Dromen, wachten. Niet weten.

Dominique Vergote over deze indringende en intense tijd, en hoe die haar in de war brengt.


Beste lezer, ik ben in de war. Toen halverwege november de vraag werd gesteld om mee te werken aan De Gazet, antwoordde ik zelfverzekerd dat ik het zou hebben over ‘wachten’. Dit leek mij passend bij wat er toen leefde in mij en is bovendien een thema dat aansluit bij coronatijden en de winter waarin we jaar na jaar uitkijken naar de lente. Dit was de intentie: de aandacht richten op de zinvolheid en de subtiele schoonheid van wachten. Een periode van weinig moeten, van genieten van kleine dingen, van de rust die neerdaalt in het land en intussen vertrouwen dat de winter langzaam vordert en als vanzelfsprekend eindigt in een nieuwe lente. Kortom, hoe zalig het kan zijn als de coronabeperkingen samenvallen met de natuurlijke tendens van inkeer in de donkerste periode van het jaar.

Intussen, eind december en een aantal weken verder, ben ik helemaal niet meer zo zeker. Ik voel me, zoals ik al zei, in de war. Het ‘wachten’ kijkt me al helemaal niet meer zo lonkend en uitdagend aan. Integendeel, ik voel het inmiddels kolken en stomen in mij. Oh ja, ik probeerde om de rust de bewaren. En het is leuk om niet meer zo veel van hot naar her te moeten – de laatste maand gebruikte ik misschien tweemaal de auto – maar ondanks alle positieve elementen moet ik bekennen dat het ongeduld langzamerhand onderhuids binnen sijpelde. Druppel per druppel.

Het gebeurt subtiel. De eerste symptomen herkende ik op een zondag in de vorm van een gedachte: “Oei! Wat ga ik doen deze namiddag? Er is niets!” Even vlot schoot mijn oude vertrouwde gedachtenmotortje op gang en verzon ik allerlei mogelijkheden die ik desondanks toch kon doen. Het hielp. De plotseling opborrelende, beangstigende, schijnbare ledigheid van de zondag werd ingevuld met actie. Doen! De eerste paniek ging bijgevolg redelijk snel voorbij. “Laten we starten met een wandeling in Kortrijk!” suggereerde ik. Dit leidde na een bezoekje aan het plaatselijke infobureau (want je weet maar nooit dat er toch iets te ‘doen’ is) tot de beslissing om ons te laten meenemen in een zoektocht naar tien centimeter hoge goudkleurige figuurtjes, her en der in het straatbeeld verstopt. Dit leek ons wel wat en meteen vlogen we erin, met bevredigend resultaat en een voldaan gevoel achteraf. We hadden gewandeld, we waren buiten geweest en, niet onbelangrijk, we hadden iets beleefd.

De week daarop lukte het als vanzelfsprekend om mijn gewone doen en laten met zijn dagelijkse ritme weer op te pakken. Vragen of enige tekenen van ongeduld waren niet aan de orde. Of toch: één klein wrevelig momentje… Dinsdagavond… voor de zoveelste keer yoga online. Leuk, maar die avond net iets minder. Ik was er niet zo goed bij als anders, kon mij niet ontspannen, zuchtte nu en dan en keek een paar keer naar mijn uurwerk. “Niet erg”, suste ik mezelf, “het was gewoon een drukke dag en die kan ik nu niet zo goed van mij afzetten.” De volgende dag was dit ‘akkefietje’ dan ook helemaal op de achtergrond verdwenen.

Het daaropvolgende weekend verliep vlot, we wisten immers ‘wat doen’: de rest van de ‘beeldjeswandeling’. Een herhaling, maar toch niet helemaal, omdat onze speurtocht een ander stadsdeel doorkruiste… resultaat… alweer een bevredigend gevoel.

De maandagmorgen startte ik met veertig e-mails: vragen om extra uitleg, vragen om overleg, informatie over de werking (soms nuttig, soms niet), tips om aangenamer online te werken, planningen voor volgend jaar, enz., enz. Even herken ik wrevel. “Ach néé! Ik wou vandaag de voorbereiding van die les afwerken.” Desalniettemin voldoe ik aan de verwachtingen en lees ik plichtsgetrouw alle e-mails. Mijn eigen plan wordt opzij geschoven. “Ik werk het later wel bij”, sus ik mezelf. Op dinsdag leef ik mij uit in de live (!) bewegingsles met geminimaliseerde groepjes. Wat een genot! Dit samen met de studenten – die al even enthousiast uiten hoe fijn het is om even van de computer weg te zijn – kunnen rondspringen, dansen, spelen. Samen stoom aflaten, heerlijk! Donderdag echter, na een ganse woensdag videogesprekken met studenten en een volle dag online lesgeven, knapt de boog. Gedaan met de innerlijke rust. Ik doe een poging tot herstel: een mezelf opgelegde wandeling in De Gavers, waarin ik tot mijn ergernis merk dat mijn stappen niet rustig worden. Die avond heb ik moeite met inslapen. Mijn hoofd weigert stil te vallen, mijn ogen blijven gestaag onrustig dansen onder mijn oogleden, mijn lijf voelt aan alsof ik op hete kolen loop. Yogaoefeningen proberen? Zucht… helpt niet. Wat lavendel op mijn hoofdkussen misschien… Pfff… Dan toch maar een slaappilletje? Maar morgen moet ik fris zijn!? Zo blijft dat doorgaan. Ook al zijn er dan op vrijdag geen vaste zaken gepland, de e-mails, de zich opstapelende taken, vragen en pogingen om duidelijkheid te scheppen in de chaos blijven de onrust in mij aanwakkeren. Hopelijk brengt het weekend soelaas. Een wandeling langs het Kanaal bij uitbreiding naar Zwevegem… dat zal mij deugd doen. Toch herken ik opnieuw de versnelde, gehaaste stap. ’s Avonds in de zetel val ik in slaap. Yes, gelukt, even relax.

