Wereldvrede. Het is allicht dé droom der dromen. Tegen de achtergrond van wereldwijd oplaaiende gewapende conflicten probeert de vredesbeweging ze levendig te houden. En dat is een gevecht bergop, vertelt Ludo De Brabander. Ludo is al wat van een oudstrijder binnen de vredesbeweging. Hij is al meer dan 30 jaar betrokken bij Vrede vzw.
Was jij als jongeling al zo iemand die droomde van een wereld zonder oorlog?
Ludo: “Als student verpleegkunde en later communicatiewetenschappen had ik al een grote belangstelling voor alles wat te maken had met de internationale politiek. Tegelijk ben ik ook een kind van de antirakettenbeweging. Op 23 oktober 1983 liep ik als student mee in de grootste betoging ooit in ons land, tegen de plaatsing van kernraketten. Ik had thuis ook grondige discussies met mijn vader, die als beroepsmilitair in Duitsland gekazerneerd was – ik heb daar 18 jaar tussen de militairen geleefd. Dat heeft me mee gevormd. Na mijn studies ben ik beginnen schrijven voor het tijdschrift van Vrede vzw en in 1996 ben ik er gaan werken.”
Waarom zijn er in Vlaanderen niet één, maar drie vredesbewegingen?
“Daar zitten verschillende visies en ontstaansgeschiedenissen achter. Pax Christi heeft een christelijke geïnspireerdheid, wat ik niet heb. Vredesactie is een zeer pacifistische organisatie die op geen enkele manier in het gebruik van wapens gelooft. Zelf bekijken wij vrede vanuit sociaal-economische perspectieven: hoe en waar worden contexten gecreëerd waarin gewelddadige conflicten kunnen gedijen? Daarbij is ons standpunt dat conflicten politiek en diplomatiek moeten weggewerkt worden, maar dat er in uiterste omstandigheden mogelijk situaties zijn waarin men niet anders kan dan zich te verdedigen tegen geweld. Maar zelf ben ik meer en meer een overtuigd pacifist aan het worden. Ik geloof in een toekomst zonder legers en zonder wapens. Ik geloof daar echt in. En ik denk ook niet dat dat naïef is.”
Naïviteit is net wat men pacifisten verwijt.
“Het is naïef om te denken dat je veiligheid krijgt met wapens. Want als jij je bewapent, dan bewapent de ander zich ook. Dat was het mechanisme van de Koude Oorlog. Tot je uiteindelijk op een niveau komt waarop die wapens zelf een bedreiging vormen – zeker als er kernwapens in het spel zijn. Dat is net alsof je twee buren hebt die een zwaar dispuut hebben. Stel je voor dat de ene wapens aanschaft, dan gaat de ander zich bedreigd voelen en ook naar de wapens grijpen, enzovoort. Terwijl elke gezond redenerende burger zal zeggen dat het in zo’n situatie tussen twee buren absurd is om naar wapens te grijpen. Je moet proberen aan tafel te zitten en tot een oplossing te komen. Dat is in de internationale politiek ook zo.
“Als je een veilige samenleving wilt, doe je dat niet door te investeren in wapens, maar in goede basisvoorzieningen.”
“Duitsland en Frankrijk hebben sinds het einde van de 19e eeuw drie oorlogen uitgevochten. Had je in 1945 gezegd dat die twee landen geen legers nodig zouden hebben om zich tegen elkaar te beschermen, dat je veiligheid kon creëren door diplomatie, door politieke, economische en zelfs een beetje sociale samenwerking, dan had iedereen je gek verklaard. Toch is dat nu de realiteit. Is het dan naïef om te zeggen dat dit een model is dat je ook elders kunt toepassen?
