daar nooit meer over zagen. Vol ijver begint ze de valiezen te maken. En zoals elke goede huisvrouw voorziet ze alles: een strohoed voor in de zon, een kapke voor als ’t regent, een schone gekleurde sjaal voor als ’t waait en een vestje voor als ’t afkoelt ’s avonds. Manlief kijkt oogluikend toe en heeft binnenpretjes. Hij fluistert stillekes in haar oor dat het nu niet te lange meer zal duren als ze dichte tegen hem aankruipt in bed. Ze begint zowaar te trillen van spanning, de zenuwen gieren door haar lijf.

VRIJDAG 27 JUNI

Het is voor morgen Marcella”, zegt Theo langs zijn neuze weg als ze thuiskomt van de markt met een paar spiksplinternieuwe nylonkousen voor de reis.”Mmmmorgen ? Op mijne nnnnaamdag ?” “Ja, meiske, morgen, ter ere van de Heilige Marcella.” Marcellaatje begint zowaar te blèten van geluk. Eindelijk is daar de langverwachte dag ! En zie, door de spleten van de gordijn valt plots een zonnestraalke naar binnen, recht op haar betraande oude snoetje.

ZATERDAG 28 JUNI
H. Marcella

Nog voor de haan kraait zit Marcella al voor dag en dauw op haar piekebeste met de valiezen op haar schoot te wachten. Theo moet hem rap nog efkes scheren want wie in de voetsporen van Jezus gaat treden moet er toch tenminste proper uitzien hé. De oudste dochter Marie Boerderie komt met haar kamionetje de binnenkoer opgereden om vader en moeder te brengen waar ze moeten zijn. Maar vooraleer ze vertrekken gaan ze nog te kerke uit devotie voor het Heilig hart van Jezus en heel de menage buigt ootmoedig het hoofd voor dit symbool van liefde en barmhartigheid. Tegen dat ze uit de kerk zijn staat het plein vol volk en onder het luiden van de klok van elf uur vertrekt Theo met zijn Marcella terwijl de helft van de parochie hen staat uit te zwaaien met geurende takken van de lindeboom. De eerste kilometers zegt Marcellaatje geen woord maar dan ratelt ze aan één stuk door. “Heb je dat gezien ventje ? Dat was even aandoenlijk gelijk de intocht van Christus in Jeruzalem op Palmzondag. Weet je, het is precies alsof ik vleugelkes heb, ik zweef in mijn hoofd, zo gaat dat straks voorzeker ook voelen in het vliegtuig. Ooo, zo spannend schatje, ik ben nog nooit over de grenze geweest, en zekers nog nooit in de lucht.” Theo trekt zijn wenkbrauwen op in zijn verweerd gezicht en kucht ne keer diep. Ondertussen hebben ze het platteland verlaten en zijn ze de E17 opgereden. Van West-Vlaanderen naar Oost-Vlaanderen, peist Marcella en subiet door Vlaams- Brabant en dan van Zaventem naar de grote heilige stad. Plots rijdt Marie de autostrade af en stopt op de parking van Van der Valk. Theo opent het portier van de kamionet, stapt uit, recht zijne rug en zegt plechtig: “Voilà zie mijn zoetje, stap maar uit, we zijn d’er.” Marcella trekt bleek in haar aangezicht tot achter haar oren, ze voelt een duizeling in haar hoofd en een kramp in haar maag. “Maar, maar, wat is dat voor een kluchtje ? We gingen toch naar…” “Ewel ja, naar waar dat Jezuuke vandaan kwam, naar Nazareth!”

Triene Nottebaere