Nooit gehoorde intensiteit. Een half uur lang. Eerst aanzwellend, na het hoogtepunt tussen 00u00 en 00u15 weer afnemend hevig vuurwerkonweer van onophoudelijk geroffel doorspekt met knetterende donderslagen. Onnozelaars. Zelf lag ik met een boek in bed.
Het valt me niet altijd makkelijk en ik doe mijn uiterste best om mensen en hun beweegredenen te begrijpen, om geduldig en verdraagzaam te zijn, om niet te (ver)oordelen, maar toch…
Bij deze enkele vurige wensen die mijn boosheid, droefheid, ontgoocheling… enigszins zouden kunnen verzachten…
Ik wou dat mensen, wie ze ook zijn en wat ze ook ‘in hun mars hebben’, hun lege koffiekopje zelf opruimen in plaats van ze argeloos op de tafel te laten staan voor de poetshulp.
Ik wou dat mensen ophouden met te menen zich meer te mogen veroorloven dan een ander… om wat voor reden dan ook.
Ik wou dat mensen, als je rustig op de bus wil stappen, niet meer uit het niets tevoorschijn stormen om zich nog snel voor jou de bus in te drummen (en een plaats te bemachtigen).
Ik wou dat de ikke-ikke-ikke-en-de-rest-kan-stikken-geest die uit de fles werd losgelaten en als een almaar ziedender storm over de wereld raast, ook over het kleine wereldje bij ons, weer in de fles wordt gevangen en voor eeuwig opgesloten.
Ik wou dat mensen, wie ze ook zijn of vanwaar ze ook komen, hun waardigheid niet opgeven door onder het mom van ‘armoede’ (in al zijn vormen) deel te nemen aan de toenemende graai- en grabbelcultuur. (Verlies van waardigheid moet voorbehouden blijven aan zij die meer dan genoeg hebben bijeen gegrabbeld en toch blijven graaien omdat ze nooit genoeg kunnen hebben!)
Ik wou dat ‘vrijwilligers’ ophouden ervan uit te gaan voor hun vrijwillige werk recht te hebben op een beloning of vergoeding. En als ze er wél eentje krijgen, er geen eisen bovenop te stellen. (Ik vrees dat door de wildgroei van flexi-jobbers, ‘vrijwilliger’ een uitstervend knelpuntberoep aan het worden is.)
Ik wou dat de humane, nieuw samengestelde, sociale, solidaire, (figuurlijk) warme ‘samen’leving niet beperkt blijft tot de glimp die we ervan opvangen tijdens die ene week per jaar (om daarna weer 51 weken door te gaan met haar vervelling tot individualistische, kille, verhardende ‘apart’leving).
Ik wou dat we het met zijn allen niet zo goedkoop (en zo goed en zo groot en zo veel…) mogelijk blijven willen ten koste van de draagkracht van de wereld waarop we leven.
Ik wou dat we met zijn allen ophouden met als kippen zonder kop na te lopen wat gewiekste, inhalige, immorele lieden met uitgekiende, verslavende technieken ons willen laten geloven dat we nodig zouden hebben om zinvolle levens te leiden.
Ik wou dat we onze angstvallig in het zand verstopte koppen eindelijk opheffen en de desastreuze gevolgen onder ogen zien van onze verkwistende manier van leven, dat we ophouden met willens en wetens door te gaan op ons vernietigende elan… Én er met zijn allen écht iets aan doen om het tij alsnog te keren!
Ik wou dat alle slijmerds die elkaar verdringen om in de konten van de Trumps, Poetins, Netanyahus, … van deze wereld te gaan wonen, in hun opzet slagen en er vergaan in de stank. (En de verhuurders van constipatie.)
Ik wou dat deugden als ‘alstublieft en dankuwel’, eerlijkheid, empathie, mededogen, rechtvaardigheid, respect, verdraagzaamheid… weer in het woordenboek der menselijke waarden opgenomen worden.
Ik wou dat Homo sapiens er eindelijk in slaagt om (wel)denkend, verstandig, wijs… te worden zoals zijn naam (die hem (helaas!) werd toebedeeld door ene Carl Linnaeus, naar verluidt een ‘zelfingenomen eikel van amper 1,50 meter groot met een gigantisch ego en bovendien een volbloed racist en een vrouwenhater’) doet vermoeden.
Ik wou dat het sprankeltje hoop dat misschien nog ergens in me schuilt, niet meer dag na dag na dag dieper in me wegkruipt.
Ik wou dat al mijn wouwen geen utopieën blijken zou-en.
(Ik wou nog wel teen en tander, zoals geen geweld, geen honger, geen oorlog meer, maar ook geen beulen en macho’s en verkrachters en zo meer… maar da’s dan voor een volgende keer, een mens mag niet te veel ineens willen, hé…)
Danny Depypere

Beeldend werk Branko Vandenberghe
