In VUURKE STOOK staan Zorgelozen samen op scène met amateurspelers. Zo willen we hen inspireren met onze sociaal-artistieke manier van werken. We spraken hierover met regisseur Steven Duyck en de spelers.

Steven, je maakt al jaren theater. Kan je kort schetsen wie jij bent als speler en regisseur?

Steven: “Ik ben begonnen met toneel spelen toen ik veertien was. Ik heb jarenlang in allerlei amateurgezelschappen en projecten gespeeld. Toen mijn spel begon te rollen, ben ik bij NTGent terechtgekomen. Daarna ben ik gestopt met zelf spelen en ben ik beginnen regisseren. Dat is ondertussen vijfentwintig jaar geleden. In die jaren heb ik heel uiteenlopende dingen geregisseerd: veel amateurtheater, maar ook grote evenementen zoals de Kattenstoet in Ieper, waar meer dan duizend mensen aan meedoen en waar zo’n vijftigduizend toeschouwers op afkomen. Daarnaast doe ik al jaren de regie en het concept voor shows van Steven De Laere, geef ik theaterles aan volwassenen en begeleid ik een driejarige regieopleiding in de academie van Izegem. Uiteindelijk is alles wat ik doe theater en regie, maar het liefst werk ik in een theaterzaal.”

Wat maakte dat je na Ne Kersentuin opnieuw de regie van VUURKE STOOK opnam?

Steven: “Hier werken is boeiend, niet alleen door het theater zelf maar ook door alles eromheen. Je komt in contact met veel mensen, ook met mensen die niet op scène staan maar wel meewerken achter de schermen. Vaak zijn dat mensen in kwetsbare situaties. Ik vind het cruciaal dat ook hún verhalen verteld worden, zodat anderen beter begrijpen hoe moeilijk de maatschappij soms kan zijn. Theater moet voor mij meer zijn dan louter entertainment, het moet iets te vertellen hebben. Bovendien werk je hier in een warm, omkaderd huis, met professionals en gemotiveerde spelers. Als je hier binnenkomt, voel je dat meteen.

Erwin: “Klopt, de Unie voelt als een grote familie.”

Is dit anders dan werken in het amateurtheater?

Steven: “Absoluut. Je werkt met andere mensen en veel meer vanuit hun realiteit en hun eigen beleefde verhalen. Amateurtheater werkt met mensen uit een andere laag van de maatschappij. Voor die mensen is theater, naast hun job, eerder een vorm van ontspanning.”

Stijn: “Voor mij zit het grote verschil in de warmte en samenhorigheid van De Unie. In amateurgezelschappen waar ik speelde was dat minder: je speelt je rol en gaat weer naar huis. Hier kom je terecht in een warm huis, een hechte familie waar iedereen elkaar kent en ondersteunt. Je wordt als het ware ondergedompeld in een warm bad. Bovendien gebeurt hier veel meer dan alleen toneel. Je hebt professionele omkadering, meer middelen en je speelt vaker. Dat maakt het voor een hobbyspeler heel boeiend.”

Bernard: “Ik zie De Unie als mijn tweede thuis. Ik voel me hier altijd goed, omringd door mensen die openstaan voor een gesprek. Ik ben begonnen met toneel in 1975. Via mijn zoon en een kortfilm ben ik hier terechtgekomen. In het begin kende ik mijn tekst niet goed, maar ik werd telkens aangemoedigd. Bij de première stond iedereen versteld, en ik zelf ook. Dat gaf mij vertrouwen. Sindsdien blijf ik proberen en nieuwe dingen doen. VUURKE STOOK is opnieuw iets anders, maar dat vind ik net belangrijk.”

Lisa: “Eerlijk: ik was me niet bewust van een verschil. Voor mij zijn we hier gewoon allemaal spelers. Ik denk niet in categorieën zoals ‘sociaal-artistiek’ of ‘amateur’, en dat vind ik net heel fijn. Iedereen werkt samen aan hetzelfde doel. Tijdens de eerste lezing merkte ik dat iemand moeite had met lezen. Ik vond het mooi dat die persoon toch meedoet, dat het lukt en dat het toegelaten is.”

