2003-2004 - WAR ofnie WAR - Persartikel

Persartikel

Koning Kafka in Boons universum
De Morgen - 15/04/2004 - Wouter Hillaert

Toen Geert Six in 1999 voor het eerst aan de slag ging met de bewoners van de Kortrijkse wijk Venning-Veemarkt resulteerde dat met CA VA? in een voorstelling die vooral bouwde op eigen levensverhalen. Speelplek was toen de Vetex, een leegstaand textielveredelingsbedrijf uit de rijke arbeidersgeschiedenis van de wijk. Daarna volgde onder de vleugels van OCMW Kortrijk en Theater Antigone elk jaar een nieuwe productie, op andere plekken en met telkens meer lokale input. WAR ofnie WAR is nu de zesde samenwerking, deze keer met het Gentse Nieuwpoorttheater als producent. De voorstelling staat opnieuw in de Vetex en illustreert hoezeer dit los-vaste ensemble in al die tijd gegroeid is in zijn gevoel voor dramatische kracht.

Vooral de persoonlijke anekdotiek van de spelers is op een hoger plan geheven en meer dan ooit in het artistieke geheel ingewerkt. Het maakt WAR ofnie WAR bijna tot een abstracte bespiegeling, over de mechanismen van een groep en het vege bestaan op zich. Het begint bij ene Bruno De Ceuninck, die vanuit het publiek de scène opstapt. Uit het niets wordt hij door een bonte bende personages eerst uitgekleed, gewassen en gekostumeerd om daarna als kroon een vuilnismand op zijn hoofd te krijgen. De Ceuninck is nu de koning. Van wie of van wat, dat snapt hijzelf noch het publiek. Afwisselend wordt hij geprezen en vernederd. Een militaire raadsman, een afgebeulde schoenmaker, een dodelijk verliefde vrouw, allemaal komen ze hem de levieten lezen. De Koning lijkt K. wel, uit Kafka. Geworpen in een volksbuurt van Boon.

Het vervreemdingsthema blijkt een erg geslaagd antwoord op de grootste uitdaging van elk sociaal-artistiek project: het uiterst heterogene ervaringsmateriaal uit individuele improvisaties bijeen puzzelen tot een dramaturgisch geheel. In het absurde kader van WAR ofnie WAR kan elkeen zijn aparte ding doen, het helpt de existentialistische totaalsfeer alleen maar vooruit. Vrijblijvend wordt het echter nooit. Daarvoor zijn deze spelers te zeer geëvolueerd in het schrijven van hun teksten. Een paar monologen benoemen de uitgebeelde micromaatschappij in termen van virussen en ineengrijpende mechaniekjes, snedige groepschoreografieën vullen die metaforen mooi in. De voorstelling lijkt net het schaakspel waarmee Carlos vooraan op scène zit. De Koning moet er af en toe een zet komen doen, maar snapt de regels niet. Anders dan in Ingmar Bergmans film Het zevende zegel is de tegenstander ook niet de dood. Het is het leven zelf.
Wie daarmee een zware voorstelling voor zich ziet, heeft het mis. Six en zijn Unie der Zorgelozen staan juist voor de combinatie tussen wrange volkstragiek en vrolijke volksheid. De dertig acteurs zitten rondom de scène als in een circusarena, met onder hen de Vetex-fanfare, die de boel rijkelijk begeleidt. Ze vormen samen de goegemeente die toekijkt en er het hare in ziet. En ook al komt hun instemmende of afwijzende geneuzel van aan de rand vaak nogal gemaakt over, in de arena zelf is hun spel meestal verrassend krachtig. Daar gaat WAR ofnie WAR dan ook over: jezelf niet verstoppen achter een ander, maar je eigen verantwoordelijkheid nemen. Zelf doet deze groep dat alvast steeds overtuigender.

Foto's  Medewerkers

created by PixelShape