Laat ons vóór de verandering eens beginnen met een Bijbelcitaat: “Want zoals de droom komt door veel bezigheid, zo ook het gepraat van de dwaas door veelheid van woorden.” (Prediker 5:2). Over het tweede deel van die uitspraak wil ik het nu niet hebben, al valt daar uiteraard wel iets over te zeggen… Nee, een paar duizend jaar geleden was men er al achter gekomen dat dromen voortvloeien uit de activiteiten van overdag. En vandaag wordt dat bevestigd in wetenschappelijke experimenten waarbij men de hersenactiviteit opmeet tijdens de slaap, zowel bij mensen als bij dieren.
Bij ratten blijkt de hersenactiviteit tijdens de remslaap (de droomslaap) identiek te zijn aan die tijdens het aanleren van een activiteit overdag. Zo verwerken ze het aanleren van een doolhof. Zebravinken ‘oefenen’ in hun droomslaap de liedjes die ze overdag hebben gehoord. Katten leren hoe ze het best op jacht gaan. Je kunt het zo gek niet bedenken of er zijn studies gedaan naar hun slaapgedrag en dromen. Of wat dacht je van vissen en spinnen? Uiteraard kunnen zij ons hun dromen niet vertellen, maar ook in hun minieme hersentjes is er activiteit tijdens de slaap.
Op eenzelfde manier verwerken mensen herinneringen van overdag in hun slaap. Ervaringen worden niet alleen visueel opnieuw tot leven gebracht, maar ook de auditieve en emotiegebonden hersengebieden zijn in de droomslaap actief. Maar hoe zit dat bij blinden, dromen zij ook? Uiteraard wel, alleen kan de manier waarop anders zijn, afhankelijk van het voorstellingsvermogen. Wie na de leeftijd van acht jaar blind wordt, blijft levenslang in beelden dromen. Blindgeborenen nemen de wereld waar via de andere zintuigen en verwerken ’s nachts dus wat ze overdag gehoord, gevoeld, geproefd en geroken hebben.
Oefmerrie
Het mag duidelijk zijn dat dromen wel degelijk een functie hebben. Dat moet ook wel, anders was dit fenomeen evolutionair gezien al lang verdwenen. Tijdens de remslaap verslappen onze spieren namelijk tot bijna een soort van verlamming, niet bepaald effectief in oertijden waarin mens en dier afwisselend de rol vervulden van jager en prooi. De evolutie zou die kwetsbare staat nooit hebben behouden als die niet ergens goed voor was. We dromen elke nacht meerdere keren, maar herinneren ons daar meestal niets tot weinig van.
Dromen zijn, poëtisch gezegd, de ‘hoeders van de slaap’. Ze beschermen ons tegen storende invloeden van buitenaf en helpen ons lichaam om door te slapen, zodat de hersenen zich voldoende herstellen en sterker worden. Niemand minder dan Sigmund Freud bedacht deze stelling reeds een goede eeuw geleden en huidig slaaponderzoek wijst ook in die richting.
Ik vermoed dat deze functie bij mij nogal sterk aanwezig is. Word ik wakker tijdens een droom, dan heb ik de grootste moeite om mijn ogen open te houden en lijkt het wel alsof ik terug in mijn slaap word gezogen. Niet bepaald efficiënt als je een wekker hebt zonder snoozefunctie…
Wat dus evenmin efficiënt blijkt, is ’s nachts studeren in de blokperiode. Net dan is een goede nachtrust nodig om je ingestudeerde kennis ook effectief op te slaan. Gedurende de droom waarin je voor het verkeerde examen hebt gestudeerd, kun je fluitend ontwaken met het liedje van Marco Borsato – een gevoel waar Wouter Deprez dan weer een ontbreekwoord voor had: een ‘oefmerrie’.
Dat brengt ons naadloos bij een wel heel kwalijk effect van het verwerken van trauma’s tijdens nachtmerries. Ook die zijn bedoeld om ervaringen te verwerken, maar ons brein maakt blijkbaar geen onderscheid tussen verbindingen die beter versterkt en andere die beter verwijderd worden. Hoe contradictorisch ook, ons brein denkt niet altijd na, en al zeker niet tijdens de slaap.
De Ojibweg, een indianenvolk uit Noord-Amerika, probeerde kwade dromen te slim af te zijn door middel van dromenvangers. Best wel mooie attributen die je vandaag de dag zelf ineen kunt knutselen of online kunt bestellen. Of ze effectief zijn, laten we even in het midden. Ze gaan er in elk geval vanuit dat dromen niet uit onszelf komen, maar ons toegestuurd worden.
Een techniek die wel kan helpen bij nachtmerries is die van lucide dromen. Kort gezegd: je leert je tijdens het dromen bewust te worden van het feit dat je droomt en je kunt die op den duur ook bijsturen. Ongetwijfeld niet simpel, maar voor zwaar getraumatiseerden wellicht een lichtpuntje aan het eind van hun inktzwarte droomtunnel. Tibetaanse monniken gebruiken de techniek van lucide dromen dan weer om aan zogenaamde droomyoga te doen. Ze gebruiken de droom om te mediteren, te converseren met voorouders, te groeien en zich te ontwikkelen als persoon.
Vaak lig ik in een deuk als ik denk aan de onnozelheden die ik ’s nachts heb mogen beleven. Heel soms helpen ze mij mezelf beter te begrijpen.
Zeven vette en zeven magere
Het mag duidelijk zijn dat we nu even het pad van de wetenschap verlaten. Van een onderwerp dat zo onderhevig is aan mysterie valt het niet te verwonderen dat er sinds mensenheugenis allerlei betekenissen en uitwerkingen voor gezocht werden. In alle religies en culturen is wel een plaats voor dat fenomeen dat ons ’s nachts lijkt te bezoeken.