Erwin: “Ik wil nog zeggen dat ik het fantastisch vind om de ervaren spelers bezig te zien. Ze kennen hun tekst snel en smijten zich erin. Dat trekt mij mee en helpt mij vooruit. Daar ben ik dankbaar voor.”

Steven: “Dat is belangrijk. Er valt veel te leren van sociaal-artistiek werk, maar omgekeerd evengoed. Wat Erwin nu zegt, toont dat mooi: het werkt in twee richtingen. Ja, sociaal-artistiek werk toont hoe je vanuit betrokkenheid en nabijheid kan werken, iets waar amateurtheater inspiratie uit kan halen. Veel mensen geraken zelfs niet tot in een theater, door ticketprijzen of drempels die blijven bestaan. Iedereen heeft recht op cultuur. Ook organisatorisch moeten we ruimer durven denken: wie kunnen we betrekken, wie kunnen we ondersteunen? Het amateurtoneel bereikt vaak grote delen van de maatschappij niet. Dat wordt hier wel zichtbaar.”

Renate: “Net daarom is meer beweging nodig. Er is vandaag te weinig dynamiek binnen het amateurtoneel: men blijft kiezen voor dezelfde stukken, dezelfde werkwijze, dezelfde mensen. Terwijl ik denk: ga eens naar het sociaal huis, zoek nieuwe partners, werk samen met andere groepen.”

Hoe is VUURKE STOOK inhoudelijk tot stand gekomen?

Steven: “Er is eigenlijk een heel traject aan voorafgegaan. We hebben bijna een jaar dramaturgisch gewerkt vóór we begonnen te repeteren. In de voorbereidende gesprekken zochten we naar een verhaal dat raakt aan wat vandaag in de maatschappij speelt. We kwamen onder meer uit bij Brecht en bij Biedermann en de Brandstichters, een parabel die ons inspireerde. Het originele werk focust op de dreigingen van het fascisme en het communisme in de periode na de Tweede Wereldoorlog. Dat gaat over andere tijden en andere contexten, maar de mechanismen zijn herkenbaar.

Wij hebben dat vertaald naar vandaag: manipulatie, polarisatie, sociale media, meelopen terwijl je eigenlijk weet dat iets niet klopt. Geert schreef, wij gaven feedback, we gingen opnieuw in gesprek. Tot het klopte en het echt ons verhaal werd.”

Hoe zijn jullie te werk gegaan bij de selectie van de spelers?

Steven: “We hebben audities gedaan. We wilden heel bewust een mix: spelers die al langer bij De Unie betrokken zijn én nieuwe mensen. De open auditie heeft veel volk opgeleverd. Zo zijn onder meer Lisa, Karolien, Linda, Nick en anderen erbij gekomen. Iedereen moest een tekst voorbereiden en spelen, met verschillende opdrachten. Zo konden we zien hoe mensen reageren, hoe ze zoeken en hoe ze samenwerken.”

Geert: “Klopt, bij veel spelers was de keuze snel gemaakt, omdat ze vertrouwd waren of omdat hun manier van werken meteen goed zat.”

Wat hopen jullie dat het publiek meeneemt na de voorstelling?

Geert: “Dat het publiek een spiegel krijgt voorgehouden. Dat mensen zichzelf herkennen in wat ze zien. Natuurlijk mogen ze zich ook amuseren, maar het belangrijkste is dat ze even stilstaan bij wat er gebeurt, bij de keuzes die gemaakt worden en bij hoe makkelijk we soms meelopen.”

Steven: “Dat mensen iets meemaken. Dat ze iets voelen, iets herkennen, en misschien ook iets meenemen om achteraf over na te denken. Dat maakt theater voor mij waardevol.”

interview Angelina Toemasian