Een simpel gebaar

Hoe een gedicht van Bertold Brecht Dominique Vergote aan het denken zet over hoe je als eenling de wereld kan veranderen.

Hoe het begon… met een simpel gebaar. Een kerstcadeau van mijn neef Stef in de vorm van een gedicht dat hij leerde kennen via het programma Winteruur op TV. Het cadeautje was een goedbedoelde knipoog naar mij, een hint naar een in zijn ogen wat ‘naïef’ lijkende tante.

Het lukte hem alvast om mij aan het denken te zetten. Er volgde zelfs een uitgebreid gesprek nadien. De insteek: Kan je de wereld als enkeling beter maken en indien ja, hoe begin je daar dan aan?

 

RUSTPLAATS VOOR DE NACHT – BERTOLD BRECHT

Ik hoor dat in New York
op de hoek van de 26ste straat en Broadway
in de wintermaanden elke avond een man staat
die de zich daar verzamelende daklozen,
door het te vragen aan de voorbijgangers,
een rustplaats voor de nacht bezorgt.

De wereld wordt daardoor niet anders.
De verhoudingen tussen de mensen verbeteren niet.
Het tijdperk van de uitbuiting wordt daardoor niet verkort.
Maar enkele mannen hebben een rustplaats voor de nacht.
De wind wordt een nachtlang van hen afgehouden.
De sneeuw die hen is toebedacht, valt op de straat.

Leg het boek dat u leest niet neer, mens.

Enkele mannen hebben een rustplaats voor de nacht.
De wind wordt een nachtlang van hen afgehouden.
De sneeuw die hen is toebedacht, valt op de straat.
Maar de wereld wordt daardoor niet anders.
De verhoudingen tussen de mensen verbeteren daardoor niet.
Het tijdperk van de uitbuiting wordt daardoor niet verkort.

(vertaling Charles Ducal, oorspronkelijke titel ‘Die Nachtlager’)

Wanneer ik het gedicht lees krijg ik er steeds een ongemakkelijk gevoel bij. Een spanning komt op en doet me even stilstaan: Kan je als individuele mens iets bijdragen om de wereld mooier te maken? Is beginnen met iets kleins voldoende om het verschil te maken? Zijn kleine acties, ‘goede’ daden, een goed begin? Of niet?

Vlammetjes

Willy is iemand die tijdens de coronaperiode veel alleen zit, zich meer en meer terugtrekt en het extra moeilijk heeft om nog te geloven in het licht aan het einde van de tunnel. José, een buurman, merkt dit op en nodigt hem uit om hem te vergezellen naar de Koffieklets van de Unie op donderdag. Een eenvoudig gebaar, iets van niets zou je kunnen zeggen, maar het is alvast dit. Misschien betekent het voor Willy een begin van iets nieuws. Hij heeft in ieder geval een leuke namiddag, maakt plezier, leert nieuwe mensen kennen, mensen in wie hij zich herkent. Een positieve ervaring die helpt om het vlammetje van warmte, menselijkheid aan te wakkeren.

Ik zie het evengoed bij Hannah die met zorg de kamer van mijn moeder schoonmaakt in het woonzorgcentrum. Ze toont zich terecht fier op een mooi gepoetst resultaat. Bovendien maakt ze mijn moeder gelukkig met een praatje. Steevast vraagt ze of haar kamer er zó goed uitziet, en of ze nog iets kan doen. De zorg en betrokkenheid van Hannah, het raakt mij telkens weer.

Ik ontmoette een directeur van een voorziening voor mensen met een beperking die de gave bezit om mensen te begeesteren. Dat zie je in zijn handelingen, in zijn ogen, zijn nieuwsgierigheid in mensen, in zijn woordenvloed, zijn stemhoogte, zijn enthousiaste spreekritme, hoe iedereen stil wordt als hij aan het woord is. Toen hij onlangs op school was zag ik dit gebeuren bij de collega’s, de studenten en ongetwijfeld zal dat ook zo zijn bij de medewerkers in zijn organisatie. ‘Meer warmte in de zorg’ luidt zijn pleidooi. Een persoon met een boodschap. Daarmee uit hij zijn oprechte verlangen naar meer vrolijkheid, meer menselijkheid, ja zelfs meer chaos (en wat meer burgerlijke ongehoorzaamheid – weg met al die regeltjes en formulieren). Het mooie is dat ik hem dat zie doen bij een afstudeerproject van onze studenten. Zodoende begeestert hij deze kersverse afgestudeerden en neemt hen mee in zijn verhaal, zet hen aan het denken. Al snel pikt één van de studenten een idee op dat ze wil uitwerken, ze inspireren elkaar. Er gebeurt iets, een glimlach verschijnt op hun gezicht, er ontstaat een verlangen, een droom. Een vlammetje wordt aangewakkerd.