Een Bijbelverhaal dat zelfs spreekwoordelijk is geworden, is dat van de zeven vette en zeven magere jaren. Daarin werd de Israëliet Jozef bij de farao geroepen omdat hij heel goed was in dromen verklaren. Hij kon er namelijk bijzonder goed de toekomst mee voorspellen, proefondervindelijk vastgesteld nog wel.
De farao werd geplaagd door bizarre dromen over zeven vette en zeven magere koeien die de Nijl – welke rivier anders – uitkwamen. Waarop Jozef hem aanraadde om voorraadschuren te bouwen, vermits die koeien niets anders betekenden dan zeven jaren van overvloedige oogsten, maar daarna zeven jaren van misoogsten. Toen de voorspelling effectief uitkwam, werd Jozef benoemd tot onderkoning. Het loont vaak om geduld te oefenen wanneer je overtuigd bent van je gelijk…
Ook de islam kent een mystieke stroming die aan dromen een belangrijke betekenis toekent, vermits ze zouden zorgen voor spirituele groei: het soefisme. Voorspellende dromen of visioenen zijn van alle tijden. In Delphi orakelde een vrouw boven inspirerende krullendampen, boeddhistische monniken gebruikten ‘droomkruiden’ om profetische visioenen op te wekken en ook sjamanen staan er niet per se om bekend geheelonthouders te zijn.
Onder invloed van ‘geestverruimende stoffen’ heeft ons brein het ’s nachts blijkbaar best druk – niet verwonderlijk – en zijn de dromen veel heftiger tot bizar. Eenzelfde effect dat verwacht kan worden van medicatie of alcohol die, zoals uit onderzoek blijkt, het proces en de inhoud van dromen beïnvloeden.
Chinese geneeskunde legt hiervoor een link naar de lever, wat heel aannemelijk klinkt omdat dit orgaan het wel heel druk zal hebben met het verwerken van deze toxische stoffen voor het lichaam. Ook hierachter wordt de uitleg eerder gezocht in een ‘ether-ziel’ die ons meeneemt van de ene intense droom naar de andere, omdat het te druk is in zijn woonplaats, de lever. Levendige dromen zijn onderdeel van afkickverschijnselen, daar zijn we ondertussen achter gekomen. Wat ook de uitleg is die je eraan geeft, je ontkomt er niet aan. Een verwittigd persoon… Nee, laat maar.
Blozen
Wat mij persoonlijk altijd heeft geïntrigeerd, is het feit dat bepaalde dromen steeds terugkeren. En niet alleen dat, meerdere mensen blijken diezelfde dromen te hebben. Vaak gaat het maar om één elementje uit de droom, zoals het feit dat je naakt rondloopt – tja, wie heeft dat al niet eens gedroomd? (Blozend hoop ik nu dat ik niet de enige ben.)
Ooit schrok ik me een hoedje toen een collega vertelde welke rare droom ze had gehad. Ze droomde dat ze een baby had waarvoor ze niet zorgde. Ik had in een bepaalde periode namelijk regelmatig diezelfde droom! Hoe merkwaardig is dat? Daar moet toch iets van betekenis achter zitten? Zou er dan toch iets bestaan als droomverklaring?
Wie dat woord uitspreekt, komt uiteraard bij Sigmund Freud terecht. Ik stipte hem al even aan, maar erin geloven of niet, rond zijn persoon kunnen we niet heen als het over dromen gaat.
In zijn boek De droomduiding analyseerde hij meer dan tweehonderd dromen, omdat hij begreep dat die een speciale plaats hebben in de menselijke geest. Tot die tijd, we schrijven 1900, hadden wetenschappers het domein van dromen gemeden. Het was iets voor waarzeggers en kruidenvrouwtjes. Freud verwierp zowel de toen populaire theorie dat dromen de toekomst zouden voorspellen als het gangbare idee dat ze zonder enige betekenis zouden zijn. Volgens hem had ook de volkswijsheid het mis te menen dat er voor elke droom een vaststaande betekenis te vinden was.
Freud zag dromen als versleutelde berichten uit het onbewuste, waarvan de betekenis kon worden achterhaald in individuele sessies van analyse en interpretatie. In die zin haalde hij droomverklaring uit het verdomhoekje van de hocus pocus en verhief hij het tot een vorm van wetenschap. Nog steeds zijn dromen een belangrijk onderdeel in de huidige psychoanalyse. Er wordt nu met speciale aandacht naar geluisterd, omdat ze een unieke inkijk bieden in de persoonlijkheid van de dromer.
En mijn persoonlijke analyse? Ik denk die wel te kunnen vinden. In periodes dat ik onzeker ben over mezelf, me schuldig voel, voor een nieuwe uitdaging sta of een belangrijke beslissing moet nemen, zijn ze daar, mijn terugkerende dromen.
Ik verdwaal in een groot gebouw, op zoek naar mijn kamer of… een toilet. Ik sta op een grote hoogte en wil springen, maar besef op tijd dat het gevaarlijk is en zie gelukkig een andere uitweg. Ik heb een baby maar ‘vergeet’ daarvoor te zorgen. Ik ben ‘vergeten’ mijn kleren aan te doen, maar niemand lijkt dat op te merken behalve ikzelf, die dat uit alle macht probeert te verdoezelen. Ik moet op mijn werk zijn, maar weet begot niet hoe daar op tijd te geraken en wat me daar te doen staat.
Ach, het zijn maar dromen. Vaak lig ik in een deuk als ik denk aan de onnozelheden die ik ’s nachts heb mogen beleven. Heel soms helpen ze mij mezelf beter te begrijpen. Hebben we het daarover eens in een van onze komende gesprekken? Ik luister graag!
Linda Dedeurwaerder