Maar het kwaad is geschied. Het bronnetje van onrust heeft zijn weg gevonden en sijpelt langzaam verder, wordt groter en weidser en lijkt niet meer te stoppen.

Onverbiddelijk is maandag daar weer, opnieuw de obligate mails, de onduidelijke info en terugkerende overwegingen of het nu code oranje of code rood wordt en wat dat betekent qua organisatie en bijkomende werkdruk. Na weeral acht uur voor het computerscherm overheerst koppijn mijn doen en laten, gieren zenuwen door mijn lijf, staan mijn schouders gespannen als een lier, groeit de onrust in mijn ogen en stijgt mijn bloeddruk genadeloos, zodat die – en dat is wél een zekerheid- stilaan in code rood komt te staan. Niet alleen mijn gedachten maar ook mijn lijf schreeuwt om rust. Moet ik nu ook een pilletje slikken tegen hoge bloeddruk?

Het wachten, waarin ik oorspronkelijk een kans zag om tot rust te komen, heeft verrassende vormen aangenomen die ik niet meer onder controle krijg. De onrust, de onduidelijkheid, het onverwachte, de leegte, de eentonigheid, de spanning, de vermoeidheid, de onzekerheid komen meer en meer als een kolkende lavastroom op mij af. Ik, die een paar weken geleden wel even zou mee stromen met de beweging van het seizoen en in combinatie daarmee met de lockdown, ik die langzamerhand zou stilvallen, bij mezelf komen, heerlijk relaxen tijdens de lange avonden, een boekje lezen, vroeg gaan slapen… Ik, die het wachten zag als een kans om vanuit rust iets nieuws te creëren. Die ‘ik ‘wordt geconfronteerd met een immense innerlijke drukte. En dat laat zich torenhoog zien. Mijn leven is momenteel niet rustig, het is net hectisch, soms onnavolgbaar, vermoeiend, uitputtend. Ik loop regelmatig op de toppen van mijn tenen. Ik blijf mezelf bijeen rapen om nog even verder te kunnen, om nog een tandje bij te steken, omdat het verwacht wordt of omdat iedereen het doet of omdat ik het mezelf opleg, want ik wil toch niet teleurstellen. Ik blijf maar (achterna) hollen.

Deze onverwachte en onverbiddelijke confrontatie brengt mij in de war. De tegenstelling tussen waar ik voortdurend op hoop en naar streef en de verbluffende realiteit die mij de ogen opent.

Ik weet niet hoe u deze tijden ervaart, maar voor mij zijn ze best indringend en intens. Ik word op mezelf teruggeworpen en merk dat velen met mij momenteel aan het kruipen, zoeken en strompelen zijn om een uitweg te vinden. Komt er na dit een nieuw normaal? Worden we een betere versie van onszelf? Wordt de wereld anders georiënteerd? En indien ja, hoe zal die er dan uitzien?

Intussen kijk ik met verbazing naar een startend initiatief in mijn straat. Met oprechte bewondering zie ik een jonge vrouw, na een job in de commerciële sector, zelfstandig een winkeltje opstarten en vanuit een bewuste filosofie en missie kiezen voor een korte keten economie, voor gezondheid, duurzaamheid, mensen bewust maken hoe we kopen en shoppen. Ik merk hoe ze heel zelfbewust haar openingsuren kiest, waarin ze zorg draagt voor zichzelf en voldoende tijd neemt naast haar job. Hoe ze bewust niet meestapt in de dagelijkse ratrace en hoe ze dit op haar manier met inzet en toewijding probeert te realiseren. Vol vertrouwen draagt ze een geloof uit in een wereld waar het anders kan.

Ondanks mijn onrustig zoeken en mijn gestrompel inspireert haar voorbeeld mij en houdt het mij een spiegel voor, moedigt het mij aan, doet het mij dromen over een uitweg uit mijn dolgedraaide wereld. Hoe die er zal uitzien weet ik nu nog niet, maar ik blijf zoeken naar een passende vorm. Daar ga ik voor!

Dominique Vergote



beeld Benoit Goethals

De Gazet