De vijftigjarige Pieter ontmoet ik op een wandeling van Compostelagenoten. Hij oogt onzeker en schuchter. Op dat moment zit hij in een wat moeilijker periode in zijn leven. Dit vertelt hij mij aarzelend wanneer ik hem na een tijdje aanspreek. Hij is op zoek naar iets ‘anders’. In zich voelt hij een verlangen naar meer eenvoud, naar meer essentie. Intussen verzamelde hij al wat info en maakt nu contact met gelijkgestemden via deze georganiseerde wandeltocht. Zou dit iets voor hem zijn, een pelgrimstocht naar Compostela? Je voelt hem zoeken naar een begin. Eigenlijk is hij al begonnen want hij voedt zijn droom. Hij vraagt en krijgt tips: een infoavond, een infopunt, een praatcafé, … Zo wordt zijn plan concreter, krijgt het vorm. Wellicht vertrekt hij in juli op tocht van Brugge naar Compostela. Een verlangen wordt realiteit. Zien we die hoop ook niet telkens opnieuw bij elke moeder of vader die haar of zijn pasgeboren baby vasthoudt? Een verlangen om dat wezentje gelukkig te maken, het te willen opvoeden tot een mooi en waardevol mens dat zijn eigen bijdrage levert aan een betere wereld. Is dat ook niet telkens een nieuw begin? Ook hier lijkt het belangrijk om ons te kunnen afstemmen op gelijkgezinden, op zoek te gaan naar inspiratoren, naar voorbeelden, naar mooie mensen.

De wereld draait door?

Deze voorbeelden zijn slechts een paar van de tientallen voorbeelden rondom ons. Ongetwijfeld kent u er ook. Mensen die het hart op de juiste plaats hebben en menselijkheid, zorg, hartelijkheid hoog in hun vaandel dragen. Toch blijft de vraag op het einde van het gedicht: Verandert de wereld daardoor? Bewijzen deze voorbeelden en hoe het nu gaat in de wereld niet genoeg dat de wereld gewoon op dezelfde manier doordraait ondanks deze mensen?

Hierop zeg ik ‘ja’ én ‘neen’. Als die voorbeelden over eenlingen gaan, dan heb je gelijk. Maar het gaat nooit alleen over eenlingen, maar vooral over wat die doen met de anderen. Wanneer ze mensen aansteken, inspireren, wanneer ze een aanzet geven om iets gelijkaardigs te doen, om mee te helpen, om er ook voor te gaan, dan wordt het een ander verhaal. Als een van die studenten uit het verhaal hierboven een organisatie mee helpt opzetten waarin meer menselijkheid vorm krijgt en die vervolgens ook weer mensen inspireert om ermee aan de slag te gaan, dan wordt het vuur verspreid.

Of als Willy er zin in krijgt om mee te werken met een armenvereniging, ook zijn lotgenoten warm maakt, samen met hen wel eens actie onderneemt, dan ontstaat er een beweging, die meer dan het individuele op gang brengt.
Als Pieter, geïnspireerd door zijn wandeltocht, zijn leven vereenvoudigt, belangrijke keuzes maakt die hem en zijn omgeving goed doen en zo weer anderen een zetje geeft dan wordt zijn verlangen nog meer realiteit.
Of als je kinderen groot worden en je ziet hen geëngageerd hun waarden neerzetten in een veranderende wereld, dan is niets voor niets.
Individuele actie heeft zin. Ze inspireert, moedigt mensen aan of biedt steun. En hoe meer geïnspireerde mensen, hoe groter de mogelijkheid dat dit gezien wordt en dat er iets verandert.

Het is belangrijk dat er eenlingen zijn die bereid zijn om iets te ondernemen, om initiatief te tonen, om een voorbeeld te zijn en om waarden hoog te houden. Daarnaast zijn er mensen die ‘op die kar springen’ en mee de waarden uitdragen om ze meer zichtbaar te maken en zo het belang ervan te benadrukken. Beiden dienen we te honoreren en te koesteren. Bovendien kunnen we hier elk onze verantwoordelijkheid in nemen, elk op onze eigen manier. Blijven geloven in het goede en er durven mee verbinden, ons laten inspireren door anderen of zelf iets opzetten. Het loont de moeite. Ben ik daardoor naïef? Misschien wordt dat zo gezien, maar ik laat mij daar niet door tegenhouden.

Zelf ben ik niet de persoon die grote en hoge woorden zal verkondigen en massa’s meeslepen. Ik kan wel proberen studenten te inspireren, hen leren hun eigen mogelijkheden te waarderen, hun eigen kansen te zien in plaats van de moed te verliezen. Ik kan ze, samen met anderen, geleidelijk aan meer bewust maken van hun verlangen. Ik kan deze betrachting ook meenemen in mijn directe omgeving, mijn familiekring. En uiteindelijk ook jou, lezer, uitnodigen om even stil te staan bij wat je verlangen en droom is en hoe je die wil neerzetten. Bovendien is het fijn om dit bij de Unie te doen. Om mij te kunnen aansluiten bij een boodschap van hoop en het geloof dat we op deze manier een bijdrage kunnen leveren aan een stroom van verandering. Hartverwarmend dat ik daar gelijkgestemden vind.

Tot slot: met een knipoog stuur ik deze tekst door naar mijn neef Stef met wie het allemaal begon. Wie weet inspireer ik hem er wel mee.

Dominique Vergote

De Gazet