How it was

José Vandenbroucke vindt het moeilijk om na te denken over ‘How to begin’ zonder het over ‘How it was’ te hebben.

Ideaal

Wie had zich ooit kunnen voorstellen dat we zouden leven in een wereld van social distance en geskypte liefde? Dat we in maart 2020 toiletpapier voor onze buren zouden meebrengen van Den Aldi vooraleer er geen meer zou zijn? Dat de medische wereld de politieke zou bevelen? De scholen dicht? Tele-working? Je buren controleren of ze zich houden aan de toegelaten maximaal vier bezoekers in huis? Essentieel en niet essentieel verkeer? Een tuin hebben of geen tuin hebben? Een partner hebben of geen partner? En tenslotte gevaccineerd zijn of niet? Plus het na elke Lockdown opnieuw herbeginnen?

Welke Amerikaanse patriot kon zich een New York zonder Twin Towers voorstellen? Welke Parijzenaar een leven waarin men vóór Charlie Hebdo is of tegen? Hoe zag de toekomst eruit voor de eerste kerncentrale te Gravelines gebouwd werd? Toen er nog grachten waren en in die grachten zuiver water stroomde waar ik als kind in mijn straat zomaar visjes kon opscheppen? Toen we nog met de trein durfden reizen en met de Lijnbus? En naar elkaars lief lonken? Waar de vrouwen nog mooi durfden zijn zonder zich #MeToo te voelen? Dat zelfs soixanthuitards zouden luisteren naar de dagelijkse berichtgeving na een zoveelste crisisvergadering? Herinneren we ons nog hoe het leven was toen solidariteit nog een ideaal was, toen alles nog niet was opgesplitst en tegen elkaar opgezet? Migranten versus transmigranten. Ecologisten versus verspillers. Verantwoordelijken versus onverantwoordelijken. Pro’s versus anti’s. Toen we ‘de anderen’ nog niet uit onze bubbel moesten weren? Wij die een pasje hebben en die anderen ‘die hun verantwoordelijkheid niet nemen’. Zij die juist geïnformeerd zijn en zij die verkeerd geïnformeerd zijn. En zij die de informatie weigeren, de volkomen goddelozen! Dat zijn de ergsten!

Wat weten we over hoe het begon? De big bang? ‘Hoe uw moeder u heeft gemaakt’, zong Wannes Vandevelde zaliger. Een leven met smartphone en A.I. zodat we voor elkaar en de planeet Aarde on line kunnen zorgen? En vooral dit: Hoe zal het leven zijn als wij, jij die dit leest en ik die het schrijf, er niet meer zijn? Hoe eraan te beginnen nu we allemaal weten hoe het zal aflopen?

Het valt moeilijk na te denken over ‘How to begin’ zonder dat zoveel ‘How it was’ naar boven komt. En zoveel besef dat alles eindig is.

Komen en gaan

Laat ons zelfs het herbeginnen opnieuw beginnen, heruitvinden, creëren. Laat de seizoenen en de emoties maar komen en gaan. Alles zal voorbijgaan. We kunnen elke dag beginnen. Het eeuwig gevecht tegen de zelfvoldaanheid en het geloof dat wij de uitverkorenen zijn om ‘eraan’ te ontsnappen. Vanaf nul beginnen, onze eerste blik na het ontwaken, of misschien met de ogen nog toe slaapdronken gelukkig zijn dat onze longen en ons hart het nog doen, en dat er nog wat model zit in ons bestaan. Liefde kan helpen. Couragie geven. Minnekozen. Vriendelijk zijn. Delen wat je hebt, vooral je lijf. Love me two times baby, once for to-morrow and once just for today. I’m gone away.

Al zal dat beginnen niet voor een 70er hetzelfde zijn als voor een jongere die er met een info-tsunami vol onheilsberichten over virussen, ecologische rampspoed en teloorgaande sociale systemen ‘moet aan beginnen’, voor een caféganger niet hetzelfde als voor een thuisblijver of een acteur of muzikant die ‘het publiek’ mist. Wat is jouw begin, wat het mijne? Het begin nadat het loon of het vervangingsinkomen opnieuw op de rekening staat, het begin met een nieuw lief, of het begin na dat lief, het ex-begin? Het begin van een nieuwe dag met nieuwe berichten, met weer één soort vlinders minder ? Of het begin, zoals vandaag: eindelijk wat zon, 3°C en mijn vrouw die opstaat en me vraagt hoelang ik reeds op ben? Het begin van het dagelijks ‘hier&nu’? Ons dagelijks brood, water, de verwarming en onze internet-connectie die het doet; mag het iets meer? Misschien kunnen we zo beginnen, zoals Van Ostaijen het schrijft in zijn Vers 6? We moeten daarvoor niet altijd uit de kleren, plus drugs and rock’n’roll. Er zijn er die het leven en elkaar mateloos en onvoorwaardelijk beleven. Zij zijn de bedelaars van vandaag. En er zijn er die elkaar verraden van zodra er iets te rapen valt. Dat zijn de heren en dames die schitteren. De meesten van ons leven daar ergens tussenin, met ups and downs, fierheid en schaamte.

In ’t water

We weten hoe het zal aflopen. Wij zijn stervelingen. Een medisch foutje, een wildgroei van cellen, een auto die ons van de baan rijdt, of de trein die door ons hoofd rijdt, of zoals met Jan en die lelijke Talie Siepers uit In ‘t Water van Streuvels: ze kreeg van hem een kind dat hij op een zatte kermesse bij haar had verwekt en hij moest er van pastoor en de sociale controle radicaal tegen zijn goesting mee trouwen, dus in ‘t water. Of wat gewoner is: een spuitje op de afdeling Palliatieve Zorg. Hopelijk mag het einde een beetje menselijk zijn… voorzichtig… zoals het begin toen we uit onze moeders buik kropen en godweetwanneer voor het eerst dachten: ik ben er, it’s my life and I’ll do what I want. Met vanaf onze eerste bloei dat besef dat we over veel niet enkel zelf mochten beslissen maar ook moesten, en die andere onthutsende confrontatie dat we dat vaak niet eens konden. Een god proberen te zijn of een worm. Of gewoon een mens die couragie zoekt en couragie geeft. Vrijen, dansen, zingen of ergens stilletjes in een hoekje gaan zitten. Gewoon beginnend aan dat beginnend begin waar Van Ostaijen het over heeft. Dagelijks de scherven lijmen, de angstigen en de overmoedigen, de braven en de nieuwsgierigen, zij die ‘het’ gehad hebben én zij die ‘het’ nog moeten krijgen.

Laat ons vooral blijven praten en schrijven, de zelfingenomenheid wantrouwend: elkeen zijn visie, en dat alles samen in een democratie van volwaardigheid voor iedereen. Niet omwille van een god, waarheid of wetten. Maar om de angst te overwinnen. Om te vergeten hoe klein en nietig wij zijn. Couragie geven. Met op scene veel fantasie en geschilderde staarten, moord en doodslag. Maar op straat voorzichtigheid en gezond verstand. Hopen dat we dat hebben, dat we dat kunnen. Spelen als het speeltijd is en ter zake komen als het nodig is. Morgen met corona en de lente. Met de aarde die openbarst van de goesting. In het seizoen van de vlinders en de zoenen? Wie zal eerst beginnen? Jij? Of ik?

José Vandenbroucke

De Gazet