Als ik kijk naar de situatie vandaag in Europa, met de oorlog in Oekraïne, dan vraag ik mij af waarom er na de Koude Oorlog niet een systeem is gekomen dat niet a priori gebaseerd was op militaire middelen. Een alternatieve veiligheidsarchitectuur, een ‘common house’. Dat idee van een gemeenschappelijk huis, waar Rusland bij hoort, komt niet van mij, maar van de voormalige Russische president Gorbatsjov en de Franse president Mitterrand. Het is gebaseerd op het principe van ‘ondeelbare veiligheid’: ik voel me maar veilig als jij je veilig voelt. Maar dat common house is er niet gekomen, omdat Amerika dat niet wou. Na de Koude Oorlog waren de VS de enige overgebleven supermacht en ze hadden de NAVO nodig om die dominante positie niet te verliezen.”
“Naast het element van ‘ondeelbare veiligheid’ is er dat van ‘menselijke veiligheid’. Dat is een concept van de Verenigde Naties dat verschillende dimensies kent: een sociale, een economische, een gezondheidsdimensie… In essentie betekent het dat als je een veilige samenleving wilt, je dat niet doet door te investeren in wapens, maar in goede basisvoorzieningen. In je eigen land, maar ook globaal, bijvoorbeeld door in te zetten op ontwikkelingssamenwerking, waarop onze regering 25% gaat besparen.
Intussen staan met het wegvallen van USAID allerlei programma’s, bijvoorbeeld aids- en vaccinatieprogramma’s, on hold. Maar ook wat we nu in Europa doen, is geld weghalen uit sociale voorzieningen om het in het militaire apparaat te steken. Ik verwijs naar het ReArm Europe-programma van de Europese Commissie, waarmee die binnen de vier jaar 800 miljard euro belastinggeld in de wapenindustrie wil investeren. Dat is allemaal geld dat niet wordt geïnvesteerd in sociale voorzieningen.”
“De reflex is overal zeer militaristisch geworden, vanuit een vals idee dat militarisering voor veiligheid zorgt. Dat is absurd. Tuurlijk niet. De groeiende wapenwedloop zorgt voor onveiligheid. Die wapens komen altijd ergens terecht en worden altijd ergens gebruikt, nu of later in een ander conflict. Ik waarschuw al een tijd dat men een beetje verder moet denken dan de komende twee, drie jaar. Europa schuift alsmaar meer naar rechts op. De kans is niet onwaarschijnlijk dat Europa tussen nu en tien jaar wordt gedomineerd door extreemrechts, dat dan op een berg wapens zal zitten.”
Hoe kijken diplomaten naar de militarisering van de internationale relaties?
“In geopolitiek zijn er de voorbije decennia afspraken gemaakt over hoe wij internationaal met elkaar omgaan. Bijvoorbeeld: je valt niet zomaar een land aan. Helaas zien we dat landen hun belangen minder en minder behartigen op basis van deze afspraken, maar met gewapend geweld. Diplomaten zien dit met lede ogen aan. Velen voelen ook dat Europa hypocriet is. Het internationaal rechtssysteem waarin zij werken, is gemaakt om de willekeur van de macht in te dammen. Terwijl ze zien dat men in Israël eigenlijk plat op de buik gaat voor machtspolitiek.
Stel je voor dat de Palestijnen een Europees volk waren. Ik denk niet dat we op dezelfde manier zouden reageren ten aanzien van wat Israël doet. Je kunt niet verontwaardigd zijn over wat Rusland doet en dat niet zijn als het over Israël gaat. Zo ondermijn je heel dat systeem.”
Waarom groeit de vredesbeweging, tegen deze achtergrond, niet uit tot een massabeweging, zoals tijdens de Koude Oorlog?
“De generatie die de vredesbeweging toen uitbouwde, had de Tweede Wereldoorlog nog gekend. Ze wisten beter wat oorlog was dan de huidige generatie. Tegelijk waren de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki nog niet zo lang geleden. De verwoestende kracht van kernwapens stond zeer centraal in de vredesbeweging. Het groeiende bewustzijn dat op een gegeven moment wereldwijd meer dan zeventigduizend kernwapens stonden opgesteld, waarmee je de aarde letterlijk drie keer uit elkaar kon doen spatten, bracht mensen in verzet. Dat is bij ons uitgemond in de betoging van oktober 1983, met 400.000 mensen in de straten van Brussel.”
“Ook nu kan een escalerende oorlog in Oekraïne wel degelijk leiden tot de inzet van een kernwapen door Rusland. En dan is het heel simpel gedaan. Fini. Maar de angst voor de bom die tijdens de Koude Oorlog leidde tot verzet tegen de militarisering, wordt nu net gebruikt om die door te duwen. Angst is altijd een slechte raadgever, dat besef ik ook wel. Daarom proberen wij dat toch rationeel uit te leggen. We moeten absoluut tonen dat er een alternatief is voor de oorlogsretoriek die er nu heerst.”
“De vredesbeweging is een kleine beweging, maar kan dus zeer groot zijn op momenten dat het ertoe doet, door allianties te smeden met het bredere middenveld. Zo zitten in het Belgisch platform Stop Militarisering ook de twee vakbonden. Die snappen goed dat de militarisering ingaat tegen het belang van de meerderheid van de bevolking, omdat die gebeurt met middelen die we eigenlijk nodig hebben om te kunnen investeren in de echte bescherming van mensen, de sociale bescherming.
Ik zie dat ook de vrouwenbeweging echt met het thema bezig is, dat Greenpeace de ‘Peace’ weer meer naar boven haalt. Ook binnen de mainstream hoor je meer en meer kritische geluiden en ook politici als Frederik Stoens binnen Vooruit of zelfs Sammy Mahdi van CD&V beginnen vragen te stellen over het beleid.”
Koehandel
Ondanks de urgentie van haar boodschap én een positief advies van de onafhankelijke commissie sociaal-cultureel volwassenenwerk, verloor Vrede vzw onlangs de helft van haar subsidie. Net als Vredesactie werd ze op het wettelijk minimumbedrag teruggezet, met als reden het niet ondubbelzinnig afstand nemen van gewelddadig extremisme.
“Je moet je voorstellen: twee vredesorganisaties! We zouden steun hebben gegeven aan Code Rood, wat we nooit hebben gedaan, op geen enkele manier. Deze beslissing is natuurlijk het gevolg van een platte deal binnen de regering, waarbij bepaalde partijen ons al een tijd viseerden omwille van ons standpunt rond Oekraïne en zeker rond de oorlog in Gaza. We zijn inderdaad kritisch over de houding van onze beleidsmensen rond de bezetting, de repressie, de annexatie en de apartheidspolitiek van Israël. Maar net die kritische rol is een decretale opdracht van het middenveld.
Ons positief advies wil zeggen dat we gevaloriseerd worden in die rol. Maar we weten ook dat partijen als N-VA niet houden van die kritische rol en voorstander zijn van een nieuw decreet waarin alleen nog ‘brave’ organisaties zitten.”
“Wat wij vragen, is eigenlijk gewoon ernstig te worden genomen in het politieke en mediadebat. Europa is aan het militariseren. Dat wordt gecultiveerd zonder dat men de feiten in ogenschouw neemt. En dat is zeer frustrerend. In 2035 moeten we 5% besteden aan militaire uitgaven. Mochten we dat vandaag realiseren, dan zou dat over meer dan 30 miljard euro gaan. Dat is de helft van de reguliere federale begroting. Allee, laat ons daar minstens een debat over houden, over de vraag of het wel nuttig is om al die wapens te kopen, of dat het wel de beste manier is om te investeren in veiligheid. Dat je dat in vraag moet kunnen stellen, lijkt me toch evident. We moeten het vredesnarratief minstens een plaats kunnen geven. En het debat eerlijk aangaan.”
Interview: Joon Bilcke
Beeldend werk: Branko Vandenberghe

